Redacteur Politiek

Het wordt lastiger voor het makkelijker wordt in de strijd tegen het coronavirus. Maar nu de scholen sluiten zou te drastisch zijn.

Dit jaar zou het jaar van de verlossing moeten worden, waarin 'het rijk der vrijheid' - zoals federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) het noemde, in zicht komt. Dat zicht blijkt er bij nader inzien een zoals tijdens een bergtocht. Je kan de hut al zien, maar je moet wel eerst nog een lastig stukje klimmen.

Wat we de voorbije weken meemaakten, vreet dan ook aan de motivatie. Waar vorig jaar verrassend snel vaccins werden ontwikkeld en de productie begin dit jaar nog versnelde, loopt het nu allemaal moeilijker. De logistiek van de vaccins stokt. En er duiken nieuwe varianten van het virus op, met nieuwe onzekerheden.

Door dat laatste is nervositeit ontstaan over het laatste stukje leven dat normaal is gebleven: de kleuterklassen, de lagere scholen en de eerste graad van het middelbaar onderwijs. Een vijftigtal scholen zijn helemaal of gedeeltelijk dicht, omdat de Britse variant van het virus besmettelijker is en zich makkelijker verspreidt, ook in de klas.

De ongemakkelijke vraag is of ook de scholen weer dicht moeten gaan, zoals in de eerste lockdown.

Hoe moeten we die vraag beantwoorden? Die zoektocht begint bij de nuchtere cijfers. De zowat 50 scholen die minstens gedeeltelijk dicht zijn, vertegenwoordigen één procentje van de bijna 4.000 scholen die Vlaanderen rijk is. In de ziekenhuizen liggen minder dan 2.000 coronapatiënten, van wie minder dan 350 op intensieve zorgen. Dat zijn er nog altijd te veel, maar begin november lagen die cijfers drie tot vier keer zo hoog. Er is dus geen reden tot genoegzaamheid, maar ook niet tot paniek.

Er zijn nog opties voor de scholen weer helemaal dicht moeten.

Vervolgens is er de kostprijs van een scholensluiting. Die vertaalt zich in leerachterstand, die in te halen valt, al gaat ook dat opnieuw gepaard met grote inspanningen. En er is een sociaal-economische kostprijs, omdat kinderen thuishouden ook de ouders thuishoudt. We zitten dan niet veraf van de eerste lockdown.

Er is ook een kostprijs qua draagvlak. Dat het eerst strenger wordt voor het soepeler kan worden, weegt op veel mensen. Die factor moet meespelen. Net zoals in het fiscale beleid een goede 'compliance' (goede regels die goed worden opgevolgd) veel geld oplevert, steunt ook het coronabeleid in grote mate op de overtuiging van de bevolking dat het beleid nodig en proportioneel is.

Overigens zou het goed zijn eindelijk een coronanoodwet te hebben over die vrijheidsinperkingen, al is geen wet beter dan een snelle, slechte wet en leert het Nederlandse voorbeeld dat een breed maatschappelijk debat geen garantie is op een vreedzame consensus.

Als je al die dingen in de balans legt, blijkt dat er iets nodig is, dat paniek een slechte raadgever is en dat de kosten van drastische beslissingen zwaar zijn. Daarom lijkt het verstandig eerst de kleine stappen te nemen die nog mogelijk zijn: de buitenschoolse activiteiten zoals sportclubs helemaal stilleggen, betere - chirurgische - maskers op school laten dragen en de krokusvakantie met een al dan niet lesvrije week uitbreiden om de exponentiële curve even te breken.

Er zijn nog opties voor de scholen weer helemaal dicht moeten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud