Redacteur Politiek

De opslag voor het personeel van de Vlaamse woon-zorgcentra is hen gegund. Maar in de Wetstraat wordt te vlot voorbijgegaan aan de ongemakkelijke vraag wie dat zal betalen.

'We openen ons hart en onze portemonnee', zei Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) dinsdag bij de aankondiging dat zijn regering 577 miljoen euro uittrekt voor hogere lonen, betere arbeidsvoorwaarden en lagere werkdruk in de zorgsector. Daardoor moet de koopkracht van het personeel in de woon-zorgcentra, waar op dit moment het leger en huisartsen in opleiding bijspringen om alles rond te krijgen, met 6 procent stijgen.

Het is hen gegund. Na het applaus dat de zorgkundigen in de eerste golf van het coronavirus kregen, mocht ook wel wat materiële waardering volgen. Bovendien dreigde zonder dat akkoord een nog groter personeelsprobleem voor de woon-zorgcentra, omdat de federale regering afgelopen zomer het zorgpersoneel in de ziekenhuizen al 6 procent opslag had gegeven.

Het akkoord kreeg dinsdag brede steun van zowel werkgevers in de zorgsector, vakbonden als de oppositiepartijen Groen en PVDA. Sommigen noemden het een eerste stap waarop andere moeten volgen, maar niemand schoot het af.

Wat echter verbaast, is hoe weinig vragen worden gesteld bij wie dat gaat betalen. Want op dit moment is het antwoord: onze kinderen. De Vlaamse regering is van plan volgend jaar 2,5 miljard euro te spenderen die ze niet heeft. De helft van dat zorgakkoord was al gebudgetteerd, maar de helft niet. Dat maakt dat het begrotingstekort volgend jaar naar 2,8 miljard euro schiet, tenzij extra wordt bespaard of belast.

Free lunch

Een van de neveneffecten van dit coronatijdperk is dat de politiek nog ongevoeliger dan vroeger lijkt te zijn geworden voor die cijfers. Er was een tijd dat de Vlaamse regering overschotten boekte voor de vergrijzingsfacturen van later - zoals in de zorg - en schuldenvrij was.

De Vlaamse regering heeft zich grootmoedig getoond voor de zorgsector. Nu moet ze uitleggen waar ze jaar na jaar daarvoor het geld zal halen.

Ze evolueerde naar een regering die ook de winst die ze boekte op de bankenreddingen niet volledig gebruikte voor schuldafbouw, die investeringsuitgaven voor de Oosterweelverbinding buiten beeld houdt voor het begrotingsevenwicht en die nu door de coronaschok opnieuw zwaar in het rood gedwongen wordt. Dit jaar springt het deficit los over 6 miljard euro, volgend jaar gaat het dus om 2,8 miljard euro.

Omdat lenen nagenoeg gratis is geworden, levert dat op dit ogenblik geen problemen op. Ergens is er zelfs dat uitzonderlijke economische fenomeen: een free lunch. Een overheid die vandaag geld leent voor een eenmalige investering die nadien geld blijft opleveren, kan dat zo goed als gratis doen.

Maar dat geldt niet voor uitgaven die elk jaar terugkeren, zoals dit akkoord voor de zorgsector. Die beslissing heeft gevolgen, waar dinsdag ook niemand van de oppositie in het Vlaams Parlement de regering op leek te wijzen: dit geld moet van ergens komen. Niet alleen dit jaar, nu de rente laag staat, maar ook in de jaren dat de rente weer stijgt.

En dat in een land dat al vrijwel de hoogste belastingdruk ter wereld torst, een dienstverlening terugkrijgt die daar niet altijd mee in verhouding staat en ook in Vlaanderen almaar meer schulden torst. De Vlaamse regering heeft A gezegd en zich grootmoedig getoond voor de zorgsector. Nu moet ze B zeggen en uitleggen waar ze jaar na jaar hiervoor het geld zal halen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud