Exact zes jaar geleden bereikten Europese aandelen hun dieptepunt in de nasleep van de bankencrisis. Niemand durfde kopen. Zes jaar laten zijn de koersen ruim verdubbeld en durft niemand verkopen.

Eerlijk: hoezeer we de scherpe pen van Warren Buffett bewonderen, de jongste brief van de bekende Amerikaanse belegger aan de medeaandeelhouders van zijn 360 miljard dollar grote speeltuin Berkshire Hathaway was een sof. Maar gelukkig staan alle andere brieven sinds 1977 online en die verzamelde beleggersbrieven zijn beter (en goedkoper) dan eender welk ander beleggershandboek.

Een professioneel belegger met flink wat kilometers op de teller gaf ons vorige week het advies nog eens Buffetts brief uit 2000 te herlezen, dat online floepte net voor Nasdaq 15 jaar geleden zijn - pas heroverde - dotcompiek bereikte. Het 'orakel van Omaha' stelde toen vast dat zotte beurskoersen perfect mogelijk zijn als beleggers niet langer focussen op 'fundamentals' als winst of cashflow, maar speculeren dat een grotere gek straks nóg meer zal willen betalen. Nu citeren we letterlijk:

'De dunne lijn tussen investeren en speculeren wordt nog dunner als de meeste marktspelers recent van triomfen genoten. Niets verdooft het gezond verstand meer dan een grote scheut gemakkelijk geld. Beleggers worden dan zoals Assepoester op het bal. Ze weten dat als ze te lang blijven ze met pompoenen en muizen achterblijven. Maar tegelijk willen ze geen minuut van een fantastische fuif missen. Gevolg: alle feestvierders denken dat zij vlak voor middernacht naar buiten zullen kunnen. Er is maar één probleem: ze dansen in een zaal waar de klokken geen wijzers hebben.'

Net als in 2000 en 2007 horen we nu van zowat alle beursstrategen dat er 'echt geen alternatieven' zijn voor aandelen, en aandelen 'relatief goedkoop' zijn. Relatief goedkoop tegenover wat? Tegenover cash waar we tegenwoordig blij mogen zijn als we niet moeten betalen om ons appeltje voor de dorst bij de bank te mogen parkeren? Tegenover het schuldpapier van virtuele bankroete Europese overheden dat in het beste geval 1 procent per jaar rendeert?

Onder Mario Draghi, Ben Bernanke en Janet Yellen zijn centraal bankiers de hofleveranciers van fuifmateriaal geworden, die snel extra prik aanleveren van zodra er een dip in het feestje dreigt

Net als in 2000 en 2007 komen analisten met alternatieve waarderingen op de proppen om te proberen uit te leggen waarom Lotus Bakeries of Melexis tegen 25 keer de winst nog steeds een koopje zijn, WDP niet te duur is aan een premie van 80 procent op de onderliggende vastgoedportefeuille of AB InBev tegen vier keer de boekwaarde mag noteren. 

Meestal goochelen ze dan met begrippen als 'onderliggende' of 'genormaliseerde' EBITDA. In het communiqué over de jaarresultaten van Ontex moet je tot de tabel op pagina 11 afdalen om eindelijk de - minimale - nettowinst van 0,13 euro per aandeel te vinden. Het is nochtans dat onderste lijntje dat bepaalt of aandeelhouders het voorbije jaar hun collectieve spaarpot die het eigen vermogen is al dan niet zagen aandikken. 

Voor alle duidelijkheid: Melexis, Lotus, WDP, AB InBev of Ontex zijn stuk voor stuk door een prima management erg goed gerunde bedrijven. Maar het is zaak om in dat soort kwaliteitsbedrijven te stappen op het ogenblik dat niemand anders dat wil, niet als iedereen en zijn hond dat doet.

Prik

De reden voor de euforie is niet ver te zoeken: het 'verdovende' gratis-geldbeleid van centraal bankiers. In een toespraak uit 19 oktober 1955 zei legendarisch Federal Reserve-voorzitter William McChesney Martin dat een goede centraal bankier de chaperon moet zijn die de prik wegneemt net als het feestje leuk begint te worden.

Dat was zestig jaar geleden. Onder Mario Draghi, Ben Bernanke en Janet Yellen zijn centraal bankiers de hofleveranciers van fuifmateriaal geworden, die snel extra prik aanleveren van zodra er een dip in het feestje dreigt. Vanaf maandag stopt de Europese Centrale Bank door tegen zotte koersen staatsobligaties op te kopen maandelijks 60 miljard euro in de handen van banken en beleggers, die nu al frenetiek op zoek zijn naar alternatieve bestemmingen voor dat geld.

Geld dat bij gebrek aan investeringsopportuniteiten niet zijn weg vindt naar de reële economie, maar op de financiële markten blijft rondklotsen. Het is geen toeval dat een jarenlang gezapige beursklim vanaf december, toen duidelijk werd dat Mario Draghi zijn bazooka aan het afstoffen was, hyperbolisch werd. 

Noem ons de zuurpruim van dienst, maar centraal bankiers hebben beleggers intussen zodanig aan de prik verslaafd gemaakt dat ze die niet meer zonder ongelukken kunnen wegnemen. Je hoeft niet verder te kijken dan vrijdag. Toen beleefde Wall Street een appelflauwte omdat er goed nieuws was vanuit Main Street in de vorm van een jobmarkt die blaakt van de gezondheid.

Erg goed nieuws over de reële economie, die echter het laatste schaamlapje wegneemt waarachter de Amerikaanse centraal bankiers zich konden verschuilen om niet de rente te verhogen. De laatste Amerikaanse renteverhoging dateert overigens al weer van juni 2006 ...

Ooit moet het gratis-geldbeleid eindigen. En zal wie nog aan het dansen is moeten vaststellen dat hij met de pompoenen en muizen blijft zitten. Zoals Buffett het na het uiteenspatten van de dotcomzeepbel in 2001 omschreef: 'Het is pas als het eb is, dat je ziet wie er naakt aan het zwemmen was'.

Hoe lang het feestje nog duurt kan niemand zeggen. Maar plots gaan beleggers moeten vaststellen dat er geen grotere gek meer is die een nog zottere prijs wil betalen en dat cash wel degelijk een alternatief is voor aandelen. Vaak gebeurt zo'n omslag op een moment dat niemand het (meer) verwacht en ook de laatste beurscriticus in cheerleader verandert. Ook al zijn de wijzers stuk, de klok nadert vijf voor twaalf en slimme Assepoesters maken zich uit de voeten.

Lees verder

Tijd Connect