Redacteur Beleggen

De Chinese overheid is voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor de beurscrash. China moet dringend transparanter worden.

Voor het eerst ligt China aan de basis van een zelden geziene wereldwijde verkoopgolf. Meestal steken gebeurtenissen in de Verenigde Staten, Europa, Japan of zelfs Rusland het vuur aan de lont, maar dit keer begon de crash op de Chinese markten. Het toont aan dat China niet meer enkel de fabriek van de wereld is, maar een gigantische consument van westerse producten en grondstoffen. Als het daar slechter gaat, riskeert de hele wereld een enorme kater.

De Chinese overheid heeft boter op het hoofd. Het land is nog steeds een halfopen en grotendeels centraal geleide economie, waarbij de overheid vaak beslissingen neemt die bijdragen tot de creatie van bubbels. Via een ongebreidelde kredietverlening creëerde ze een zeer sterke stijging van de vastgoedprijzen, met zelfs lege spooksteden tot gevolg.

Op de beurzen versoepelde Peking geleidelijk de strenge regels om via leningen aandelen te kopen. Alleen al tussen juni 2014 en juni 2015 kwamen er 40 miljoen kleine Chinese beleggers bij, zonder ervaring. Met geleend geld hoopten ze snel rijk te worden. Het gevolg was een spurt van de Shanghai Composite met 150 procent, en torenhoge waarderingen voor vaak obscure bedrijfjes. Als een zeepbel te groot wordt geblazen, ontploft ze gegarandeerd.

De Chinese overheid zag in de beurs een middel om de lokale consumptie te bevorderen, en minder afhankelijk te worden van de export. Dat pakt nu verkeerd uit. De miljoenen Chinezen die een deel van hun spaargeld zien verdwijnen, zullen niet geneigd zijn meer te consumeren. De artificiële steunaankopen door de centrale bank zullen ook niet helpen, want die maken de bedrijven niet gezonder. Het is beter een beurs­crash uit te zieken dan de bubbel te blijven voeden. Daardoor leren de kleine beleggers een weliswaar dure maar wijze les.

Intussen zitten ook wij op de blaren. China plaagt de beurzen met onzekerheid. De Chinese economie lijkt een groot zwart gat. Officieel houdt Peking vast aan een groei van 7 procent. Niemand gelooft dat cijfer nog. Veel indicatoren wijzen zelfs op een krimp. China zou beter open kaart spelen, zodat het land de markten niet met onverwachte devaluaties moet verrassen. Ook de boekhouding kan heel wat transparanter. En de kredietverlening moet zich meer op de privésector richten in plaats van op logge staatsbedrijven. Het land heeft nog veel werk om privé-initiatief aan te moedigen.

De pandoering op de beurs zegt iets, maar gelukkig niet alles over de reële economie. Op de financiële markten wordt elke krimp of groeischeut fors uitvergroot. Bedrijfsleiders die eraan twijfelen of het nog de moeite loont in China te investeren, laten zich beter niet al te veel van de wijs brengen. Op lange termijn zullen de economische macht en kracht van China nog vergroten.

Ook beleggers laten zich beter niet te veel leiden door de beursbarsten in Sjanghai en Shenzen. Beleggen is een werk van lange adem. Bovendien tonen de Amerikaanse en de Europese economie zich erg veerkrachtig. Klik wel de gordels vast voor een flinke dosis volatiliteit.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud