De coronacrisis toont de noodzaak aan van een federale regering die vooruitziet en die waakt over de staatskas.

Dat de federale regering een goed half jaar geleden voor 2020 een begroting naar voor schoof met een tekort van 11 miljard, leverde haar toen veel kritiek op. Enkele maanden en een coronacrisis later stevenen we af op een tekort dat vier keer zo hoog ligt. Toch maken weinigen, in de Wetstraat en daarbuiten, zich daar erg druk over.

België is niet het enige land waar de coronacrisis het begrotingstekort doet exploderen. Andere zitten in hetzelfde schuitje. De omstandigheden die verantwoordelijk zijn voor het tekort, zijn uitzonderlijk. De crisis moet worden bestreden, en dat kost geld. Veel geld. Dat betekent echter niet dat op het oplopende tekort helemaal geen acht moet worden geslagen.

Ons land torst al een bijzonder hoge overheidsschuld, en de kosten van de vergrijzing blijven ook tijdens en na de coronacrisis oplopen. Enige mate van begrotingsdiscipline is daarom ook tijdens deze crisis aangewezen.

Het bestrijden van de coronacrisis rechtvaardigt niet elke overheidsuitgave.

Met de schaarse overheidsmiddelen moet weloverwogen omgesprongen worden. Het bestrijden van de crisis rechtvaardigt niet elke overheidsuitgave. De beleidsmakers moeten ook in deze omstandigheden afwegen welke maatregelen het efficiëntst zijn om het beoogde doel te halen. Selectiviteit is nodig.

Een begrotingstekort van 40 miljard euro of meer is niet dramatisch, op voorwaarde dat het deficit de komende jaren niet blijvend zo hoog blijft. Een deel van de extra uitgaven om de crisis te bestrijden, is eenmalig. Maar de sterke terugval van de belastinginkomsten, een onmiddellijk gevolg van de zware economische recessie, dreigt minder snel verholpen te worden. En precies daar ligt de belangrijkste oorzaak van het begrotingstekort.

Het is daarom niet het moment om cadeautjes uit te delen die wel leuk zijn maar niet echt nodig en die we ons niet kunnen veroorloven. Maar het federale parlement maakte er zich de voorbije weken wel meermaals schuldig aan.

De begrotingsdiscipline is er zoek. Allerlei extra uitgaven waarmee de partijen zich populair kunnen maken worden vlot goedgekeurd. Er is niemand die zich bekommert over waar de centen vandaan moeten komen. De parlementsleden die deze voorstellen goedkeuren, maken zich schuldig aan financiële onverantwoordelijkheid.

Om weer enige discipline te brengen, is een sterke regering nodig die de steun heeft van een duidelijke meerderheid in het parlement en die waakt over de staatskas. Zo’n regering is ook nodig om de weg te bepalen die ons op middellange weg uit de crisis moet leiden. Het herstelbeleid moet keuzes maken. Wordt er gegrepen naar maatregelen die op korte termijn snel oppervlakkig economisch gewin opleveren, of gaat men voor initiatieven die de economie op middellange termijn structureel versterken? Regeren is ook vooruitzien.

In een parlementaire democratie speelt het parlement een belangrijke controlerende rol. Maar om het beleid uit te stippelen en operationeel uit te voeren is het niet het meest geschikte orgaan. Daarvoor is een regering nodig.

Lees verder

Gesponsorde inhoud