Vlaamse crisis

©Alexia Mangelinckx

Er is voor de Vlaamse regering maar één manier om een punt te zetten achter de crisis waarin sp.a en N-VA haar duwen: boek resultaten.

Het gaat van kwaad naar erger met de Vlaamse regering. Het begon deze legislatuur met een keihard conflict rond de Oosterweelverbinding, het ging verder met een reeks gelekte of verkeerd gestuurde pijnlijke e-mails en toen begonnen nog meer wrijvingen naar boven te komen: van de ‘miserietaks’ tot Uplace en nu het onderwijsdebat. Die spanningen zijn nu zo hoog opgelopen dat sinds dit weekend de voorzitters van de N-VA en de sp.a elkaar er openlijk van beschuldigen de onbetrouwbare partner van de drie Vlaamse regeringspartijen te zijn. Het verleidde CD&V-parlementslid Eric Van Rompuy tot de uitspraak dat hij in de 27 jaar dat hij in het Vlaams Parlement zit, nog nooit heeft meegemaakt dat coalitiepartners zo met scherp naar elkaar schieten.’

Het is inderdaad ongezien. De Vlaamse regering heeft de traditie een baken van stabiliteit te zijn in vergelijking met de federale regering. Daar zijn overigens twee goede redenen voor: de communautaire breuklijn loopt niet doorheen de Vlaamse regering. Maar ten tweede en even belangrijk: de Vlaamse regering heeft veel meer geld. De federale regering moet miljarden doorstorten naar de deelstaten en bovendien torst de federale regering het gros van de lasten van de vergrijzing en economische rampspoed, via de schulden en de sociale zekerheid. Het waren die twee voordelen die Yves Leterme (CD&V) als Vlaams minister-president vijf jaar geleden ten volle benutte om via zijn ‘goed bestuur’ het verschil te maken met de tweede paarse regering van Guy Verhofstadt (Open VLD).

Maar lijkt er plots niets meer te lukken in de Vlaamse regering. Het opmerkelijke is dat er niet zozeer één occasioneel moeilijk dossier – zoals Oosterweel – de coalitiepartners verdeelt. Het opmerkelijke is dat er een hele reeks probleemdossiers zijn. Het opmerkelijke is ook dat de Vlaamse regering daar tegenover niet veel kan stellen.

We namelijk zijn voorbij de helft van de legislatuur en qua resultaten is deze regering er tot nog toe geen om blij mee te zijn. De provincies afschaffen lukte niet. In de goede jaren geld sparen voor latere vergrijzingskosten mocht niet, omdat het niet paste in een communautaire strategie. Tegelijk werden de belastingen verhoogd. In het innovatiebudget werd eerst gesnoeid in het budget, en vervolgens nagelaten schaalvoordelen te zoeken in de pleiade aan innovatie-instellingen die Vlaanderen rijk is. Meer zelfs, er werden nog extra agentschappen gebouwd. De plannen van de vorige regering om schaalvoordelen te zoeken en alle investeringen te bundelen onder één investeringsmaatschappij (en de Limburgse Reconversiemaatschappij te laten uitdoven) werden geschrapt. In de plaats kregen we er nog een investeringsbedrijf bij: het Vlaams Energiebedrijf. In volle economische crisistijd werd vastgehouden aan de plannen om de VRT een derde net te geven. En wie dacht dat sinds Bert Anciaux een minister van Cultuur niet nóg meer onder vuur kon liggen, had blijkbaar nooit verwacht dat ooit Joke Schauvliege (CD&V) op die stoel zou zitten.

Uiteraard zijn er vakministers die goed bezig zijn – bij uitstek lijkt dat minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits (CD&V) te zijn – maar als regeringsploeg bekeken is het moeilijk om te zien waar Peeters II het verschil maakt. Er zijn toekomstplannen – zoals Vlaanderen in Actie en het Nieuw Industrieel Beleid – maar na de woorden is het te vaak wachten op de daden.

Peeters II had al het nadeel van de twijfel omdat ze volgde op een Vlaamse regering met bijzonder sterke ministers, zoals Dirk Van Mechelen (Open VLD), Fientje Moerman (Open VLD), Frank Vandenbroucke (sp.a) en een Yves Leterme in de rol die hem het best lag: de zakelijke bestuurder van niet communautair geladen sociaal-economische dossiers. Zelfs de nieuwkomers in de vorige regering bleken uitzonderlijke talenten: Inge Vervotte (CD&V), Hilde Crevits en Kris Peeters (CD&V). Nieuwkomers in deze regering, zoals Ingrid Lieten (sp.a), moeten dat nog bewijzen.

Om maar te zeggen: de regering-Peeters II kan dat nadeel van de twijfel maar wegkrijgen door resultaten te boeken. In de plaats daarvan hebben we de voorbije jaren veel plannen gehoord, uitgelekte mails gelezen en spanningen zien oplopen. En nu beschuldigen Bart De Wever en Bruno Tobback elkaar de onbetrouwbare partner in de Vlaamse regering te zijn.

Er is voor de Vlaamse regering maar een manier om aan deze crisis een einde te maken: boek resultaten. Zorg dat de komende twee jaar productiever zijn dan de voorbije drie. Na de woorden wordt het stilaan tijd voor daden.

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud