Redacteur Politiek

De Vlaamse regering vraagt terecht meer ambitie. Qua woonfiscaliteit heeft ze die, maar voor de begroting mag de lat hoger liggen.

Vlaanderen moet en zal schitteren. Dat was de boodschap die Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) maandag in het Vlaams Parlement gaf bij de start van het politieke werkjaar. 'Als we de juiste versnelling vinden, kunnen we een voorbeeld voor de wereld zijn', zei hij, waarbij de ambities omhoog moeten.

Maar toont de Vlaamse regering zelf ambitie in haar Septemberverklaring? Op één punt overduidelijk wel, op één punt veel te weinig.

Het positieve punt is de woonfiscaliteit. Decennia zat die verkeerd. Vlamingen betaalden hoge registratierechten om een woning te kopen, maar kregen daarna jaarlijks een hypotheekaftrek - de woonbonus - waarmee ze hun belastingen omlaag kregen.

Een Vlaams begrotingsevenwicht in 2027 is bijzonder laat voor een regio die een versnelling met Noord-Europese ambitie wil plaatsen.

Het was een fiscale aanmoediging om onder de kerktoren te blijven wonen en nooit meer te verhuizen. En dus was het een fiscaal woonbeleid dat in de weg zat van een moderne arbeidsmarkt: daar wil je net dat mensen verhuizen als ze van werk veranderen. Het maakt dat ze betere jobs aanvaarden, waar ze de juiste mens op de juiste plaats zijn. En het maakt dat ze dichter bij hun job wonen, wat goed is tegen de files.

In die zin getuigde deze Vlaamse regering al van politieke moed om de woonbonus af te schaffen. Ze gaat op dat elan door, met de verlaging van de registratierechten voor een gezinswoning. Voor wie een huis renoveert - een van de herculestaken in de klimaatstrijd - zakt het tarief zelfs naar 1 procent.

Tegelijk stijgt het tarief voor tweede verblijven en opbrengsteigendommen van 10 naar 12 procent. Zo'n belasting zal de dampende vastgoedmarkt niet afkoelen. Maar het houdt steek dat de overheid er wat inkomsten uitpuurt om een gezinswoning iets betaalbaarder te maken.

Het enige wat niet past in dat bredere verhaal is dat registratierechten niet meer meeneembaar zijn. Het maakt minder uit dan vroeger, omdat het tarief zakt, maar voor het aanmoedigen van arbeidsmobiliteit was het eleganter geweest dat te houden.

Waar uit het beleid voor woonfiscaliteit ambitie blijkt, ontbreekt het eraan in het begrotingsbeleid. Nog geen 20 jaar geleden, aan het einde van de paars-groene Vlaamse regering, was de Vlaamse overheid schuldenvrij en boekte ze overschotten. Daarna ging de Vlaamse regering schulden aan om banken te redden en de klap van de financiële crisis te stutten, maar ze keerde nooit meer terug naar het schuldenvrije paars-groene niveau. Zelfs de aflossing van de overheidssteun door KBC werd niet integraal voor schuldafbouw gebruikt.

Iets gelijkaardigs lijkt nu bezig voor de coronasteun. De Vlaamse regering ging zwaar in het rood om de klap voor de Vlamingen op te vangen en rolt de komende maanden en jaren een relanceplan van 4,3 miljard euro uit. Maar de begroting zou pas in 2027 weer in evenwicht komen.

Vlaanderen spiegelt zich graag aan Noord-Europa. Maar Duitsland is van plan in 2023 alweer het budget in evenwicht te brengen. Als het aan de afscheidnemende bondskanselier Angela Merkel lag, was het zelfs in 2022 al zover. Daarbij vergeleken is een Vlaams begrotingsevenwicht in 2027 bijzonder traag voor een regio die een versnelling met Noord-Europese ambitie wil plaatsen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud