Als de Duitse economische locomotief stilvalt, heeft dat ook gevolgen voor het Belgische wagonnetje dat eraan hangt, en voor de passagiers die in dat rijtuig hebben plaatsgenomen.

De Duitse economie verliest dynamiek. De groei slabakt. Dat Duitsland, met zijn geroemde economische model, het nu ook moeilijk krijgt, leidt hier en daar tot leedvermaak. Maar we maken ons daar beter niet al te vrolijk over. Want Duitsland is de locomotief van Europa. Als de economische groei daar stilvalt, is dat voelbaar in tal van andere Europese landen.

Zeker ook in België. Duitsland is onze belangrijkste afzetmarkt, zowat 20 procent van de Vlaamse export gaat naar onze oosterbuur. Dat België de voorbije jaren in vergelijking met heel wat andere Europese landen behoorlijk standhield in de economische crisis was in de eerste plaats niet te danken aan het beleid van de regering-Di Rupo, maar aan de verwevenheid van onze economie met de Duitse. Het Belgische wagonnetje ging nog vooruit omdat het aan de Duitse locomotief was gekoppeld.

Maar nu die Duitse locomotief puffend tot stilstand komt, is dat slecht nieuws voor de Belgische economie. Meerdere bedrijven in ons land voelen dat al in hun orderboek en moeten hun omzetverwachtingen neerwaarts bijstellen. Minder vraag uit Duitsland betekent minder leveringen, minder productie, eventueel technische werkloosheid en misschien zelfs banenverlies in Belgische bedrijven. En uiteindelijk ook een tragere economische groei in ons land.

Wie al te afhankelijk wordt van een grote klant, is kwetsbaar. De oplossing bestaat er dan in het klantenbestand te diversifiëren en op zoek te gaan naar nieuwe afnemers. Belgische bedrijven moeten proberen een stevigere voet aan de grond te krijgen op andere geografische exportmarkten. Bij voorkeur op de snelgroeiende markten buiten Europa, in Azië en Zuid-Amerika. Maar dat lukt natuurlijk niet met een vingerknip, het is een werk van lange adem. Ondanks de inspanningen die daarvoor geleverd worden, met de hulp van exportbevorderende overheidsdiensten als Flanders Investment & Trade, gaat driekwart van de Belgische uitvoer nog altijd naar andere Europese landen.

Het veroveren van ‘verre exportmarkten’, zoals dat heet, is bovendien niet simpel. Want ook daar is de concurrentie hard. Het komt erop aan degelijke producten tegen een scherpe prijs, of innovatieve producten en oplossingen aan te bieden. Dat zijn uitdagingen voor de exporterende bedrijven in ons land, en bij uitbreiding voor de hele Belgische economie: kostenefficiënt produceren, en innoveren.

Een kant-en-klaar alternatief voor het geval de Duitse motor stilvalt, heeft de Belgische economie niet. We kunnen alleen hopen dat de Duitse dip slechts tijdelijk is en dat de Duitse exporterende bedrijven wél snel een alternatief vinden voor hun weggevallen uitvoermarkten in onder meer Rusland. Maar op lange termijn moeten we toch de ambitie hebben om meer te zijn dan een wagonnetje dat achter een Duitse locomotief hangt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud