Alles wat verkeerd zit in de Belgische politiek kwam afgelopen weekend samen in de onnozele beslissing om de coronacrisis te bestrijden met gratis treinritten.

Snel, gericht en tijdelijk. Dat zijn de drie voorwaarden uit de handboeken waaraan een economische stimulus moet voldoen. Afgelopen weekend, twee dagen voor de horeca in ons land de deuren heropent, pakten de tien partijen die de federale regering volmachten verleenden, uit met een nieuw luik van zo’n relanceplan.

Sommige onderdelen daarvan zijn meer dan welkom. Zo is het goed dat de bankenbazooka van 50 miljard aan garanties voor leningen is versoepeld en verlengd. Deze crisis volgt al lang niet meer de vorm van een V zoals in het begon kon worden verhoopt en dus moeten ook de wapens tegen de crisis worden aangepast. Ook het verlengen van enkele overbruggingsmaatregelen is een goede maatregel. Hetzelfde geldt voor een tijdelijke loonkostenverlaging voor wie weer aan de slag gaat, en die moet vermijden dat werknemers gevangen blijven zitten in tijdelijke werkloosheid.

Andere onderdelen doen al meer de wenkbrauwen fronsen. Zo leert de Franse recente geschiedenis dat een lagere BTW voor de horeca een slechte manier is om de sector er boven op te helpen. Het geld vloeit grotendeels weg naar de brouwerijen achter de cafés. Zeker de grote brouwersgroepen hebben dat geld niet nodig omdat ze mee surfen op het ECB-beleid, zoals AB Inbev dat op 31 maart nog via een obligatie 4,5 miljard euro cash tankte.

Helemaal onnozel is echter het idee om de coronaschok te bestrijden met tien gratis treinritten, die er kwam op voorstel van Groen en Ecolo. De NMBS viel gisteren uit de lucht en zegt dat gratis passen uitdelen net de veiligheid van reizigers en spoorpersoneel in vraag stelt. Ook vakbond ACV-Transcom is kwaad. Het is bovendien moeilijk om te zien hoe we de economie gaan herstarten met tien gratis treinpassen.

In de Wetstraat zitten al sinds jaar en dag twee grote dingen verkeerd. De eerste is de visie op het geld van de overheid. In Nederland ben je als minister van Financiën populair als je zuinig bent, zei Jeroen Dijsselbloem ooit, want iedere burger redeneert: ‘dit is mijn geld.’ In België lijkt dat besef maar niet door te dringen en voelt niemand zich verantwoordelijk voor de overheidsfactuur.

Sinds de verkiezingen was dat al duidelijk in het parlement, waar vooral wetsvoorstellen circuleren om nog meer geld uit te geven, waarbij er nauwelijks nog een meerderheid is om op de betaalbaarheid te letten. Het volgende hoofdstuk in dat verhaal is de PS die zich tegelijk incontournable acht en van plan is de begrotingsput tot 37 miljard euro uit te diepen.

Het tweede wat al jaren grondig verkeerd zit in de Wetstraat, is de versplintering van de politieke partijen. Het is die versplintering die maakt dat de huidige regering een minderheidsregering is die nu werkt met de steun van tien partijen. ‘Als je met tien partijen een akkoord wil vinden, moet er voor iedereen wat in de bus zitten’, zei vice-premier Koen Geens daarover.

Politiek werkt het zo, maar daardoor is een van de belangrijke voorwaarden voor efficiënte steun verdwenen: de relance is niet gericht, maar waaiert alle kanten uit. 

En dus krijgt u om de economie te herlanceren tien gratis treinritten, die u vervolgens via uw belastingen zelf betaalt. Dit is niet ernstig meer.

Lees verder

Gesponsorde inhoud