Verloren strijd

©mfn online editor import

De sluiting van de Luikse staalfabrieken dwingt de Waalse regering werk te maken van een ander industrieel beleid. Het heeft geen zin geld en energie in een verloren zaak te steken.

Verontwaardiging, woede en bitterheid heersen in Wallonië over de beslissing van ArcelorMittal om het grootste deel van zijn bedrijvigheid in Luik stop te zetten. Begrijpelijk. Maandenlang heeft de Indiase staalgroep de werknemers en de Waalse regering aan het lijntje gehouden met beloften over nieuwe investeringen in de koudwalserij, als compensatie voor het sluiten van de hoogovens. Om uiteindelijk een radicaal andere beslissing te nemen.

In anderhalf jaar tijd schrapt ArcelorMittal in het Luikse staalbekken 2.100 jobs.  Als je daar nog van een staalbekken kan spreken. Met de beslissing van gisteren heeft ArcelorMittal de staalindustrie in Luik de doodsteek gegeven. Want de enkele activiteiten die de groep in de Vurige Stede behoudt, zijn niet meer dan symbolisch.

De sluiting van fabrieken en het schrappen van honderden jobs, die boodschap komt altijd keihard aan, of ze nu gebracht wordt door een Indiase staalreus, een Amerikaanse autofabrikant of een Vlaamse staaldraadproducent. Natuurlijk lokt dat emotionele reacties uit. De Waalse minister van Economie Jean-Claude Marcourt sprak van ‘verraad’, er werd uitgehaald naar het ‘wilde kapitalisme’, de beslissing van ArcelorMittal werd ‘schandalig’ genoemd.

 

Maar de sluiting van de Luikse staalfabrieken komt niet uit de lucht vallen. Ze is wel degelijk het gevolg van economische factoren. Door de crisis is de vraag naar staal in Europa sterk gedaald. Er is overcapaciteit, de markt wordt overspoeld met goedkoop staal uit China. De minst rendabele fabrieken worden dan het eerst gesloten. Niet alleen in Luik, niet alleen door ArcelorMittal. Duferco snoeide enkele maanden geleden ook al fors in zijn vestigingen in Charleroi en La Louvière, het Russische NLMK deed hetzelfde in La Louvière.

Een nationalisering van het Luikse staal, zoals gevraagd door de vakbonden, staat niet op de agenda van de Waalse regering. Dat leidt inderdaad nergens toe. Ze wil wel op zoek gaan naar een investeerder die de fabrieken voort wil exploiteren. Maar de kans dat ze die vindt, is klein. De economische omstandigheden zijn voor iedereen slecht, de handicaps van het Luikse bekken kunnen niet worden weggetoverd. Dat de staalindustrie in onze contreien verdwijnt, met kleine en grote schokken, is een niet te stoppen ontwikkeling.

 

De Waalse regering zit met dezelfde uitdaging als de Vlaamse regering na de sluiting van Ford Genk. Ze moet een industrieel beleid uitwerken gericht op het aantrekken van nieuwe beloftevolle activiteiten. Dat veronderstelt een gunstig investerings- en ondernemingsklimaat. Goede sociale verhoudingen ook. Dáár moet werk van gemaakt worden, ook in Wallonië. Uiteraard moet ze daarin gesteund worden door de federale regering die op haar terrein eveneens veel kan doen.

Jammeren over de uitwassen van het kapitalisme, tijd, energie en geld steken in een verloren zaak, het heeft weinig zin. Dat zijn achterhoedegevechten. Er moet vooruitgekeken worden, er moet worden gebouwd aan een nieuwe toekomst.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud