Advertentie

Waarom Barroso zich geen twee keer zal stoten aan het Europees Parlement

(tijd) - De nieuwe Europese Commissie kan op 22 november, met drie weken vertraging, haar werk aanvatten. Commissievoorzitter José Manuel Barroso zal deze week minder moeite hebben om zijn herschikte ploeg door het Europees Parlement te loodsen. Barroso zal zich geen twee keer stoten aan een geëmancipeerd Europees Parlement. Zeker nu hij ondervonden heeft dat de lidstaten liever hem laten vallen dan zich te verbranden aan kritiek op elkaar.

De Portugese ex-premier José Manuel Barroso had zich zijn Europese start wellicht anders voorgesteld. Normaal had zijn ploeg van 25 commissieleden eind oktober de zegen moeten krijgen van het Europees Parlement om vanaf 1 november effectief van start te gaan. Maar dat scenario werd in allerijl vervangen door een nieuw draaiboek. Barroso stelde de goedkeuring van zijn ploeg in het Europees Parlement uit en beloofde enkele wijzigingen.

Tien dagen geleden, op de Europese Top in Brussel, stelde Barroso zijn herschikte Commissie voor. Die telde twee nieuwe namen - de Let Andris Piebalgs en de Italiaan Franco Frattini - en een portefeuillewissel: de gezakte Hongaar Laslo Kovacs verhuist van Energie naar Douane en Fiscaliteit.

Vandaag en morgen worden Frattini, Piebalgs en Kovacs, net als de eerste lichting EU-Commissieleden, aan de tand gevoeld in Straatsburg door de commissies van het Europees Parlement waarvoor ze bevoegd zijn. Frattini moet twee hoorzittingen doormaken: een voor de EP-commissie Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken en een kortere voor de Commissie Juridische Zaken. Piebalgs komt vanavond inzage geven in zijn toekomstig beleid voor Energie. Kovacs is morgen aan de beurt.

Woensdag stelt Barroso de krachtlijnen voor van zijn beleid de komende vijf jaar. Op dat ogenblik heeft hij ook de evaluaties van de hoorzittingen in handen gekregen en kan hij desgevallend extra garanties geven aan het Europees Parlement. Donderdag volgt dan de stemming over de Commissie-Barroso. De nieuwe EU-Commissie zou dan over een week, op 22 november, van start gaan.

De zitting van deze week in Straatsburg wordt allesbehalve een herhaling van wat zich drie weken geleden afspeelde. De meeste waarnemers verwachten een vrij makkelijke goedkeuring van de vernieuwde ploeg-Barroso.

Nochtans bleef de herschikking van de Commissie relatief beperkt. De meest controversiële figuur, de Italiaan Rocco Buttiglione, is verdwenen. Net als de Letse Ingrida Udre, wier ontslag eveneens was geëist door een groot deel van het Europees Parlement. De socialist Laslo Kovacs mocht wel blijven, ondanks een erg kritisch rapport, en weliswaar op een andere post. De Nederlandse Neelie Kroes blijft op Concurrentiebeleid, de Griek Stavros Dimas op Leefmilieu. De eerste was zwaar aangevallen op mogelijke belangenvermenging, de tweede bleek op zijn hoorzitting weinig beslagen voor zijn toekomstige rol.

Wat in die drie weken het meest veranderde, is de onderliggende machtsverhouding tussen de EU-instellingen. Barroso weet intussen dat het Europees Parlement niet langer de papieren tijger is, maar een echte machtsfactor met groot gevoel van eigenwaarde. En daar zal hij niet alleen nu, maar de komende vijf jaar rekening mee moeten houden. Barroso kreeg twee weken geleden te maken met een nooit gezien front van socialisten, groenen, extreem links en een meerderheid van de liberale fractie. Die alliantie was niet alleen onverwacht, ze had ook perfect vermeden kunnen worden. De 'linkse fronde' was een rechtstreeks gevolg van de aanmatigende en compromisloze houding van Barroso, die eenzijdig steunde op 'zijn' grootste fractie in het Europees Parlement, de christen-democratische EVP.

'Het wordt tijd dat u de kandidaat wordt van heel het Europees Parlement', klonk het drie weken geleden boos in Straatsburg. Die boodschap heeft Barroso begrepen. De voormalige Portugese trotskist kreeg van de groene fractieleider Daniël Cohn-Bendit meteen een uitspraak van Mao naar het hoofd geslingerd: 'De nederlaag begrijpen is de overwinning voorbereiden.'

Met het verdwijnen van Rocco Buttiglione valt wellicht het verzet van het gros van de liberalen tegen de Commissie-Barroso weg. Nooit tevoren waren er zoveel liberalen aanwezig in een EU-Commissie, zeker op sleutelposten zoals Concurrentiebeleid. En die overweging zal nu bij de meeste liberalen voorop staan.

Die erg liberale Commissie is de socialisten wel een doorn in het oog. Maar wellicht weegt die overweging onvoldoende zwaar om een onwrikbaar front te vormen tegen deze Commissie.

Met de beperkte herschikking van zijn ploeg heeft Barroso ook de interne frustraties van zowel liberalen als socialisten enigszins getackeld. Een deel van de liberale fractie bestaat immers uit voormalige EVP-leden die het niet eens waren met de te conservatieve koers van hun fractie.

De socialistische fractieleider Martin Schulz kon wraak nemen op de Italiaanse premier Silvio Berlusconi, die hem een jaar geleden nog vergeleek met een 'kapo', de bewaker van een concentratiekamp. Een politieke rot als Frattini zal zich in zijn hoorzittingen wellicht niet tot ongelukkige uitspraken laten verleiden die zijn doodsvonnis tekenen.

Barroso is al bij al zonder te veel kleerscheuren uit de confrontatie met het Europees Parlement gekomen. De belangrijkste les die hij de voorbije weken kreeg, komt echter niet uit Straatsburg, maar uit de EU-hoofdsteden. Nederland en Hongarije weigerden hun Commissielid terug te trekken. En over de kandidaten uit andere hoofdsteden wilde geen enkele regeringsleider zich uitspreken. Kritiek op elkaar wordt in Europa gemeden als de pest. Daarvoor hebben de huidige chefs zelfs de val van een EU-Commissie over. Die wetenschap, en het besef dat hij het moet doen met wat hij krijgt uit de lidstaten, was voor Barroso wellicht de bitterste pil om slikken.

Kris VAN HAVER

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud