Bart Haeck

Het begrotingstekort van nu dreigt de belasting van na 2019 te worden. Er is reden om te vrezen dat dat tekort veel groter uitvalt dan de regering toegeeft.

Alleen de federale regering zelf lijkt nog te geloven dat in de begroting voor 2019 een gat zal zitten dat slechts 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedraagt. Het Planbureau, dat de economische vooruitzichten voor de federale overheid opmaakt, gaat ervan uit dat het gat veel groter zal zijn: 1,8 procent van het bbp. Dat scheelt al snel 5 miljard euro, grofweg het gezamenlijke budget van Justitie, Buitenlandse Zaken en de voltallige fiscus.

Het tekort komt niet uit de lucht vallen. In juni raamde de Nationale Bank het ook al op 1,8 procent. Het Monitoringcomité, de groep topambtenaren die de begroting opvolgt, waarschuwde vlak voor de zomer de regering expliciet dat ze onrealistisch optimistisch was geworden. De regering negeerde dat advies. Nu herinnert het Planbureau de regering er opnieuw aan dat zonder ingrepen het tekort uitkomt op 1,8 procent van het bbp.

Als de vraag voorligt of ze belastingen invoert, uitgaven schrapt of de begroting laat ontsporen, kiest de regering voor dat laatste.

De volledigheid gebiedt te melden dat de regering deze zomer beslissingen nam die de situatie beter kunnen maken. Maar zelfs de arbeidsdeal, die jobs moet opleveren, helpt de begroting volgens de regering slechts met 500 miljoen euro vooruit. Dat is één promille van het bbp, en niet voldoende om de begroting op koers te houden.

Deze regering heeft wel degelijk bijzonder belangrijke hervormingen doorgevoerd. Werken is fiscaal aantrekkelijker geworden. De vennootschapsbelasting is aantrekkelijker geworden en helpt investeringen aantrekken. Er is een veiligheidscultuur ontstaan die ontbrak in België. Er is een terechte focus op jobs en investeringen. Niet alle 57.000 jobs die alleen al dit jaar ontstaan, komen op het conto van de regering, maar haar beleid - vooral de taxshift - heeft er zeker toe bijgedragen.

Maar de bijbehorende stap - al die beslissingen betaalbaar maken door uitgaven te schrappen - is niet gebeurd. Het politieke kapitaal van deze regering om te besparen en dieper te hervormen lijkt opgebruikt. Als de vraag voorligt of ze belastingen invoert, uitgaven schrapt of de begroting laat ontsporen, kiest ze voor dat laatste. Omdat de electorale rekenkunde simpel maar hard is: de kiezer wordt doorgaans kwader van nieuwe belastingen of nieuwe besparingen dan van een ontspoorde begroting. Velen snappen het niet eens. En uiteindelijk is het probleem niet voor deze generatie belastingbetalers, maar voor de volgende.

Toch blijft het wrang om te zien hoe het maar niet lukt het budget op orde te krijgen en de welvaartsstaat betaalbaarder te maken. Als deze regering, in een onuitgegeven coalitie zonder linkse Franstalige partij, er al niet in slaagt het budget goed te krijgen, wie dan wél?

Ja, het gat in de begroting is kleiner geworden dan in 2014, maar de regering heeft kunnen meesurfen op de historisch lage rente. Voor een land dat kreunt onder een zware schuldenlast scheelt dat een slok op een borrel. Maar de rente blijft niet eeuwig laag.

Bovendien nemen de almaar stijgende pensioenuitgaven nú al een almaar groter deel van het totale budget voor hun rekening. Ook dat zogenaamde koekoeksjongeffect wordt de komende jaren alleen maar erger.

De harde cijfers van het Planbureau leren dat de volgende regering wellicht een gat in de begroting erft van rond 8 miljard euro. Dat worden dus de nieuwe besparingen voor het jaar 2020. Of, naargelang wie aan de macht komt, nieuwe belastingen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content