Vlaanderen heeft het gehad met het vals spelen van de Franstaligen inzake de verdeling van de artsenquota. Het zal de afspraken ook niet meer respecteren.

Als één speler zich keer op keer niet aan de spelregels houdt, maar door de scheidsrechter nooit tot de orde wordt geroepen, kan je het de andere spelers niet kwalijk nemen dat ook zij zich op den duur niet meer door de spelregels gebonden achten.

De N-VA, Open VLD en CD&V hebben in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord afgesproken dat Vlaanderen voortaan zelf bepaalt hoeveel studenten het toelaat tot de opleiding voor arts of tandarts. Dat zal gebeuren in functie van de Vlaamse zorgnoden.

Vlaanderen plooit zich niet langer naar het federale advies ter zake, ‘dat Vlaanderen al twintig jaar als enige opvolgt’, zoals het in het regeerakkoord luidt in een passage die tot dusver onderbelicht is gebleven.

De artsenquota zijn een middel om overconsumptie in de gezondheidszorg tegen te gaan en het budget ervan beheersbaar te houden.

Dat is een duidelijke sneer naar de Franse Gemeenschap, die de afspraken over de verdeling van de artsenquota altijd aan haar laars heeft gelapt, en naar de federale overheid, die heeft laten betijen.

Overconsumptie

De discussie is niet zonder belang. De quota voor artsen en tandartsen werden ingevoerd om de overconsumptie in de zorgsector af te remmen en het beslag dat die legt op de financiële middelen van de ziekteverzekering. De zorgverstrekking wordt immers gesubsidieerd.

Vlaanderen plooide zich naar die quota, door via een examen de toegang tot de studies van arts en tandarts te beperken. In Franstalig België gebeurde dat niet. Toen er vervolgens te veel artsen en tandartsen afstudeerden, kwamen de Franstaligen aandraven met het argument dat men de studenten, na hun jarenlange studies, toch niet de toegang tot het beroep kon beletten.

Federaal minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Open VLD) boog uiteindelijk voor de Franstalige druk, op voorwaarde dat er in Franstalige België ook een toelatingsexamen kwam. Dat gebeurde. Maar de Franstaligen bleken hardleers. Ze lieten bijna dubbel zoveel studenten in het toelatingsexamen slagen dan er uiteindelijk volgens de afgesproken quota na hun studies een erkenning konden krijgen. De Franstaligen proberen dus hun truc te herhalen.

De nieuwe Vlaamse regering heeft geen ongelijk. Het is naïef het braafste jongetje van de klas te willen zijn.

Vlaanderen vindt nu dat het welletjes is geweest. Als Franstalig België de federale afspraken niet loyaal uitvoert, doet Vlaanderen het ook niet meer. De nieuwe Vlaamse regering heeft geen ongelijk. Het is naïef het braafste jongetje van de klas te willen zijn. Vlaanderen zal de federale afspraken over de artsenquota niet langer volgen en daarover zelf beslissen.

Daarmee zegt het de federale regering de wacht aan. Die heeft de keuze: ofwel Franstalig België dwingen zich te schikken naar de federaal afgesproken verdeling van de artsenquota, ofwel aanvaarden dat ze haar gezag daarover kwijt is en de regio’s hun eigen koers varen.

Dat laatste heeft verreikende gevolgen. Want het heeft implicaties voor het federale budget van de ziekteverzekering. De federale overheid kan moeilijk aanvaarden dat de regio’s daar naar goeddunken in graaien. De onvermijdelijke volgende stap is de regionalisering van dat budget, of een deel ervan, wat neerkomt op een (verdere) splitsing van de sociale zekerheid. De N-VA zal daar niet rouwig om zijn. Maar is het dat wat de Franstaligen willen?

Lees verder

Tijd Connect