Het mooiste cadeau dat deze krant zich op haar vijftigste verjaardag kan wensen, is het succesverhaal van de Vlaamse economie de voorbije halve eeuw.

Het verleden is een onbekend land. Toen deze krant op 3 januari 1968 de eerste keer verscheen als De Financieel-Economische Tijd, was net een belangrijke kaap gerond. Het bruto binnenlands product per capita, de best beschikbare maatstaf om de welvaart te meten, was in Vlaanderen begin jaren zestig boven dat van Wallonië geklommen.

Het groeiende Vlaamse bewustzijn vertoonde een leemte, vonden onze oprichters: een in economie gespecialiseerd dagblad in de eigen taal. Franstalig België had zijn zakenkrant, L’Echo, sinds 1881. Vlaanderen had die niet. Het hoeft niet te verwonderen dat de ronkende verklaringen bij de start van De Tijd de noodzaak tot Vlaamse economische ontvoogding uitstraalden.

Wat is de sleutel tot succes?

Ter gelegenheid van onze vijftigste verjaardag bieden we u 50 businesslessen ter inspiratie. Ontdek alle lessen op

Deze krant moest uitgroeien tot ‘een volwaardig instrument ten bate van de Vlaamse economie’. Ze moest een ‘werktuig zijn voor al wie in het economisch bestel verantwoordelijkheid draagt’. Ze had ook de ambitie ‘een onafhankelijke spreekbuis’ te zijn ‘voor de algemeen-economische belangen, in de ruimste zin van de term, van het Vlaamse landsgedeelte’.

En dat is De Tijd nog steeds. In de ruimste zin zijn de algemeen-economische belangen van Vlaanderen gebaat bij goed onderwijs, een efficiënte overheid, een staat die zijn rekeningen op orde heeft, vlotte mobiliteit, een betaalbare welvaartsstaat, technologische vooruitgang, vrije handel, culturele openheid en creativiteit.

En bij bloeiende bedrijven. Er is een stevige lijst van ondernemingen die zijn uitgegroeid tot groepen met meer dan 1 miljard euro omzet. De supermarktketen Colruyt komt vlot boven 9 miljard, de groenteverwerker Greenyard haalt 4 miljard, de baggeraars Jan De Nul en DEME zitten rond 2 miljard. Andere bedrijven bestonden al langer, zoals Bekaert of KBC, maar werkten zich op tot internationale spelers.

Ze vormen het bewijs van de economische ontvoogding die in Vlaanderen een rijk bedrijfsweefsel deed ontstaan, onafhankelijk van de Franstalige holdings. De universiteiten en hogescholen in Vlaanderen tellen nu meer dan 230.000 studenten. Vlaamse mediabedrijven zijn eigenaar van bijna de volledige Nederlandse krantenmarkt. De Antwerpse haven zag de trafiek verdrievoudigen. En het bruto regionaal product per inwoner in Vlaanderen ligt vandaag bijna drie keer zo hoog als in 1968.

Goede plooi

De geschiedenis viel de voorbije halve eeuw dan ook doorgaans in de goede plooi. De onophoudelijke reeks oorlogen in West-Europa viel stil. Onder de veiligheidsparaplu van de VS en de NAVO schaften de EU-landen hun binnengrenzen af, waardoor handel kon groeien en bloeien. Zo ontstond een vrijhandelsmarkt zoals het moet: ten dienste van consumenten, niet van bedrijven. Bedrijven worden geacht te concurreren en elkaar zo tot de beste prijs-kwaliteit te dwingen.

Het leven is in 2018 onnoembaar beter. Ondanks alle zorgen over vervuiling en ziektes mag een meisje dat nu wordt geboren een leven verwachten dat zeven jaar langer duurt dan dat van wie in 1968 werd geboren. Voor jongens gaat het zelfs om tien extra jaren.

Ook technologie is een succesverhaal van de voorbije vijftig jaar. In onze allereerste krant in 1968 werd nog gemeld dat een steenkoolmijn in de Borinage was stilgelegd. Intussen zoeven in Vlaamse magazijnen zelfrijdende robots rond, zitten in een gemiddelde auto acht sensoren van Melexis en komen onderzoekers uit de hele wereld naar het Leuvense Imec. Het dichtste wat nu nog in de buurt komt van het verhaal over de Borinage, is de Umicore-site in Hoboken, waar uit afval grondstoffen worden gepuurd. Een 21ste-eeuwse bovengrondse recyclagemijn.

De Vlaamse bedrijven verlegden hun grenzen en vonden in de hele wereld een afzetmarkt. Zelfs een middelgrote onderneming verkoopt nu makkelijk haar diensten of producten in de rest van Europa en in de andere continenten. En in het zog van de gigant AB InBev - die een fabelachtige 50 miljard liter bier per jaar verkoopt, meer dan 6.300 pintjes per seconde - sturen kleine brouwers hun containers met Belgisch bier de wereld rond.

Uiteraard waren er ook mislukkingen: van de videoverhuurketen Superclub en het spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie tot de Kempense steenkoolmijnen en de Boelwerf, of de sluitingen van Renault Vilvoorde, Opel Antwerpen en Ford Genk. Maar ook dat is economie: vallen, uit de fouten leren en weer opstaan. Ook KBC moest in de financiële crisis worden gered, maar is nu een van de rendabelste banken van Europa. De Vlaamse textielindustrie werd weggespeeld door de concurrentie uit de lagelonenlanden maar Picanol en Vandewiele vonden zich opnieuw uit als wereldspelers in textielmachines.

Ook in de Vlaamse, de Belgische en de Europese politiek, die de spelregels van de economie uittekenen, liep niet alles geweldig. De Belgische staat slaagt er al bijna een halve eeuw niet meer in binnen zijn budget te leven. We zijn niet voorbereid op de vergrijzing, die je met wat demografische analyse al in 1968 kon zien aankomen. Het overleg tussen vakbonden en werkgevers, bedoeld om sociale stabiliteit te brengen, verlamt ons te vaak. En de globalisering verleidde bedrijven ook de fiscale grenzen te verkennen. Opnieuw: concurrentie is een krachtig wapen, maar de winnaar moet diegene zijn met het beste product, niet diegene met de agressiefste fiscale planning.

Ook Vlaanderen, dat onder de slogan ‘wat we zelf doen, doen we beter’ meer bevoegdheden claimde, reed zich geregeld vast. De twintig jaar plannen maken over de Oosterweelverbinding in Antwerpen is het bekendste voorbeeld. België kende zes staatshervormingen, waarvan we telkens hoopten dat ze de overheid efficiënter zouden maken, om nadien vast te stellen dat die verwachting niet helemaal werd ingelost.

Soms deed de overheid het wel geweldig. Zowel de investeringsmaatschappij Gimv als het telecombedrijf Telenet ontstond als een politiek initiatief, en de politiek liet die bedrijven toen ze groot werden ook los. In dezelfde logica loste de Vlaamse regering in de jaren negentig haar politieke greep op de openbare omroep, en bracht de federale regering Proximus en Bpost naar de beurs. En uit het ecosysteem van farmabedrijven, mutualiteiten, sociale zekerheid, katholieke en OCMW-ziekenhuizen groeide een gezondheidszorg van wereldniveau.

Strijd

Dit is de wereld waarover De Tijd - als een werktuig van koele informatie en warme inspiratie - al een halve eeuw bericht en dat zal blijven doen. Uiteraard is het werk niet af. De energie moet groener, de overheid slanker, de economie minder bureaucratisch. Wie zijn kop boven het maaiveld uitsteekt, moet het succes worden gegund. Soms lijkt de klok zelfs in de verkeerde richting te draaien en ontstaan weer grenzen waar ze verdwenen waren, zoals met de Britten. Of dreigt een van onze troeven - de kwaliteit van ons onderwijs - af te glijden naar middelmatigheid.

Ook de komende vijftig jaar dienen zich aan als een strijd. We moeten niet langer streven naar ontvoogding, maar naar manieren om nog beter het verschil te maken in de wereld. De beste manier om die toekomst tegemoet te kijken, is jezelf niet verliezen in grote voorspellingen, maar beseffen vanuit welke fundamenten je de onvoorspelbare golf van veranderingen probeert te trotseren.

De Tijd is ervan overtuigd dat de toekomst voor Vlaanderen veelbelovend is als we talent laten openbloeien, de markteconomie haar kracht laten ontplooien, naar excellentie streven, de overheid sociaal en ecologisch doen bijsturen waar nodig, de staat slank en efficiënt maken, en openstaan voor een constructieve confrontatie van ideeën.

De oprichters van deze krant waren er vijftig jaar geleden van overtuigd dat Vlaanderen een betere toekomst te wachten staat als we vanuit die algemeen-economische belangen durven te denken, in de breedste zin van het woord. En dat vinden we nog altijd.

Lees verder

Tijd Connect