Werkbaar werk, wie kan daar nu tegen zijn? Maar deze regering zou pas echt bakens verzetten met een breuk in de anciënniteitsverloning en een andere pensioenberekening.

Vriend en vijand verraste deze regering door de pensioenleeftijd binnen 15 jaar op te trekken naar 67. Makkelijke uitstapregelingen worden gaandeweg verstrengd of onmogelijk gemaakt. Hét pijnpunt van onze welvaartsstaat is bekend: onze carrières behoren tot de kortste van Europa. Mensen stoppen veel te vroeg met werken in verhouding tot onze levensverwachting. Als mensen niet langer bijdragen aan de sociale zekerheid, wordt het hele boeltje onbetaalbaar.

Om dat langer werken ook ‘werkbaar’ te maken legt minister van Werk Kris Peeters (CD&V) de sociale partners nu vier voorstellen voor. Een loopbaanrekening, een leeftijdsbewust personeelsbeleid, flexibel werken en aandacht voor burn-outs. Plannen waar je niet tegen kan zijn, zolang het voor bedrijven geen papieren tijgers worden die in de praktijk dode letter blijven.

Je kan evenwel niet alles in plannetjes gieten. Betrokkenheid bijvoorbeeld is een essentiële voorwaarde om je werk graag te doen, en iets waar werkgevers en werknemers alleen maar wel bij varen. Maar giet dat niet in plannen die je nog eens moet bewijzen. En afdwingbaar is het al helemaal niet. Werkgevers en werknemers zullen zelf op zoek moeten gaan naar hoe ze werk ‘zin’ kunnen geven, en oudere en jongere werknemers betrokken houden. Of, zoals specialiste Mieke Van Gramberen gisteren in De Tijd stelde: ‘Werkbaar werk is geen pooltafel of massage op het werk, maar ‘back to basics’.’

Houden we al ons hart vast voor - hoe goed de intenties ook zijn - te veel regeltjes en plannen, nog zorgwekkender is dat Peeters in zijn voorzet voor die plannen enkele essentiële zaken níét naar voren schoof.

Een regering die met de sociale partners echt een breuk in de anciënniteitsgedreven verloning kan maken, dat zou pas een stap zijn naar langer werken haalbaar maken in de praktijk. Iets doen aan de anciënniteit staat vermeld in het regeerakkoord, maar hoeveel komt daarvan in huis? Gisteren stond het alvast niet in de voorzet van Peeters.

Dat een 60-jarige werknemer zoveel duurder is dan één van pakweg 40, ook al met jaren ervaring op de teller, maakt hem daardoor alleen al snel tot een last voor de organisatie. Een systeem waarbij loon meer gebaseerd is op andere criteria (individuele prestaties, groepsdoelstellingen, soort werk) dan alleen op leeftijd is absoluut nodig. In andere Europese landen staat men daar al veel verder mee dan hier. De omschakeling zal jaren in beslag nemen, maar mag niet uitgesteld worden. In het begin van een vijfjarige legislatuur kan een regering zich permitteren zulke structurele hervormingen erdoor te duwen bij de sociale partners. Heeft ze daar de kracht voor?

Dat, samen met een nieuwe manier van pensioenberekening (het ‘puntensysteem’), zou pas ‘werkbaar werk’ zijn voor deze regering zelf. Werk dat zinvol is en waar iedereen, jong en oud, bij betrokken is. Pakken zinvoller alleszins dan het ruzietje van de dag over de zware dagtaak van Pieter De Crem.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud