Senior writer

De dodelijke schietpartijen in de VS dit weekend moeten voor president Trump en de andere beleidsverantwoordelijken een luide wake-upcall zijn.

De Verenigde Naties waarschuwden zopas in een rapport voor een nieuwe golf van aanslagen door extremistische terreurorganisaties later dit jaar. En dit weekend was het al zover in. In de VS maakten twee verschillende schietpartijen dertig dodelijke slachtoffers en tientallen gewonden.

De aanslagen kwam niet uit de hoek van islamitische extremisten, waarin het VN-rapport de grootste dreiging zag. De daders waren jonge blanke Amerikaanse mannen. Bij de bloedigste schietpartij, die in het Texaanse El Paso, speelden volgens de Amerikaanse media racistische motieven mee: de schutter had het in het bijzonder gemunt op mensen van Midden- en Zuid-Amerikaanse afkomst.

Schietpartijen waarbij verschillende onschuldige slachtoffers vallen, zijn helaas niet ongewoon in de VS. Dit jaar zijn er al meer dan dertig geweest. Dat is zowat één per week.

De verklaring hiervoor ligt voor een groot stuk bij de bijzonder lakse wetgeving op de wapenverkoop en het wapenbezit in de VS. Na elk incident zweren beleidsmakers dure eden dat de wapenwetten verstrengd zullen worden. Maar daar is nog niet veel van huis gekomen. Een groot aantal Amerikanen vindt het bezitten en het dragen van een wapen een fundamenteel recht. En de wapenlobby staat sterk in het land. Bij de presidentsverkiezingen van 2016 voerde hij campagne voor de Republikeinse kandidaat Donald Trump.

De verruwing van het politieke debat in de VS gooit dan nog wat extra olie op het vuur.

Dat sommige van de schietpartijen door racisme zijn ingegeven, heeft dan weer te maken met de migratiecrisis waarmee ook de VS kampen. Het land wordt geconfronteerd met een aanhoudende stroom van mensen uit Midden- en Zuid-Amerikanen die een beter leven zoeken in de VS en illegaal de grens proberen over te steken. Dat is een belangrijk politiek thema in de VS – zie de muur die Trump wil bouwen op de grens met Mexico – en het leidt tot een felle polarisatie in de publieke opinie, in de media en bij de politici.

De verruwing van het politieke debat in de VS gooit dan nog wat extra olie op dat vuur. President Donald Trump bijvoorbeeld viseerde enkele weken geleden vier vrouwelijke Democratische congresleden en maande hen in twitterberichten aan ‘terug te keren aan de compleet mislukte en onveilige landen waar ze vandaan komen’.  Zo hits je fanatici op natuurlijk.

Trump veroordeelde zondag de ‘hatelijke daad’ in El Paso. Maar zo gemakkelijk kan de president zijn verantwoordelijkheid hierin niet van zich afschudden. Hij moet er zelf ook de nodige lessen uit trekken. Te beginnen in zijn manier van communiceren: minder brutaal, meer overdacht.

Een van de kernopdrachten van de staat is de burgers een veilig bestaan te garanderen. In de VS schiet de overheid op dat vlak momenteel danig te kort. Twee maatregelen dringen zich op. Eén: een kordate verstrenging van de wapenwet. Twee: de beleidslui in de VS moeten hun oogkleppen afzetten en aanvaarden dat het terreurgevaar niet alleen kan komen uit buitenlandse en islamitische hoek, maar ook uit binnenlandse extreemrechtse hoek. De schietpartij in El Paso moet een luide wake-upcall zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud