Uitzichtloos

©Sofie Van Hoof

In Syrië escaleert het geweld. Vier bloedbaden in twee weken tijd. VN-waarnemers die onder vuur liggen. En een regime dat zich tot elke prijs wil handhaven. Een uitzichtloze situatie.

Zestien maanden duurt de opstand tegen de Syrische dictator Bashar al-Assad al. De wapenstilstand, bedongen door voormalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan, bracht geen zoden aan de dijk. Het geweld lijkt alleen maar te escaleren, het aantal slachtoffers toe te nemen. Dat alles onder de ogen van de internationale gemeenschap die hopeloos verdeeld toekijkt.

Pasklare antwoorden zijn er niet. De roep om het vertrek van Assad weerklinkt internationaal steeds luider. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, herhaalde die nogmaals woensdagavond. Maar de dictator geeft voorlopig geen krimp. Integendeel, het regime blijft ‘terroristische groepen’ de schuld geven van de geweldspiraal. En het regime weet zich internationaal gesteund door twee grootmachten.

Rusland en China zijn voorlopig niet bereid hun veto tegen een militair ingrijpen op te bergen. Voor Rusland is Syrië een belangrijke bondgenoot in het Midden-Oosten en dat wil president Vladimir Poetin zo houden. De Chinezen gruwen van inmenging in binnenlandse zaken en steunen daarom de Russen principieel.

Maar zelfs een militair ingrijpen biedt geen pasklaar antwoord. De recente inval in Libië leert dat het verwijderen van een dictator niet automatisch leidt tot een democratie. In Syrië zou een gelijkaardig scenario een wellicht nog geweldadiger vervolg krijgen. En dat kan ook niet de bedoeling zijn.

Het is zonder meer duidelijk dat Syrië afglijdt naar een regelrechte burgeroorlog. Dat is niet zonder gevaar voor de buurlanden. De alawitische minderheid waarop het regime van Assad steunt, heeft machtige bondgenoten in de regio, te beginnen met Iran. Het grote gevaar is dat het Syrische geweld uitwaaiert naar de rest van de regio. In delen van Libanon stijgt de spanning over de Syrische kwestie.

Natuurlijk zou het goed zijn dat Assad de wijsheid zou hebben op te stappen om het land door een overgangsregering te laten leiden. Alleen is de vraag: de overgang naar wat? Daar zit voor de internationale gemeenschap precies de knoop. De Syrische oppositie is een bonte verzameling van belangengroepen, waarvan meer dan één groep verborgen agenda’s heeft. Bovendien sluimeren etnische en religieuze tegenstellingen die nu worden opgepookt. Het geweld tegen de Syrische bevolking is in belangrijke mate een gevolg van al die sluimerende conflicten. En dat geweld moet gestopt worden.

De toestand in Syrië is uitzichtloos. Toch blijft er voorlopig niets anders over dan de diplomatieke druk op te voeren en een scenario klaar te leggen voor de post-Assad-periode. Dat is geen eenvoudige opdracht. De tegenstellingen zijn immers niet zwart-wit. De inzet van het conflict is niet langer lokaal, maar regionaal. Dat maakt dat Syrië een lont in een groot kruitvat is. De eerste opdracht is dat lont te verwijderen om veel erger te voorkomen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud