Senior writer

Om af te raken van het zigzagenergiebeleid is een akkoord nodig tussen de grote politieke partijen in het noorden en het zuiden van het land. Dat moet de marsrichting vastleggen voor een langere periode.

De principiële instemming van Europa met een subsidiemechanisme voor de gascentrales deze week is een belangrijke stap naar de kernuitstap in 2025, die is afgesproken in het Vivaldi-regeerakkoord. Gascentrales moeten de gaten in de elektriciteitsvoorziening vullen die kunnen vallen door de sluiting van de kerncentrales. Ze zijn daarom een belangrijke randvoorwaarde voor de kernuitstap.

De bestendige deputatie van de provincie Vlaams-Brabant zette echter een pad in de korf. Ze weigerde een vergunning voor de gascentrale die Engie-Electrabel wil bouwen in Vilvoorde. Eerder al kreeg een geplande centrale in Limburg geen vergunning. En Wallonië legt de gascentrales extra eisen op voor het afvangen van de CO2-uitstoot, wat de investering duurder maakt en de kandidaat-investeerders minder enthousiast.

Ons land heeft een duidelijke energievisie nodig en een consistent beleid op de lange termijn dat kijkt naar de bevoorradingszekerheid, de kostprijs en de impact op het milieu.

Een consistent energiebeleid blijkt in dit land moeilijk. Dat komt omdat de bevoegdheid en bij de federale overheid en bij de regio’s zit. Zonder medewerking van de regio’s krijgt de federale overheid de gascentrales die ze nodig heeft voor haar energieplan niet gebouwd. Maar die regio’s moeten ook rekening houden met andere overwegingen - veroorzaakt een gascentrale extra stikstofuitstoot die door de landbouw gecompenseerd moet worden? - en met de weerstand van hun burgers/kiezers tegen de bouw van een grote centrale in hun buurt.

Dat het bestuur federaal en in de regio’s in handen is van andere politieke coalities maakt het nog ingewikkelder. De N-VA, in Vlaanderen de grootste regeringspartij, heeft een andere visie op het wenselijke energiebeleid dan Groen en Ecolo, die deel uitmaken van de federale regering en de kernuitstap, voor hen een symbooldossier, in het regeerakkoord hebben doen opnemen.

De economische en milieurealiteit is in elke regio anders. Voor de economie in het geïndustrialiseerde Vlaanderen is het van belang dat de elektriciteitsbevoorrading gewaarborgd is. Tegelijk is de uitdaging in Vlaanderen groot om de doelstellingen te halen in de strijd tegen de klimaatverandering.

Telkens een nieuwe coalitie aantreedt, worden in het energiebeleid andere accenten gelegd of gaat dat beleid een andere richting uit.

Daarbovenop worden de politieke voorkeuren geënt. De groenen, en ook een beetje de socialisten, zijn principieel gekant tegen kernenergie en willen er zo vlug mogelijk van af. De Vlaams-nationalisten vinden dat kernenergie daarentegen een aantal voordelen heeft. En de liberalen en christendemocraten nemen een tussenpositie in.

De complexe staatsstructuur, verschillende partijvisies en geregeld wisselende coalities op regionaal én federaal niveau verklaren het stop-and-gobeleid dat in België al twee decennia gevoerd wordt. Telkens een nieuwe coalitie aantreedt, worden in het beleid andere accenten gelegd of wordt het een andere kant opgestuurd.

Een energiebeleid moet worden gepland en gevoerd voor een langere periode dan een regeertermijn. Ons land heeft een duidelijke energievisie nodig en een consistent beleid op de lange of middellange termijn dat kijkt naar de bevoorradingszekerheid, de kostprijs en de impact op het milieu. Die visie en het daaruit voortvloeiend beleid dienen te steunen op een akkoord dat de goedkeuring heeft van alle politieke partijen in het noorden en het zuiden van het land. Dat moet de onbetwiste leidraad vormen voor het energiehoofdstuk van opeenvolgende federale en regionale regeerakkoorden.

Wishful thinking? Het is de enige manier om van een zigzagbeleid over te stappen naar een meer rechtlijnige koers.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud