Het gevecht om de topjobs zag er niet mooi uit, maar was nodig. Net om de breuklijnen te overstijgen die de strijd andermaal blootlegde.

Derde keer, goede keer. Tijdens een derde onderhandelingsronde slaagden de leiders van de 28 EU-lidstaten er dinsdag in de Europese topjobs te verdelen. Het duurde lang voor de puzzel paste. Net als de vorige keren ging het gepaard met veto’s, onderonsjes in achterkamers en een zoektocht naar de juiste partijkleur, het juiste thuisland en het juiste geslacht.

Het was geen mooi, maar een legitiem schouwspel. De Europese instellingen hebben een grote impact in de landen van de regeringsleiders die de jongste dagen in Brussel kampeerden. Het is logisch dat niet alleen het rechtstreeks verkozen Europees Parlement beslist wie die instellingen bestuurt, maar ook de democratisch gekozen powers that be in de Europese hoofdsteden.

Politieke macht kan maar ten volle werken als ze breed genoeg erkend wordt. Daarom houdt het steek dat de nieuwe EU-leiders voldoende steun zoeken in alle uithoeken van de EU, bij alle bevolkingsgroepen en bij zoveel mogelijk kiezers, hoe uiteenlopend ze ook stemden. En daarom had de Duitse bondskanselier Angela Merkel maandag overschot van gelijk toen ze zei dat een bredere consensus nodig was dan wat strikt in de verdragen is voorzien.

Het gevecht van de voorbije dagen legt bloot hoe moeilijk het is de EU te besturen.

Dat laatste is geen overbodige luxe. Alleen al het gevecht van de jongste dagen legt bloot hoe moeilijk het is de Unie te besturen. Ook vijf jaar geleden was dat zo. Toen stemden twee regeringsleiders tegen de aanstelling van Jean-Claude Juncker tot Commissie-voorzitter: de Britse premier David Cameron en de Hongaar Viktor Orbán.

Daarin kon je het signaal zien dat de Britse en de Hongaarse regering niet van plan waren erg hun best te doen om het beleid van Brussel in eigen land te verdedigen. Je kon in de Juncker-stemming de voorbode zien van de sfeer waarin de brexit mogelijk werd. Je kon er de voorbode in zien van de sfeer waarin Hongarije tegen Brussel in opstand zou komen over migratie en waarin het de rechtsstaat verder zou beknotten.

Breuklijnen

Die sfeer is er helaas nog altijd. Het was de belangrijkste reden van het Oost-Europees verzet tegen de kandidatuur van de sociaaldemocraat Frans Timmermans als Commissie-voorzitter. De Nederlander uitte de voorbije jaren forse kritiek op de toestand van de rechtsstaat in Hongarije en Polen. Het is wrang dat dat meer dan terechte gevecht genoeg was om een carrièrepad te breken.

Daarnaast legden de drie topjobtops nieuwe breuklijnen bloot. Die tonen dat Merkel niet de almachtige chef van de EU is en zelfs de controle over de Europese Volkspartij niet heeft. Die kwam afgelopen weekend in opstand tegen haar compromisvoorstel om Timmermans te steunen. Meer zelfs: Duitsland én Frankrijk, aangevuld met Spanje en Nederland, kregen de benoeming van Timmermans maandag niet door de Europese top, omdat Italië en de Oost-Europese landen dwarslagen.

Het zegt iets over de machtsverhoudingen en de strijd in de EU anno 2019. Aan Michel, in een hervonden rol als mirakelpremier, en de andere nieuwe leiders van de Europese instellingen om die breuklijnen te overstijgen, zonder hun moreel kompas te verliezen.

Lees verder

Tijd Connect