Redacteur Politiek

Beetje bij beetje tekenen zich de contouren af van een centrumregering die vooral stabiliteit zoekt, gecombineerd met de hogere pensioenen waar de winnaars van de verkiezingen om vroegen. Al zijn er belangrijke losse eindjes.

Daar is het dan, na enkele mislukte landingen: het regeerakkoord van de regering-De Croo. Officiële teksten zijn er nog niet. Begrotingstabellen evenmin. Ook is enig voorbehoud nodig, omdat de partijcongressen zich nog achter het akkoord moeten scharen. Toch is een eerste lezing mogelijk op basis van wat al duidelijk is.

Een belangrijke opdracht van de regering in de eerste weken valt op de schouders van premier Alexander De Croo (Open VLD): een duidelijker coronabeleid voeren dat de baan houdt tot er een vaccin is. De wissel van de macht is het uitgelezen moment om de breuk te maken met de te grote kakofonie van de regering-Wilmès.

Ook op een ander punt maakt de regering een breuk: de minimumpensioenen stijgen naar 1.500 euro, al is het nog uitkijken naar de voorwaarden en de snelheid. Hier neemt de regering een van de belangrijkste campagne-eisen van de twee winnaars van de verkiezingen over: de PVDA en het Vlaams Belang.

Op veel andere punten valt vooral op hoe de nieuwe regering géén breuk maakt. Er komt tot nader order geen meerwaardebelasting. Die lag in onderhandelingen tussen de PS en de N-VA wel op tafel, deels gecompenseerd door een lagere roerende voorheffing. Er komt geen effectentaks, wat de gesel van de liberalen in de regering-Di Rupo was.

De enige belasting die zich op dit moment aandient, is een minimumbelasting op bedrijven die meer dan 1 miljoen euro winst boeken maar daar niets op betalen. Alles hangt af van de details: slecht uitgevoerd holt dit de hervorming van de vennootschapsbelasting uit, goed uitgevoerd kan het passen in de Europese logica van de ATAD-richtlijnen tegen fiscale sluiproutes.

Ook op asiel en migratie lijkt de grote breuk uit te blijven. Dat geldt eveneens voor de ethische dossiers, waar CD&V een vetorecht lijkt te hebben gekregen op een verdere versoepeling. Hetzelfde lijkt te gelden in de dossiers arbeidsmarkt en concurrentiekracht, al blijft het wachten op details. Ook de economische steun om bedrijven door de coronarecessie te helpen loopt nog even door.

Andere punten waar wellicht een grote consensus over bestaat, zijn de investeringen in justitie en politie, wat tot de kerntaken van de overheid behoort. En investeringen in het spoor en digitale technologie, wat aansluit bij de richting die de Vlaamse regering deze week in sloeg.

Als er bewogen wordt, gebeurt het in kleine stapjes. Het fiscaal voordeel voor de bedrijfswagens blijft bestaan, maar het salariswagenpark wordt gebruikt om de elektrische auto versneld op de Belgische wegen in te voeren. Dat is een pragmatische keuze, omdat het toelaat op bedrijfsparkings te starten met de infrastructuur aan laadpalen.

Het zijn echter vooral de losse eindjes die verontrusten. Sommige compromissen zien er namelijk lelijker uit. Dat de fiscale amnestie eind deze legislatuur verdwijnt, is geen goed idee. En dat nog een jaar gewacht wordt om te beslissen of de laatste kerncentrales dichtgaan, leidt tot onzekerheid die kan wegen op investeringen.

Dé grote vraag blijft gaan over de centen. Hoeveel financiële kracht zit in dit centrumbeleid? Hoelang blijven de Belgische overheidsfinanciën nog financieel kwetsbaar? Komen bij latere begrotingsrondes toch belastingen op tafel, zoals telkens gebeurde in de regering-Di Rupo?

Daar zit misschien wel het meest verontrustende losse eindje. Dat de regering zal streven naar 'een eerlijke bijdrage van die personen die het grootste vermogen hebben om bij te dragen, met respect voor het ondernemerschap', zoals in het regeerakkoord zou staan, toont dat de kwestie niet van tafel is. Bij volgende begrotingsrondes komt ze terug.

Die losse eindjes leiden tot de politieke vraag over deze coalitie. Hoeveel politieke kracht zit in dit centrumbeleid? De vorige verkiezingen waren ongezien omdat alleen de twee extreme partijen echt wonnen en vrijwel iedereen in het midden van het politieke spectrum verloor. Het is vanuit dat midden dat vandaag het beleid weer vorm krijgt.

Ergens kan dat niet anders, omdat op die plek de politieke raakvlakken en de kiemen van de consensus liggen. Toch weerklinkt veel colère dat alleen de Vlaamse verliezers van de verkiezingen weer besturen, ook al hebben ze in de Kamer samen met de Franstalige regeringspartijen een ruime Belgische meerderheid. De vraag wordt of de druk van het Vlaams Belang en de PVDA dat centrum dichter bij elkaar brengt, of op een bepaald moment uit elkaar duwt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud