Senior writer

De Vlaamse regering wijst een bod van Punch Metals af om de perserij van Ford Genk over te nemen, omdat ze twijfels heeft over de stevigheid van het businessplan. Terecht.

De Vlaamse regering lijkt niet te zullen ingaan op het voorstel van Punch Metals, het bedrijf van ondernemer Guido Dumarey, om de perserij van Ford Genk over te nemen. Hij is de enige kandidaat. De regering-Bourgeois laat daarmee de kans voorbij gaan om 225 werknemers aan de slag te houden op de site van Ford in Genk, als die autofabriek eind dit jaar dichtgaat. En op termijn misschien nog 300 meer. Want dat zijn de jobs die Dumarey in het vooruitzicht stelt.

Waarom wordt de kandidaat-overnemer wandelen gestuurd? De Vlaamse regering vindt dat zijn businessplan niet stevig genoeg is. Guido Dumarey biedt onvoldoende garanties dat er de komende jaren genoeg werk zal zijn voor de perserij, hij wil maar een symbolische euro betalen voor het gebouw en de grond en slechts een prikje voor de machines zelf, en steekt tegelijk zijn hand uit voor subsidies.

Dat is de manier waarop Dumarey meestal te werk gaat. Hij biedt aan bedrijven in moeilijkheden over nemen, wil er van de eigenaars een cheque bovenop en van de overheid subsidies om de activiteit voort te zetten en een aantal jobs te vrijwaren. Maar hij steekt er zelf relatief weinig geld in.

Soms werkt het, soms ook niet. Als na verloop van tijd blijkt dat Dumarey de overgenomen bedrijven niet rendabel kan maken, sluit hij de boel. Zonder compassie. Als hij de overname wel tot een succes kan maken - zoals het geval is met de voormalige GM-fabriek voor versnellingsbakken in Straatsburg, waar 1.000 mensen werken - telt hij zijn winst. Het is een opportunistische aanpak. Maar het is óók een manier van ondernemen.

Dat de Vlaamse regering haar twijfels heeft over het overnamevoorstel van Dumarey, is begrijpelijk. De druk om toe te happen is groot, om zo een aantal jobs te redden. Maar als de perserij na een paar jaar niet leefbaar blijkt en de paar honderd werknemers op straat belanden, staat de Vlaamse regering met de billen bloot. Als ze niet gelooft dat het een duurzame oplossing is, moet ze er niet in mee stappen. Bij grote bedrijfsdrama’s, zoals de sluiting van Ford Genk, duiken altijd wel avonturiers op die mooie scenario’s voorspiegelen, maar er alleen op uit zijn een paar interessante brokken mee te pikken. Op hun voorstellen ingaan leidt echter vaak tot nieuwe ontgoochelingen.

De Vlaamse regering doet er goed aan zich niet te laten verleiden tot halfslachtige en wankele oplossingen. Ze moet haar engagement inzake de economische reconversie van Limburg, het aantrekken van andere bedrijfsactiviteiten en de creatie van nieuwe jobs nakomen. Maar alle initiatieven moeten steunen op solide businessplannen en bij voorkeur betrekking hebben op duurzame en toekomstgerichte activiteiten.

Dáár moet de strategie op gericht zijn. En er mag gerust een tandje worden bijgestoken. Want sinds twee jaar geleden de sluiting van de Ford-fabriek in Genk werd aangekondigd, is nog te weinig gebeurd om vervangende industriële activiteiten in Limburg op te starten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud