Redacteur Politiek

Een overheid heeft de taak te beschermen: zowel de eigen bevolking als wie in nood is. Voor de EU vergt dat een vorm van geopolitiek waar ze nog niet toe in staat is.

Soms is het comfortabel een toeschouwer te zijn, omdat je dan niets moet doen. Maar soms kan het bijzonder onaangenaam zijn, omdat je moet toekijken hoe anderen over je lot beslissen. Het is dat gevoel dat blijft hangen na de ontmoeting tussen de Russische president Vladimir Poetin en zijn Turkse ambtsgenoot Recep Tayyip Erdogan donderdag.

Ze kwamen in Moskou bijeen in een poging een escalatie van het conflict in Syrië te vermijden, een conflict dat Europa dreigt terug te gooien naar de paniek en morele schaamte van de vluchtelingencrisis van 2015.

De escalatie begon in zekere zin omdat we in Europa te lang de comfortabele toeschouwer waren. De Amerikaanse troepen bleven in Noord-Syrië mee de rust in het Midden-Oosten bewaken. Toen de Amerikaanse president Donald Trump ze terugtrok, viel Turkije de Koerden in het gebied aan, waarna de troepen van de Syrische dictator Bashar al-Assad hun grondgebied gingen verdedigen. Het gevolg is een van de grootste vluchtelingenstromen sinds het begin van de Syrische oorlog, die aan de Griekse grens tot hoogspanning leidt.

Ook op een ander vlak zijn we te lang de te makkelijke toeschouwer gebleven. De EU sloot in 2016 een felbetwiste vluchtelingendeal met Turkije, dat toen de enige pragmatische oplossing was om groter onheil te vermijden. Alleen is de Europese Unie sindsdien in gebreke gebleven.

Pijnlijk

We gingen Turkije vergoeden voor de opvang van ondertussen 3,6 miljoen vluchtelingen, maar zijn die afspraken niet nagekomen. Even pijnlijk is dat de EU met de Turkijedeal tijd heeft gekocht om een degelijk migratiebeleid op poten te zetten, maar die duur betaalde tijd heeft verkwanseld.

Europa moet een migratiebeleid invoeren die naam waardig. Het betekent onvermijdelijk het modderige terrein van de geopolitiek betreden, waar je je buren niet kiest.

Als we daarom het gevoel krijgen dat we terug in 2015 zijn, is dat grotendeels de schuld van de Europese Unie. Niet alleen van de Commissie, maar ook van de staatshoofden en regeringsleiders. In die zin zijn politici als de Hongaarse premier Viktor Orbán evenzeer het probleem als de barometer van het kiezersongenoegen die ze claimen te zijn.

De vraag is wat Europa, dat zich niet langer kan veroorloven toeschouwer te blijven, kan doen. Een eerste deel van het antwoord is de beschikbare hefbomen gebruiken: de afhankelijkheid van de Turkse economie van Europese financiering is er een van. De militaire isolatie van Turkije, dat op het Syrische slagveld geen NAVO-bondgenoten heeft, is een andere. Op een correcte manier de deal met Turkije naleven is een laatste.

Deel twee van het antwoord is het Europese huis in orde zetten. Dat betekent een migratiebeleid invoeren die naam waardig. Het betekent onvermijdelijk het modderige terrein van de geopolitiek betreden, waar je je buren niet kiest. Niet omdat het leuk is, maar omdat het moet. Een overheid heeft de taak te beschermen: zowel de eigen bevolking als anderen die in grote nood zijn. Geen van beide gebeuren nu goed.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud