Twee plus twee is geen vier

Redacteur Politiek

De coronapandemie heeft pijnlijk duidelijk gemaakt waarom een nieuwe staatshervorming wenselijk is. Federaal vicepremier Annelies Verlinden (CD&V) heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe moeilijk ze ligt.

Soms lijkt nadenken over een staatshervorming een vreemde hobby van mensen met een voorliefde voor publiek recht, Vlaams-nationalisme of een combinatie van beide. De ervaringen van 2020 in de coronacrisis zouden eraan moeten herinneren dat het dat niet is. De Belgische staatsstructuren zijn lastig, complex en zitten wendbaar beleid soms in de weg.

In die zin is het geen vreemd debat dat federaal vicepremier Annelies Verlinden deze week heeft opgestart. In een gastcollege voor de Universiteit Gent deed ze een voorzichtige voorzet tot een discussie over hoe het anders en beter kan.

Ergens is dat zelfs aan de late kant. De voorbije halfeeuw verbouwde België grosso modo om de tien jaar de staatsstructuren. De eerste keer was in 1970, de tweede in 1980, de derde en vierde in 1989 en 1991, de vijfde in 2001 en de zesde in 2011. Johan Vande Lanotte, professor publiek recht en voormalig sp.a-minister, noemde het ooit een logische timing. Eerst is er een paar jaar nodig om de staatshervorming uit te voeren. Daarna een paar jaar om te zien wat werkt en wat niet. Vervolgens een paar jaar om ook de 'demandeurs de rien' aan de onderhandelingstafel te krijgen en een akkoord te zoeken.

Politiek moeras

Net zoals vroeger blijft het een politiek moeras waarin zelfs wie de meest voorzichtige stap zet al snel begint weg te zinken. Dat komt omdat Vlamingen en Franstaligen een andere visie op het federale België hebben.

Vlamingen zien België als een land met twee taalgemeenschappen, die elkaar in evenwicht houden qua ministers in de federale regering én in de Brusselse regering. In de eerste zijn de Franstaligen demografisch-electoraal in de minderheid, in de tweede de Vlamingen. In de Vlaamse visie is Brussel daarbij een logisch onderdeel van Vlaanderen, dat weliswaar gedeeld wordt met de Franstaligen.

Franstaligen vinden dat Brussel Wallonië niet is en zien een federalisme met drie. Voor hen moet Brussel een apart gewest zijn. Beetje bij beetje hebben ze Brussel in die richting kunnen doen evolueren.

Franstaligen vinden dat Brussel Wallonië niet is en zien een federalisme met drie. Voor hen moet Brussel een apart gewest zijn. Beetje bij beetje hebben ze Brussel in die richting kunnen doen evolueren. Het gewest keert sinds de zesde staatshervorming bijvoorbeeld zelf de kinderbijslag uit.

Het interessante is dat die strijd rond Brussel nu is vertaald in een politiek cijferspelletje. PS-voorzitter Paul Magnette is voorstander van een federalisme met vier: Vlaanderen, Brussel, Wallonië én de Duitstalige Gemeenschap. Het is een logisch verlengde van het federalisme met drie, waarbij Brussel al apart was.

Cijferspelletje

Verlinden stelde deze week het federalisme met 'twee plus twee' voor, waarin Vlaanderen en Wallonië volwaardige gewesten zijn, en Brussel en de Duitstalige Gemeenschap net iets minder. Twee plus twee is in die zin een logisch verlengde van het federalisme met twee.

Het verklaart waarom een ogenschijnlijk onschuldig cijferspelletje een open zenuw raakte bij de Franstaligen in Brussel. Want hoe kan je de hoofdstad scheiden die economisch en internationaal cruciaal is voor Vlaanderen, omringd is door het Vlaams Gewest, maar demografisch, cultureel en politiek door Franstaligen gedomineerd wordt? En in welke mate zitten de federale regeringspartijen op één lijn met de N-VA, die nodig zal zijn voor een tweederdemeerderheid hierover?

Vier staat in deze niet gelijk aan twee plus twee. En coronanoodzaak of niet, het zal deze keer langer dan tien jaar duren om dat sommetje toch te doen kloppen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud