Senior writer

Ook in Europa bestaat een bloeiende start-upscène. Maar als het ambieert ook in de digitale economie een leidende rol te spelen, zal Europa toch een versnelling hoger moeten schakelen.

De wereld digitaliseert snel. Silicon Valley in de VS, met zijn vele techbedrijven, heeft de leiding genomen in dat proces. Maar ook in Europa gebeurt heel wat. De Tijd richt vanaf vandaag een week lang de schijnwerpers op de bloeiende start-upwereld in enkele Europese steden. Want Europa heeft ook veel knappe koppen, ook hier zijn er tal van jonge bedrijven die fraaie dingen realiseren. Spotify bijvoorbeeld, ontstaan in Stockholm, is uitgegroeid tot een wereldspeler in de verkoop van digitale muziek.

Maar het is helaas een uitzondering. De grote spelers op de digitale consumentenmarkt zijn Amerikaanse bedrijven als Google, Amazon, Facebook, Uber of Netflix. Die kunnen profiteren van de Angelsaksische culturele hegemonie en hebben in het zog van Coca-Cola en McDonald’s de wereld veroverd. En nu rukken ook Chinese bedrijven op, die hun gigantische binnenlandse markt als geweldige springplank kunnen gebruiken.

Europese digitale bedrijven hebben het moeilijk om hun voet daar naast te zetten. Europa is nochtans ook een grote markt. Op papier eengemaakt, maar in de praktijk nog te veel versnipperd. Verschillende culturen, andere regels. ‘Maak een Google in België mogelijk’, riep De Tijd de beleidsmakers drie jaar geleden op. Maar drie jaar later zijn daarvoor nog geen grote stappen gezet. Europa kampt met dezelfde uitdaging. Er zijn tal van boeiende en beloftevolle ideeën en initiatieven. Maar uitgroeien tot grotere spelers, dat is moeilijk.

De Franse digitale ondernemer en investeerder Xavier Niel wijst in een interview verderop in deze krant op de tere plek: Europa heeft een aandeel van 25 procent in de wereldeconomie, maar slechts van 3 procent in de waarde van de techbedrijven wereldwijd. We staan sterk in de oude economie, maar dreigen de boot van de digitale economie compleet te missen.

Om dat te vermijden is een algemene mobilisatie nodig. We moeten een versnelling hoger schakelen. Er moet meer worden geïnvesteerd in technologisch onderzoek en ontwikkeling. Ook door de overheid, al vereist dat dat er wat wordt beknibbeld op de middelen voor het organiseren van allerlei sociale vangnetten. Dat is een keuze voor de toekomst. Studenten moeten worden aangemoedigd te kiezen voor technologische richtingen.

Ondernemerschap moet nog sterker worden gestimuleerd. Dat houdt in dat de samenleving en de publieke opinie positiever moeten aankijken tegen ondernemen en geld verdienen. Een flinke portie individuele risicobereidheid en gezonde vechtlust is ook welkom, in plaats van voor alles en nog wat op de zorgende hand van de overheid te rekenen. De digitale omwenteling biedt veel kansen. Maar wie die niet resoluut grijpt, dreigt in het kamp van de verliezers te belanden.

Lees verder

Gesponsorde inhoud