Wim Moesen (KULeuven) ziet contradicties in ontwerpbegroting 2006

LEUVEN (tijd) - Ik heb er niet zozeer problemen mee dat er na de eenmalige bevrijdende aangifte opnieuw een permanente regeling voor fiscale regularisatie komt. In een rechtsstaat moet een fiscale zondaar zijn zonden altijd kunnen opbiechten. Waar ik wel moeite mee heb, is dat hij zijn zielenrust terugkrijgt zonder boetedoening. Zonden vergeven zonder penitentie kan niet.' Dat zegt Wim Moesen, professor economie aan de KULeuven. Wat hem in de ontwerpbegroting 2006 van de federale overheid vooral opvalt, zijn de contradicties.

De consternatie over de regeringsbeslissingen voor de obligatiefondsen en tak21- en tak23-producten houdt aan.

Wim Moesen: 'Wat mij treft, is de tegenstrijdigheid van bepaalde beslissingen. Zo staat de extra belasting op levensverzekeringen haaks op de beslissing het pensioensparen bijkomend aan te moedigen. De ene maatregel zal de andere nagenoeg opheffen. De beslissing om obligatiefondsen van het kapitalisatietype aan de roerende voorheffing te onderwerpen, druist dan weer in tegen de beslissing, fiscale zondaars de mogelijkheid te bieden hun zaken te regelen zonder extra belasting. Het klopt dat de Europese spaarrichtlijn het ook heeft over het belasten van obligatiefondsen van het kapitalisatietype. Maar onze overheid heeft destijds beslist die fondsen niet te belasten om de belegger een alternatief aan te bieden voor de kasbon en om hem weg te houden uit Luxemburg. De mensen die met de obligatiefondsen naar hier gelokt werden, worden nu belast, terwijl de mensen die met hun geld in Luxemburg zijn blijven zitten, nu naar hier gelokt worden met een gratis fiscale regularisatie.'

Is die fiscale regularisatie ook niet in strijd met de EBA, de eenmalige bevrijdende aangifte van 2004? Toen luidde het dat het voor fiscale zondaars nu of nooit was.

Moesen: 'De EBA was ontvangstgedreven. Om de opbrengst te maximaliseren, was het voor de overheid noodzakelijk te beklemtonen dat het om een eenmalige operatie ging. Maar tegelijk wist de overheid zeer goed dat het niet bij die eenmalige operatie zou blijven. In een rechtsstaat moeten fiscale zondaars altijd de mogelijkheid hebben zich aan te passen aan de wet. Al was het maar omdat er zich altijd nieuwe zondaars aandienen. De regularisatie was mogelijk voor de EBA en wordt nu dus opnieuw mogelijk na de EBA. Wat me tegen de borst stoot, is dus niet de fiscale regularisatie op zich. Wel dat de fiscale zonden in de eerste helft van volgend jaar vergeven worden zonder penitentie. Om correct te zijn, moet een zondaar niet alleen alle ontdoken belasting betalen, maar daar bovenop een boete.'

Moesen: 'Over de omvang van die boete kan gediscussieerd worden. Maar regularisatie zonder boete is moreel inconsistent. Je hebt regels overtreden, dus moet je een boete betalen.'

'De begroting is de morele blauwdruk van de natie. Ze weerspiegelt cijfermatig de normen en waarden waar je als samenleving belang aan hecht. De begroting is geen neutraal werkstuk, ze vertelt veel over welk soort overheid we hebben.'

U hamert er al jaren op dat de kwaliteit van de overheid onze concurrentiekracht mee bepaalt.

Moesen: 'We zijn in de ranking van het World Economic Forum van de 25ste naar de 31ste plaats getuimeld. Weet u waarom? Omdat we enorm slecht scoren voor politieke geloofwaardigheid. Voor de ranking wordt gebruikgemaakt van 300 indicatoren. 200 zijn statistische, 100 worden gehaald uit enquêtes met bedrijfsleiders. Vooral die enquêtes halen ons onderuit. Het buitenland begrijpt niet dat een wet bij ons met terugwerkende kracht kan ingaan. En toch is het precies wat nu opnieuw gebeurt met de roerende voorheffing op obligatiefondsen. Als de overheid vindt dat ze die fondsen moet belasten, dan is dat haar goed recht. Maar dan kan ze die belasting alleen invoeren voor nieuwe fondsen. De belegger heeft dan de keuze om er al dan niet nog in te stappen. Spelregels kunnen enkel voor de toekomst veranderd worden.'

Deelt u de mening dat de federale ontwerpbegroting 2006 wel erg veel eenmalige maatregelen bevat?

Moesen: 'Een begroting bevat altijd drie soorten maatregelen: maatregelen om de ontvangsten op te drijven, maatregelen om de uitgaven af te remmen en cosmetische maatregelen die het eindresultaat moeten opsmukken. Bij die cosmetische maatregelen heb je de terugkerende refreinen, zoals de verkoop van de ambassade van Tokio en een betere inning van de belastingen, en heb je de 'trouvailles', de nieuwe vondsten. De regering is dit jaar in de cosmetica inderdaad erg creatief geweest. Niet voor niets ben ik voorstander van meerjarenramingen. Als je verplicht wordt het effect van elke maatregel door te calculeren over meerdere jaren, remt dat automatisch het enthousiasme af voor vondsten met een eenmalig effect.'

De federale regering rekende bij de opstelling van de ontwerpbegroting 2006 met een groei van 2,2 procent. Heel wat economen vinden dat te optimistisch.

Moesen: 'De Vlaamse regering is bij de opstelling van haar begroting van een nog hogere groei vertrokken, met name van 2,4 procent. Maar ze heeft een buffer aangelegd die kan worden aangesproken, zodat ze veilig zit tot een groei van 1,6 procent. Pas als de groei nog lager zakt, moet ze bijkomend ingrijpen. De federale regering heeft die buffer niet. Het is voor haar dus erg belangrijk dat de groeiraming gehaald wordt. Maar ook ik vrees dat het te hoog gegrepen is.'

'Ook voor de werkgelegenheid is een hoge groei van het grootste belang. We hebben 1,75 procent groei op jaarbasis nodig om de werkgelegenheid te kunnen handhaven. Daar bovenop is 0,5 procent nodig om de intreders op de arbeidsmarkt aan het werk te helpen. Als de groei nog hoger ligt, beginnen ook de bestaande werklozen aan werk te geraken. Meer of minder dan 2,2 procent groei bepaalt of we volgend jaar in de Sahara leven dan wel grazen op een groene wei.'

Stefaan HUYSENTRUYT

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud