Valse zekerheid

Vakbonden en directie van de Ford-fabriek waren er als de kippen bij om speculatie over de mogelijke sluiting van de trots van Genk de kop in te drukken. Zelfverzekerde blikken, rustige toon. Maar voor zoveel zelfvertrouwen is niet al te veel reden.

‘Ford Genk blijft natuurlijk open en gaat nieuwe modellen maken vanaf volgend jaar’, zei de woordvoerder van de directie sussend op het journaal. ‘We hebben de garantie dat de nieuwe Mondeo naar Genk komt. Dat staat op papier. Dat is getekend. Dat is een waterdicht contract’, wist de vakbondsafgevaardigde.

Vakbonden en directie van de Ford-fabriek waren er zondag als de kippen bij om speculatie over de mogelijke sluiting van de trots van Genk de kop in te drukken. Zelfverzekerde blikken, rustige toon. Maar voor zoveel zelfvertrouwen is niet al te veel reden.

Feit is dat de Ford-fabriek in Genk er niet zo goed voor staat en dat er een aantal onrustbarende voortekenen zijn. Allereerst is er de Europese automarkt. Die zieltoogt al jaren en zonder de toch al weinig productieve schrootpremies worden de producenten opnieuw geconfronteerd met een probleem dat al meer dan tien jaar speelt: een overcapaciteit van 20 procent bij de Europese autofabrieken. Dat komt neer op zes volwaardige autofabrieken. Dat zijn situaties die geen enkele sector zich kan permitteren en de laagrenderende auto-industrie al helemaal niet. Fiat-topman Sergio Marchionne zei nog niet zo lang geleden dat het wachten was op het eerste autoconcern dat een nieuwe fabriekssluiting zou aankondigen. Daarna zou de rest snel volgen. PSA Peugeot-Citroën beet uiteindelijk twee weken de spits af door zijn fabriek in het Franse Aulnay-sous-Bois te sluiten. Als Marchionne gelijk krijgt, staat Europa een lawine aan fabriekssluitingen te wachten.

Perfect storm

Voeg bij die structurele overcapaciteit de huidige eurocrisis die mensen uit de showrooms houdt en je hebt een ‘perfect storm’. Niet alleen de Duitse GM-dochter Opel en het Franse PSA Peugeot-Citroën duiken diep in de rode cijfers, ook de Europese divisie van Ford ziet af. Woensdag publiceert het concern zijn halfjaarcijfers en zal blijken hoe ernstig de situatie daadwerkelijk is. De cijfers voor Genk zijn alvast niet gunstig. De fabriek maakt de grootste en duurste modellen uit de Europese Ford-stal: de zakensedan Mondeo en de middelgrote en grote volume-modellen S-Max en Galaxy. Dat zijn auto’s die het in tijden van recessie sowieso moeilijk hebben. Op de koop toe zijn alle drie de modellen zo’n beetje tegelijkertijd aan het einde van hun levenscyclus en daardoor in de showroom steeds minder geliefd: kopers wachten liever op de opvolger die zich op zijn vroegst volgend jaar aandient.

Uitstel

De Genkse fabriek draait daardoor op amper 70 procent van zijn capaciteit. In de eerste helft van het jaar telde de fabriek niet minder dan 45 dagen van economische werkloosheid. Tot overmaat van ramp zijn de investeringen die nodig zijn om de fabriek voor te bereiden op de komst van de nieuwe Mondeo voorlopig voor onbepaalde tijd uitgesteld om ‘technische en financiële redenen’. Daaarmee kan de Ford-directie zowat het hele scala aan redenen voor uitstel dekken.

Reputatie

Daar komt nog bij dat Ford Genk de afgelopen jaren geen al te beste reputatie heeft opgebouwd bij de Europese en Amerikaanse directie van het concern. Vooral op het Amerikaanse Ford-hoofdkwartier in Dearborn was de ergernis groot toen het personeel van de fabriek begin 2008 twee dagen het werk neerlegde uit protest tegen de hoge inflatie en de werkdruk. En ook de onderhandelingen over de voorwaarden om de toekenning van de nieuwe Mondeo binnen te halen verliepen traag.

Vlaanderen

Om die cruciale nieuwe Mondeo binnen te halen moest tot het uiterste worden gegaan. De Vlaamse overheid tast al jarenlang diep in de buidel om de fabriek in Genk te ondersteunen. Vorige maand nog toucheerde het Amerikaanse concern een subsidie van 28 miljoen euro aan opleidings- en investeringssubsidie van de Vlaamse overheid. De Europese Commissie kijkt argwanend mee en floot de Vlaamse regering eerder al eens terug wegens een te ruimhartig subsidiebeleid voor Ford. Veel meer kan de overheid dus niet doen en moet het ook niet willen doen. Opleidings- en investeringssubsidies of slooppremies lossen immers het structurele overschot aan autofabrieken in Europa niet op.

In dat licht is er geen enkele reden voor de directie en de werknemers van Ford Genk om op beide oren te gaan slapen. Schriftelijke garanties zijn maar zolang geldig als beide partijen ze willen nakomen. In tijden van crisis stellen verklaringen die zwart-op-wit staan niet zo veel voor. De werknemers van de Opel-fabriek in Antwerpen kregen het vooruitzicht op de toewijzing van een kleine terreinwagen om een productievermindering van de Astra te compenseren. De terreinwagen kwam nooit en de fabriek is al lang gesloten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud