Zigzagbeleid

©mfn online editor import

De regering moet zich niet de wet laten spellen door Electrabel. Maar als ze verreikende beslissingen neemt over de elektriciteitsproductie is overleg met de grootste speler wel aangewezen.

Het nieuwe uitrustingsplan voor de elektriciteitssector dat staatssecretaris voor Energie Mel­chior Wathelet gisteren voorlegde aan het kernkabinet, botste daar op minder weerstand dan verwacht. Daarmee is de discussie over de kernuitstap echter nog niet definitief beslecht. De regering mag immers zoveel uitrustingsplannen maken als ze wil, voor de realisatie ervan is ze afhankelijk van de elektriciteitsproducenten. En dat zijn particuliere bedrijven.

Electrabel kondigde gisteren in een fel perscommuniqué prompt aan de kerncentrale Tihange 1 binnen drie jaar te sluiten, hoewel het kernkabinet net beslist had de centrale tot in 2025 in bedrijf te houden om de elektriciteitsbevoorrading in ons land te verzekeren. De elektriciteitsproducent voert aan dat de kosten en inspanningen om de levensduur van de kerncentrale te verlengen niet verantwoord zijn als ze niet over drie installaties kunnen worden gespreid.

De reactie van Electrabel moet vooral gezien worden als een teken van onvrede omdat het niet of onvoldoende inspraak heeft gehad in het uitrustingsplan. Nochtans is Electrabel, met voorsprong de grootste elektriciteitsproducent van het land, daarin de belangrijkste betrokken partij.

Het dreigement van Electrabel om Tihange 1 te sluiten zet het hele uitrustingsplan op de helling. Maar voor een deel is het wellicht louter spierballengerol. Heel wat details van het uitrustingsplan moeten nog worden ingevuld: wie neemt de extra investeringskosten voor zijn rekening, welke vergoeding krijgt Electrabel voor de productiecapaciteit die het verplicht zal moeten veilen? Door nu stevig met de vuist op tafel te slaan kan Electrabel misschien bekomen dat het daar wel over geraadpleegd wordt.

Politiek gezien is het akkoord over het nieuwe uitrustingsplan een goed compromis. Maar voor Electrabel is het dat niet. De elektriciteitsproducent, die in handen is van de Franse groep GDF Suez, is er niet over te spreken dat de regering een protocolakkoord uit 2009 niet nakomt. Toen was afgesproken dat de drie oudste kerncentrales tien jaar langer open mochten blijven, tegen betaling van een forse nucleaire rente aan de schatkist. Die nucleaire rente heeft Electrabel aangerekend gekregen, maar op de toezegging dat de centrales langer open mochten blijven, is de regering teruggekomen. De energieproducent heeft reden om zich bekocht te voelen door het zigzagbeleid van de Belgisch regering.

Er is een vijandigheid gegroeid tussen Electrabel en de overheid, en dat is niet gezond. De regering mag zich niet door Electrabel laten gijzelen, maar ze moet wel on speaking terms blijven met het bedrijf dat van zo’n groot strategisch belang is voor het land en zijn economie. Dat impliceert niet dat we terug moeten naar de duistere vervlechting van politiek en elektriciteitsbedrijf zoals vroeger. Maar een open dialoog, met wederzijds respect én begrip voor elkaars belangen is wel aangewezen. Met een elektriciteitsoorlog is niemand gebaat.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud