Bart Haeck

De duistere flitsbenoeming van Junckers kabinetschef Martin Selmayr blijft de Europese Unie schade berokkenen. De Commissie toonde gisteren dat ze niet van plan is de brokken op te ruimen.

Is er met de schimmige flitsbenoeming van Martin Selmayr tot machtigste ambtenaar van de EU iets geknakt? Toen het Europees Parlement gisteren de Commissie anderhalf uur aan de tand voelde over de ‘staatsgreep van de bureaucraat’, viel op dat niemand in het halfrond de nieuwe baas van de 33.000-koppige Commissie verdedigde.

De Europese Volkspartij, waartoe Commissievoorzitter JeanClaude Juncker en Selmayr behoren, weigerde in de bres te springen. EVP-parlementsleden stelden dat de manier waarop Selmayr de allerhoogste ambtenaar werd de EU in ‘diskrediet’ brengt en haar ‘geloofwaardigheid aantast’.

De enige die wel verbeten de verdediging optrok, was de Duitse Commissaris voor Personeelszaken Günther Oettinger. Juncker zelf was er niet. Oettinger vroeg het Parlement kurkdroog de benoeming te accepteren en Selmayr ‘de komende maanden een kans te geven’.

Wie de feiten overschouwt, kan niet anders dan die vraag hallucinant te vinden. Op 21 februari, toen de Commissie zoals elke woensdag vergaderde onder leiding van Juncker, was Selmayr nog gewoon diens kabinetschef. Om 9 uur deelde Juncker mee dat Selmayr, op basis van een positief advies en een gesprek met Oettinger waar verder vrijwel niemand anders iets van wist, tot de nummer twee van de EU-administratie zou worden benoemd. Niemand verzette zich tegen het voorstel. Vervolgens nam de nummer één van de administratie, die de Commissie-vergadering bijwoont, het woord en kondigde hij zijn pensioen aan. Juncker vroeg de Commissie ook dat te aanvaarden, wat gebeurde. Negen minuten later was Selmayr de machtigste EU-ambtenaar.

In negen minuten was Selmayr de machtigste EU-ambtenaar.

Als je dan weet dat hij alleen naar die allerhoogste post kon springen als hij eerst werd benoemd tot de nummer twee, en dat er in de aanloop naar 21 februari - zoals wettelijk vereist - één tegenkandidate was voor de job die Selmayr negen minuten lang uitoefende, maar dat die kandidate zijn adjunct was en zich op het laatste moment terugtrok, dan blijft er iets stinken.

Volgens haar eigen enquêtes hebben vier op de tien Europeanen vertrouwen in de Europese Commissie. Nog eens vier op de tien wantrouwen de Commissie expliciet. En de andere twee willen niet op de vraag antwoorden. Team-Juncker heeft qua legitimiteit dus wel wat te verdedigen. De eurocratische arrogantie waarmee ze de benoeming van Selmayr al weken verdedigt - een woordvoerder van de Commissie omschreef een pertinente vraag in de perszaal als ‘Robespierre waardig’ - heeft evenmin geholpen.

Wat het erger maakt, is dat in het ecosysteem van de EU de Commissie een technocratische taak heeft. Ze bewaakt de correcte uitvoering van de wetgeving. Ze is de hoeder van de Europese verdragen. Ze beschermt het respect voor de rechtstaat. Regels en procedures doen er toe. Door te bewijzen dat wie sluw genoeg is aan de top van de Commissie een loopje met die regels kan nemen, heeft ze haar eigen legitimiteit ondermijnd.

De politici van het Europees Parlement, die binnen een dik jaar weer naar de kiezer moeten, beseffen dat overduidelijk. Het debat gisteren was gevraagd door de groenen, maar zelfs de EVP durfde Selmayr niet voluit te verdedigen. De Commissie daarentegen, die op 21 februari maar negen minuten nodig had zichzelf in de luren te leggen, snapt het nog altijd niet.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content