Redacteur Politiek

De campagne voor het voorzitterschap van CD&V is gestart als een festival van wolligheid. Aan de zeven kandidaten om de komende weken beter te doen.

‘De campagne is nog niet begonnen en de analyses lijken al gemaakt’, schreef afscheidnemend CD&V-voorzitter Wouter Beke op Twitter over zijn zeven kandidaat-opvolgers. ‘Zullen we de kandidaten de komende weken gewoon hun ding laten doen, en ze daarop beoordelen?’

Wel, laat ons dat doen. Toch zijn, met respect voor de mooie strijd waartoe Beke opriep, bij de start van de campagne voor de Wetstraat 89 al enkele observaties mogelijk.

De belangrijkste is dat aan de top van de traditionele partijen een grote zoektocht aan de gang is naar hoe het verder moet. Dat blijkt vooral uit wie géén kandidaat is om de partij te leiden. Bij de sp.a deed de volledige état majeur een stap opzij, tot de 26-jarige Conner Rousseau overbleef als belangrijkste kandidaat.

Bij CD&V, dat samen met de sp.a het gros van de naoorloogse regeringen uitmaakte, tekent zich hetzelfde beeld af. Van de zeven kandidaten die naar voren traden, trok niet één iemand een lijst op 26 mei. Niet één iemand was of is minister. Niet één iemand is fractieleider. De zeven van CD&V tonen vooral, net zoals bij de sp.a, dat de huidige brede partijtop de partij niet wil of kan leiden.

De zeven van CD&V tonen vooral, net zoals bij de sp.a, dat de huidige brede partijtop de partij niet wil of kan leiden.

Moeten we de kandidaten, in al hun onervarenheid, daarop meteen finaal afrekenen? Nee. De verjonging verdient alle kansen, ook al gebeurt ze noodgedwongen of in ondankbare omstandigheden. In die zin heeft Wouter Beke een punt.

Slecht gesternte

Alleen is deze campagne onder een slecht gesternte gestart. Een kandidaat-voorzitter krijgt geen zeven kansen om zich voor te stellen aan het grote publiek. De eerste indruk is belangrijk. En daarbij viel de voorbije dagen op hoe de voorzittersrace bij CD&V begon als een festival van wolligheid en knulligheid.

Iedereen wil de stem van de leden zijn. Bij iedereen moet de top de basis worden. Iedereen vindt dat ‘de thema’s’ moeten worden benoemd, waarna niemand het doet, of het gaat over theoretische concepten als het rentmeesterschap. Dan was Walter De Donder nog het meest no-nonsense, toen hij zei dat het niet slecht zou zijn dat wat vaker een poetsvrouw en een garagist in de politiek zouden gaan, en waarom dan ook geen acteur.

Iedereen wil de stem van de leden zijn. Bij iedereen moet de top de basis worden.

Het is even veelzeggend dat de enige twee die wel met een heldere boodschap kwamen over hoe het anders moet met CD&V - Hendrik Bogaert en Pieter De Crem - zelf geen kandidaat zijn omdat ze voelden dat ze een verloren koers zouden fietsen.

Wat overbleef tot nog toe waren gesprekken waarin Katrien Partyka het grootste verschil met Vincent Van Peteghem omschreef als ‘ik ben een vrouw, hij een man, hij is groter, ik ben kleiner’. Moest dat de prelude zijn op een uitleg over waar dan de inhoudelijke accenten liggen, is dat allemaal goed. Maar het bleef bij de prelude.

Het centrum van de politiek, waar uiteindelijk de steun voor zinnig beleid moet worden gevonden, is op 26 mei verdampt. Het verdient beter. Dus ja, laat de kandidaten in de campagne hun ding doen. Maar misschien moeten die kandidaten dan ook eens duidelijk maken wat hun plan is en waarin die plannen van elkaar verschillen, in dat centrum van de politiek. Ook voor wie geen CD&V-lid is, kan dat best wel relevant zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud