Stefaan Michielsen

Een vastgoedbelegging is vast goed, redeneren steeds meer Belgen. Maar de grote populariteit van vastgoedbeleggingen houdt ook risico’s in. Voor de gezinnen, voor de banken en voor de economie.

Op de Heizel in Brussel opende gisteren de jaarlijkse bouwbeurs Batibouw de deuren. Het wordt weer over de koppen lopen. De Belgen hebben traditioneel een baksteen in de maag. En nu de economie opnieuw in betere doen is, wakkert dat de interesse voor alles wat met bouwen, verbouwen en vastgoed te maken heeft verder aan.

De woningprijzen in België zitten al enkele jaren stevig in de lift. Een huis kost nu gemiddeld 240.000 euro, 8,6 procent meer dan vijf jaar geleden, blijkt uit cijfers van de notarissen. En er worden, vooral in Vlaanderen, ook in landelijke gemeenten, veel nieuwe appartementen gebouwd. Voor eigen gebruik. Of als belegging.

Een belegging in vastgoed is vast goed, redeneren vele Belgen, met een behoorlijk huurrendement en een haast zekere meerwaarde op termijn er bovenop.

In haar vandaag gepubliceerde jaarverslag stipt de Nationale Bank aan dat de Belgische gezinnen met de nieuwe spaarcenten die ze opzijzetten geen financiële producten meer kopen. Ze investeren het in vastgoed. Dat heeft te maken met de lage rente. De meeste financiële beleggingen brengen nog amper iets op, terwijl woonkredieten er spotgoedkoop door zijn geworden. Een belegging in vastgoed is vast goed, redeneren vele Belgen, met een behoorlijk huurrendement en een haast zekere meerwaarde op termijn er bovenop.

De grotere vraag naar vastgoed stuwt de prijzen ervan op. De woningprijzen in België, gecorrigeerd voor inflatie, liggen vandaag 75 procent hoger dan in 2000. Geen van onze buurlanden, Frankrijk uitgezonderd, kende over die periode zo’n sterke prijshausse. Toch acht de Nationale Bank de woningprijzen in ons land slechts 6,5 procent overgewaardeerd, rekening gehouden met het inkomen van de gezinnen, de rentestand en de demografische ontwikkelingen.

Geen reden tot grote bezorgdheid dus? Dat wil de Nationale Bank ook weer niet gezegd hebben. Ze wijst erop dat de vastgoedprijzen ‘aanzienlijk’ kunnen dalen als de rente stijgt, of als de inkomens van de gezinnen erop achteruit gaan omdat bijvoorbeeld de kostwinners werkloos worden tijdens een economische recessie.

De Nationale Bank moet op de vastgoedmarkt een brandje blussen dat ze zelf mee aangestoken heeft.

Dat kan een probleem worden. Voor de gezinnen die zich in de schulden hebben gestoken om hun vastgoedaankoop te financieren. En voor de banken die de hypotheekleningen hebben verstrekt. De Nationale Bank gewaagt in haar jaarverslag van een ‘geleidelijke opbouw van systeemrisico’s’ in de banksector als gevolg van de gestage prijsstijgingen op de vastgoedmarkt in België en de sterke toename van de schuldgraad van de gezinnen.

Om te voorkomen dat er ongelukken van komen, wil de Nationale Bank de banken verplichten extra kapitaalbuffers aan te leggen voor de woonkredieten die ze in portefeuille hebben, om zo de verstrekking van hypotheekleningen wat af te remmen en de vastgoedmarkt enigszins af te koelen. De Nationale Bank maakt er zich niet populair mee bij de kandidaat-kopers, want de maatregel dreigt de woonkredieten duurder te maken.

Het bizarre van dit verhaal is dat de Nationale Bank een brandje moet blussen dat ze zelf mee heeft aangestoken door als een van de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken de rente zo lang zo laag te houden. De monetaire beleidsmakers hebben daardoor enkele grote risico’s gecreëerd voor de economie en de financiële sector. De Nationale Bank noemt dat in haar jaarverslag ‘kwetsbaarheden’. Dat is een eufemisme.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content