Redacteur Politiek

Is er nog leven in het centrum van de Belgische politiek? Dat is de grote vraag waar de onderhandelaars van een Vivaldi-coalitie voor staan, twee weken voor hun deadline van 1 oktober.

De politieke partijen die aan een federale regering werken, willen bruggen bouwen die niet evident zijn. Dat staat in de aanhef van de bijna honderd pagina's dikke onderhandelingsnota, die De Tijd kon inkijken. 'Een beleidsploeg kan maar vertrouwen wekken door resultaten te boeken in een sfeer van samenwerking, niet in permanent conflict.'

In de bijna honderd pagina's valt vooral de afwezigheid van radicale ideeën op. Bedrijfswagens worden niet afgeschaft, maar gebruikt als paardenmiddel om het Belgische wagenpark te vergroenen. Kerncentrales gaan nog niet onherroepelijk dicht. Nieuwe belastingen of besparingen zijn niet bepaald. Op asiel en migratie of de economische koers van de regering-Michel dient zich geen scherpe koerswijziging aan. De bedoeling blijft bijvoorbeeld dat 80 procent van de Belgen die de leeftijd hebben om te kunnen werken, dat ook doen.

Deels komt dat omdat de onderhandelingen nog volop bezig zijn en de hardste gevechten nog komen. Die zullen gaan over hoe een minimumpensioen van 1.500 euro per maand betaalbaar wordt, over hoe de sterkste schouders de zwaarste lasten kunnen dragen zonder het ondernemerschap te fnuiken, over kerncentrales en over een staatshervorming.

Geleidelijkheid

Maar deels komt het ook omdat liberalen, socialisten, groenen en CD&V elkaar in het midden moeten vinden. We zijn het op den duur niet meer gewoon, na verkiezingen die door de twee extremen van het Belgische politieke spectrum zijn gewonnen en door het vaak ruwe politieke debat.

Wie de onderhandelingstekst leest, ziet niet alleen dat de onderhandelaars bruggen bouwen, maar vooral de lange weg van de geleidelijkheid.

Het punt blijft dat de campagne en het debat zich op de tegenstelling enten, maar dat politiek beleid het best in het centrum van de politiek groeit. Alleen is dat na een verkiezingsuitslag die zich kenmerkte door radicalisering een moedige keuze geworden. Ze wordt nu gemaakt. Wie de onderhandelingstekst leest, stelt vast dat de onderhandelaars niet alleen bruggen bouwen, maar ziet doorheen het glooiende Belgische landschap, van de kust tot de Ardennen, vooral de lange weg van de geleidelijkheid lopen.

De belangrijkste vraag wordt daarom of die weg ons tijdig op de gewenste bestemming brengt. Ze dringt zich op voor de politieke partijen, die wellicht zonder grote ideologische trofeeën voor zichzelf in deze regering een groeiverhaal moeten schrijven. Dat de felbelaagde regering-Di Rupo destijds zetels won in de verkiezingen van 2014 toont dat het kan, maar het wordt niet evident.

De vraag rijst ook voor de burger die resultaten van het beleid verwacht. Is er tijd genoeg om de klimaatomslag te bereiken via de weg van de geleidelijkheid? Hebben we de luxe om in tien jaar tijd de begroting in evenwicht te brengen? Krijgen we snel genoeg meer mensen aan het werk? Hoe lang verdragen we dat Justitie ondermaats traag werkt en dat de fiscaliteit nodeloos complex is?

Vandaaruit tekent zich een vraag af die zelfs de regeringsgesprekken overstijgt: is er nog leven in het midden van de Belgische politiek?

Lees verder

Gesponsorde inhoud