Vrouwen hebben een plek verworven in de bestuurskamers van de beursgenoteerde bedrijven. Maar meer actie is nodig om daar tot een nog grotere diversiteit te komen.

Zeg niet te gauw, we vinden geen vrouw.

Toen in 2011 de wettelijke verplichting werd ingevoerd dat de raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven voor ten minste een derde uit vrouwen moesten bestaan - vanaf 2017 voor de grote ondernemingen, vanaf 2019 voor de kleinere - klonk gemor in de Belgische bedrijfswereld. De ondernemingen stoorden zich eraan dat het een verplichting was en wierpen op dat de kwaliteiten van de bestuurders belangrijker moesten zijn dan hun geslacht. En, zo luidde het, het reservoir van geschikte vrouwelijke kandidaat-bestuurders in ons land was beperkt.

Het heeft inspanningen gevergd. Maar kijk, het is ze gelukt. De beursgenoteerde Belgische bedrijven tellen meer dan een derde vrouwelijke bestuurders. In 2011 was dat maar een op de tien. Was dat zonder de wettelijke quotumregeling ook gelukt? Dat is mogelijk. Maar zeker is het niet. In dit geval heeft het opleggen van quota gewerkt.

Vrouwen hebben hun plaats verworven in wat traditionele mannenbastions waren. De bedrijven waren genoodzaakt bestuurders te rekruteren buiten de vertrouwde old boys networks. Dat heeft fris bloed en nieuwe inzichten in hun bestuursraden gebracht. En er zijn geen aanduidingen dat de kwaliteit van de bestuursbeslissingen erop is achteruitgegaan door meer vrouwen toe te laten.

Van de grote beursgenoteerde bedrijven in ons land is er maar een dat een vrouw als CEO heeft.

De strijd is evenwel nog niet helemaal gestreden. Met iets meer dan een op de drie blijven vrouwen ondervertegenwoordigd. Gezien hun aandeel in de bevolking zou het gemiddeld een op de twee moeten zijn.

Bijzonder wit

En vrouwen hebben het nog altijd vrij moeilijk om hun plek te verwerven in de directiecomités van de beursgenoteerde bedrijven, waar het operationele beleid wordt gevoerd. Van de grote beursgenoteerde bedrijven in ons land, de Bel20-bedrijven, is er maar een dat een vrouw als CEO heeft: de chemiegroep Solvay, met Ilham Kadri.

Het is bovendien niet omdat er meer vrouwen zetelen in de raden van bestuur, dat die nu opeens echt divers zijn. Ze kleuren bijzonder wit. Van de 212 bestuurdershebben er slechts acht een andere dan een blanke huidskleur. Dat is een gebrek aan diversiteit dat de voorbije weken door de Black Lives Matter-beweging ook in de aandacht is gekomen.

De raden van bestuur van  beursgenoteerde bedrijven hoeven geen perfecte weerspiegeling te zijn van de samenleving. Maar ze moeten er toch over waken dat ze door een onevenwichtige samenstelling niet te veel vervreemden van die samenleving. Dat is hun eigen belang, om te kunnen voelen wat er leeft bij hun werknemers, hun klanten, hun leveranciers.

Zijn quota ook hier de oplossing? Er is in elk geval actie nodig, bij voorkeur spontaan. De versie 2020 van de Belgische Corporate Governance Code, met aanbevelingen voor het bestuur van de beursgenoteerde bedrijven, houdt het bij een vaag pleidooi voor ‘voldoende diversiteit’ in de raden, ‘in competenties, achtergrond, leeftijd en geslacht.’ Dat is nogal mager.

Lees verder

Gesponsorde inhoud