Senior writer

Er zijn vier grote banken in ons land. Volgens gouverneur Luc Coene van de Nationale Bank is er dat één te veel. Welke zal verdwijnen? Dat zal die bank zijn die er niet in slaagt op duurzame manier rendabel te zijn.

De stelling van gouverneur Luc Coene van de Nationale Bank dat er in België te veel grootbanken zijn, is niet nieuw. Hij zegt dat al twee jaar. Telkens hij die uitspraak herhaalt – zoals afgelopen vrijdag op de zakenzender Kanaal Z -  zorgt dat voor enige beroering.

Zwaar geteisterd door de financiële crisis hebben banken als Fortis Bank, KBC en Belfius de voorbije jaren een groot stuk van hun internationale activiteiten af moeten stoten en plooien ze zich noodgedwongen terug op hun thuismarkt. Maar op de verzadigde en overbevolkte Belgische bankenmarkt is de concurrentie bikkelhard en zijn de winstmarges laag. Dat weegt op de rendabiliteit van de banken.

Dat móet de toezichthouder op de banken, die Luc Coene is, zorgen baren. Zijn analyse is correct: vier grootbanken in een klein land als België is van het goede teveel. Het IMF heeft dat in zijn jaarlijkse doorlichting van de Belgische economie ook gezegd. Voor de gezondheid van de banken in ons land en de stabiliteit van het financieel systeem in ons land zou het beter zijn dat er een grootbank verdwijnt en bijvoorbeeld opgaat in een andere.

Maar dat creëert dan weer andere problemen. De financiële crisis heeft immers geleerd dat hoe groter de banken zijn, hoe groter het risico is dat ze vormen voor de stabiliteit van het financieel systeem. En een stevige concurrentie tussen de banken is goed voor de klanten van de banken: de gezinnen en de bedrijven, de kredietnemers en de spaarders. Die concurrentie aan banden leggen door het aantal grote spelers te beperken, is misschien wel goed voor de winst van de banken, maar vanuit een breder economisch perspectief niet optimaal.

Het zijn allemaal elementen die tegenover elkaar afgewogen moeten worden. Luc Coene maakt zijn analyse als toezichthouder op de banken. En ook al heeft hij een punt, de gouverneur van de Nationale Bank kan niet beslissen dat er een grote bank in ons land moet verdwijnen, en zeker niet welke.

Er kan de komende jaren wel wat beweging komen op de Belgische bankenmarkt. De nieuwe minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) heeft onlangs al laten verstaan de privatisering van de staatsbank Belfius  te zullen overwegen. En privatisering kan betekenen: verkoop aan een andere bank, een binnenlandse of een buitenlandse.

Maar een verkoop aan een andere Belgische grootbank zal haast zeker op het veto stuiten van de concurrentiewaakhond. Een verkoop aan een buitenlandse groep is evenmin evident, want Belfius is een van de twee overblijvende grootbanken in ons land die nog Belgisch verankerd is. Gaan we die zomaar uit handen geven?  Een eventuele verkoop van Belfius aan een buitenlandse bankgroep zal de concurrentie op de Belgische bankenmarkt bovendien niet  verminderen, integendeel.

Ook al is een verdere consolidatie op de Belgische bankenmarkt misschien wenselijk, wie zal het initiatief daartoe nemen? Luc Coene geeft het toe: dat moet van de banken zelf en hun aandeelhouders komen. Maar welke van de vier Belgische grootbanken – BNP Paribas Fortis, KBC, ING België, en Belfius – vindt dat er voor haarzelf eigenlijk geen plaats is op de Belgische markt? Welke aandeelhouders zijn bereid hun bank op te offeren?

Een nieuwe consolidatiebeweging tussen de vier overblijvende grote banken in ons land, zal niet zo rap spontaan op gang komen. Als het gebeurt, zal het uit noodzaak zijn. De bank die geen voldoende rendabiliteit meer haalt, zal de handdoek in de ring moeten gooien. Het zal de zwakste speler zijn die uit de markt wordt geduwd.

Lees verder

Gesponsorde inhoud