Bart Haeck

De VS hebben een punt om met China een gevecht over internationale handel aan te gaan, maar de manier waarop ze dat doen is ronduit gevaarlijk.

En plots gaat het snel. Vrijdagochtend gingen Amerikaanse douanetarieven in op 200 miljard dollar aan Chinese import. ’s Avonds waren de gesprekken over een Chinees-Amerikaanse handelsdeal die wat economische vrede kon brengen, afgesprongen. Gisteren sloeg China terug met tarieven op 60 miljard dollar aan Amerikaanse import. Volgende week maandag maakt de VS een nieuwe lijst bekend van geviseerde Chinese goederen, ter waarde van 300 miljard dollar.

Het woord handelsoorlog wordt soms te lichtzinnig in de mond genomen, maar dit begint er toch wel redelijk goed op te lijken. Niet alleen zijn de bedragen groot, bovendien wordt het gevecht grotendeels buiten de Wereldhandelsorganisatie (WHO) om gevoerd, los van de regels die over internationale handel zijn afgesproken.

Dit wordt met andere woorden een gevecht met de handschoenen uit tussen de twee grootste economieën ter wereld. Het gevecht woedt al langer. Ook de conflicten rond de Chinese technologiegroepen ZTE en Huawei maken er deel van uit. De inzet is de controle over de technologie van de toekomst en de controle op een economisch beleid dat voldoende jobs en welvaart blijft creëren, ook voor wie geen techneut is.

Gevecht

Vanuit Europa bekeken is het bovendien een lastig gevecht. Om te beginnen doen we niet mee, maar delen we wel in de brokken. Ook Belgische beleggers en investeerders verliezen hier geld aan. Ook Belgische bedrijven lijden hier schade door. Ook voor de Belgische consumenten dreigt het leven duurder te worden, al is het maar omdat veel producten in Amerikaanse of Chinese fabrieken worden gemaakt, met Chinese of Amerikaanse toeleveranciers.

Het echt lastige is dat Trump deze keer een punt heeft. Dat had hij veel minder toen hij het NAFTA-handelsverdrag wilde heronderhandelen, het TPP-handelsverdrag met de landen rond de Stille Oceaan opzegde of Europees staal en aluminium uit de VS weerde omdat het bedreigend zou zijn voor de Amerikaanse veiligheid.

Maar dit is anders. China is een staatsgeleide economie die lid is van de Wereldhandelsorganisatie en de regels van de club niet volgt. Het subsidieert Chinese bedrijven, ook als die niet rendabel zijn, waardoor het gezonde buitenlandse concurrenten onnodig pijn doet. Het schept geen klaarheid over de geldstromen en goedkope staatsleningen aan zijn industrie. Het vraagt overdreven veel inzage in en controle op de technologie van buitenlandse bedrijven die in China zaken doen.

Drama

Het drama van dit gevecht is de manier waarop het wordt gevoerd. Vaak wordt geklaagd dat de internationale economie wordt beheerst door multinationals, waarbij de politiek er niet in slaagt op hetzelfde wereldniveau een tegenmacht te vormen. De Wereldhandelsorganisatie is een van de instellingen die het dichtst in de buurt komt van die tegenmacht. 164 landen, van arm tot rijk, zijn lid. Ze proberen hun conflicten op een beschaafde manier uit te vechten. De WHO is de enige internationale instelling met een rechtbank die uitspraken kan doen.

Het gevecht met China is terecht. Maar de handschoenen moeten weer aan. En de gemoederen getemperd.

Lees verder

Tijd Connect