Winst voor iedereen

Uit de resultatenstroom die stilaan op gang komt - gisteren presenteerde een tiental bedrijven zijn jaarcijfers - blijkt dat de meeste Belgische beursgenoteerde ondernemingen over 2006 bijzonder fraaie winstcijfers kunnen voorleggen. In sommige gevallen reageren de beleggers teleurgesteld, omdat ze nog meer hadden verwacht. Maar dat neemt niet weg dat de bedrijven en hun aandeelhouders meer dan tevreden kunnen zijn over 2006.

Die hoge winsten zijn niet zomaar uit de lucht komen vallen. Ze zijn het resultaat van hard werken enerzijds en van een bijzonder gunstig economisch klimaat, in België en in Europa, anderzijds.

De recordwinsten lijken de jammerklachten te ontkrachten dat het concurrentievermogen van de bedrijven in België ondermijnd wordt door de hoge loonkosten en de zware fiscale lasten, en dat onze ondernemingen in snel tempo marktaandeel verliezen. Je kan er dan ook donder op zeggen dat sommigen die hoge bedrijfswinsten zullen aangrijpen om pleidooien voor loonmatiging of nieuwe lastenverlagingen voor de bedrijven af te wijzen.

Het jongste jaarverslag van de Nationale Bank laat er echter geen twijfel over bestaan: het verlies aan marktaandeel door de Belgische bedrijven wordt stilaan alarmerend. Cijfers van het Instituut voor de Nationale Rekeningen bevestigen die ontwikkeling trouwens. Daaruit blijkt dat het handelsoverschot van ons land in 2006 is gedaald tot het laagste peil in 14 jaar.

Het zou dan ook een vergissing zijn uit de hoge bedrijfswinsten af te leiden dat er geen inspanningen nodig zijn om de concurrentiekracht van de bedrijven te verbeteren en dat het opleggen van een loonnorm helemaal niet gerechtvaardigd is omdat het de kapitalisten alleen maar rijker maakt, ten koste van de werknemers.

Er mag immers niet vergeten worden dat de hoge winsten voor een stuk conjunctureel zijn en bij een verslechtering van het economisch klimaat snel kunnen vervlieden. Bovendien zijn winsten noodzakelijk. Ze stellen een onderneming in staat een buffer aan te leggen om tegenslagen op te vangen, en ze verschaffen een bedrijf de middelen om te investeren en zo zijn verdere groei veilig te stellen. Ook voor de werkgelegenheid is dat een goede zaak.

Het blijft natuurlijk vreemd om te pleiten voor loonmatiging op een ogenblik dat de ondernemingen buitenissige winsten realiseren. Want waarom zouden alleen het management en de aandeelhouders daarvan mogen profiteren, en niet de werknemers die er toch ook verdienste aan hebben?

Er bestaan mechanismen om de werknemers op een of andere manier te laten delen in de winst. Sommige bedrijven gebruiken die ook. Maar waarom die systemen van winstdeling niet veralgemenen? Waarom de werknemers geen conjunctuurbonus geven in een succesjaar? De werknemers moeten dan ook wel kunnen aanvaarden dat ze minder krijgen wanneer het een keer minder goed gaan. Zijn ze daartoe bereid?

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud