Bart Haeck

Het door stellingen gestutte Justitiepaleis is eens te meer het trieste voorbeeld van een land dat er niet toe komt correct te investeren in de toekomst.

De kans is groot dat van de opening van het gerechtelijk jaar in 2018 het grote publiek weinig zal onthouden van de voorstellen die de topmagistraten van het land in hun ‘mercuriales’ deden. Wat vooral zal bijblijven, is dat in het Hof van Cassatie in de nacht van dinsdag op woensdag het plafond van de griffie instortte. Insijpelend water bleek de boosdoener.

Het is des te aandoenlijker omdat niemand kan zeggen dat je dit niet kon voorspellen. De renovatie van het Justitiepaleis begon in 1986. Verwacht wordt dat de werken pas in 2040 af zijn. Het bedrijf dat de stellingen plaatste, is ondertussen failliet gegaan. De stellingen zijn door de overheid opgekocht. Onderdelen die te roestig zijn, worden vervangen.

Jarenlang heeft de overheid voor de gemakkelijkheidsoplossing gekozen: besparen op bakstenen, omdat die niet betogen.

In augustus vorig jaar bleek dat een giftige schimmel in de kelders woedt, waar authentieke akten zijn aangetast en enkele lokalen op instorten staan. Voor de veiligheid werd de toegang verboden tot de lokalen waar de bewijsstukken voor strafzaken lagen opgeslagen.

Een reportage in De Tijd leerde afgelopen maart dat de parkings rond het gebouw vrij toegankelijk zijn omdat de slagbomen het hebben begeven. De slagboom van de parking van het Hof van Cassatie stond wél nog fier recht, maar bleek niet te werken. Binnen bleken ramen door het vocht niet meer dicht te kunnen, wat tot meer vocht leidt, dus een schimmelplaag, dus afbrokkelend pleisterwerk. Er waren toen al houten ‘tunneltjes’ in de hoge gangen gebouwd om magistraten tegen vallende brokstukken te beschermen. Om maar te zeggen: wie het Justitiepaleis uitroept tot symbool van het gebrek aan investeringen in België, heeft goede argumenten in handen.

Toegegeven, soms loopt het wél goed. Antwerpen heeft al enkele jaren een nieuw gerechtsgebouw, net als Gent. Maar het zijn uitzonderingen. België investeert volgens de Nationale Bank per jaar ongeveer 2,5 miljard euro in infrastructuur. Dat is niet alleen minder dan in de meeste Europese landen, het is ook een pak minder dan wat we in de jaren zeventig en tachtig deden én het is vooral te weinig om de infrastructuur nog maar te onderhouden. De voorbeelden zijn overal: van scholen tot tunnels, en van gevangenissen tot het Brusselse Justitiepaleis, dat het uithangbord van de rechterlijke macht moet zijn.

Nochtans is er geld genoeg. De overheid, in al haar vormen en gedaantes, haalt in België per jaar 200 miljard euro aan inkomsten op. Meer dan in andere landen gaat dat geld echter naar lonen en uitkeringen. Jarenlang heeft de overheid voor de gemakkelijkheidsoplossing gekozen: besparen op bakstenen, omdat die niet betogen.

De federale regering van premier Charles Michel (MR) en de Vlaamse regering van minister-president Geert Bourgeois (N-VA) doen hun best om het tij te keren, met onder meer een investeringspact en de aanleg van de Oosterweelverbinding in Antwerpen.

Toch blijven beiden halfweg steken: de lopende uitgaven blijven grotendeels wat ze zijn, waardoor er opnieuw geen geld is om te investeren. Beiden proberen dan maar te lenen voor de investeringen, en die leningen buiten de begroting te houden, zodat niemand het zou zien. We zijn nog te ver verwijderd van een échte investeringslogica, waarin we écht geld opzijzetten om er later de vruchten van te plukken. En om niet in schande te vallen omdat het plafond bij ons hoogste gerechtshof instort.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content