Turend over de grens

©-

Voor wat het waard is: Larry Fink, topman van de Amerikaanse vermogensgigant BlackRock en een van de belangrijkste puinruimers op Wall Street, zegt dat de crisis voor 80 procent achter de rug is. Maar de laatste 20 procent die nog komen, zijn de ellendigste, waarschuwt hij. Alsof we er een Alpenrit in de Tour de France op hebben zitten, collectief op ons tandvlees zitten, maar nu nog Alpe d’Huez op moeten.

(tijd) - Klopt het cijferwerk van meneer Fink en hebben we de crisis grotendeels achter de rug? Of moet het ergste nog komen? Het is al een tijdje de vraag van (minstens) 1 miljoen.

Ook de federale ministerraad buigt zich vandaag over die vraag. Voor de gelegenheid komt een clubje economische experts naar de Wetstraat 16: Guy Quaden van de Nationale Bank, Henri Bogaert van het Planbureau, Luc Coene van de Hoge Raad van Financiën, Jan Smets van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid en Robert Tollet van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Noem het een economisch oorlogskabinet, zo je wil.

Op de tafel van de federale regering en haar topexperts liggen twee kwesties. Eén: hoe groot is de crisis nu en hoe groot kan ze nog worden? Twee: en wat kan de overheid daaraan doen?

De eerste vraag is de moeilijkste. Meneer Larry Fink mag dan op dit moment een grote reputatie genieten omdat hij in 2007 al de crisis voorspelde, die historische resultaten bieden geen garantie voor toekomstige prestaties. Dat het niet goed gaat, is een understatement, maar wanneer we eruit geraken? Niemand die het echt weet.

De tweede vraag is eigenlijk eenvoudiger te beantwoorden. Kan de overheid het tij keren met een tweede relanceplan? Wel, dat lijkt zeer moeilijk te worden, ongeacht hoe groot de crisis ook mag zijn en hoe lang ze ook mag duren.

Een economie heeft uiteraard haar buffers. De belangrijkste is de overheid. Als er te weinig vertrouwen is om de economie via een vrije markt te laten lopen, is de overheid de meest geschikte en laatste buffer. Wanneer iedereen zich zo onzeker voelt dat hij geen geld durft uit te geven en daardoor alles stil valt, is de overheid de enige die kan ingrijpen. Een staat krijgt haar geld via dwang - belastingen - en kan daarom dat gebrek aan vertrouwen counteren. Elegant is dat niet, maar het is soms nodig. Zoals nu.

Maar ook aan die buffer zijn grenzen. Terwijl de regering een relanceplan op poten zette dat 0,6 procent van het bruto binnenlands product beslaat, gaat de begroting dit jaar wellicht voor 3,4 procent in het rood. Als de staat zijn huishouden niet op orde krijgt, zal hij jarenlang 4 procent meer uitgeven dan hij heeft. De rentesneeuwbal is nu al aan het rollen. De lasten nog meer spreiden in de tijd lijkt daarom niet zinvol.

Wat moeten we dan doen? De overheid moet haar financiën op orde zetten en ondertussen moeten we de crisis uitzweten. Veel anders zit er niet op. Hoe lang dat zal duren is afwachten. Maar de overheid als reddingsboei heeft in dit land wellicht haar grenzen bereikt. Het is nu turen wat er achter die grenzen ligt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud