De hoogst ontransparante Koninklijke Schenking is een relict uit het verleden, dat geen plaats heeft in een modern staatsbestel.

De Belgische staat is eigenaar van een uitgebreid vastgoedpatrimonium waarvan de waarde niet bekend is, waaraan hij amper iets te zeggen heeft, maar waarvan hij wel een groot deel van de kosten moet dragen. Het gaat om de Koninklijke Schenking, een vehikel waarin gebouwen, parken en gronden zitten die koning Leopold II ruim honderd jaar geleden aan de staat heeft geschonken.

Wantrouw de koningen als ze met geschenken komen. De voorwaarden die Leopold II eraan koppelde, bemoeilijken een efficiënt beheer van het patrimonium. Hoewel het oorspronkelijk misschien niet helemaal de bedoeling was, is de Koninklijke Schenking geëvolueerd naar een instrument dat de koninklijke familie gebruikt om belangrijke kosten op de overheid - de belastingbetalers - af te wentelen. Dat kon en kan omdat de bevoegde ministers en regeringen dat hebben toegestaan.

Immo royal 

De Koninklijke Schenking is een unieke constructie in de wereld die 7.500 hectare vastgoed beheert. Journalisten van De Tijd, Knack, Apache en VRT NWS voerden voor het eerst in 90 jaar diepgaand onderzoek naar haar patrimonium.

Lees er alles over op www.tijd.be/immoroyal. Een overzicht van alle eigendommen vindt u op www.koningshuizen.be.

Het leidt ertoe dat de Koninklijke Schenking - staatseigendommen - niet wordt beheerd in het algemeen belang maar vooral in dat van de koninklijke familie. Die belangen lopen niet altijd gelijk. Het evenwicht is zoek.

Wie betaalt?

Het is niet ongewoon dat de vorst en zijn nauwste verwanten kunnen gebruikmaken, ook privé, van gebouwen die de overheid hun ter beschikking stelt. Maar de afspraken daarover moeten duidelijk zijn, ook over wie wat betaalt. Dat is niet het geval. Er is een gebrek aan transparantie over de Koninklijke Schenking, over de waarde van haar patrimonium, over de financiële stromen, en over wie welke kosten draagt.

Het is onduidelijk in welke mate de overheden - het zijn er verschillende - de Koninklijke Schenking subsidiëren. Die hoort in principe zelfbedruipend zijn: ze moet haar eigen inkomsten gebruiken om de kosten voor het onderhoud en de renovatie van de gebouwen te financieren. Dat is de theorie. De praktijk is heel anders.

De burgers hebben het recht te weten wat het instituut monarchie werkelijk kost.

Het is moeilijk een beeld te krijgen van de geldstromen rond de Schenking. De beheerraad van die openbare instelling, waarin nochtans vertegenwoordigers van de overheid zitten, legt daarover geen publieke verantwoording af. De jaarrekeningen die ze opstelt, zijn erg summier en pas sinds kort worden enkele cijfers daaruit openbaar gemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën.

Goede rekeningen en goede afspraken maken goede vrienden. De burgers van dit land hebben het recht te weten wat de werkelijke kostprijs is van de monarchie, een belangrijk onderdeel van ons grondwettelijk staatsbestel. Het parlement beslist over de middelen die de koning krijgt om zijn functie van staatshoofd uit te oefenen en over de dotatie die aan sommige andere leden van de koninklijke familie wordt toegekend. Zo hoort het. Het ondersteunt de politieke en democratische legitimiteit van het instituut koningshuis.

Het geeft geen pas dat daarnaast, op zijn Belgisch, andere financieringen worden georganiseerd die grotendeels aan de parlementaire controle ontsnappen. De ontransparante Koninklijke Schenking is een relict van het verleden, dat geen plaats heeft in een moderne staatsvoering. Het moet op de schop. Voorbeelden uit het buitenland bewijzen dat het anders kan.

Lees verder

Gesponsorde inhoud