opinie

Coronacrisis luidt geopolitiek eindspel om olie in

Professor UGent, expert energiebeleid en internationale politiek

Mogelijk herstelt de vraag naar olie nooit meer van de coronaschok. De krimpende markt stelt de producenten voor een existentiële uitdaging en zal de geopolitieke wereldkaart hertekenen.

De pandemie en de economische crisis hebben enorme schokgolven veroorzaakt op de energiemarkten. De vraag naar energie zal dit jaar de grootste daling kennen sinds de Tweede Wereldoorlog. Van alle energiebronnen heeft olie de hardste klappen gekregen. Het olieverbruik zal dit jaar wellicht met zo’n 8 procent dalen. Daarmee is in één ruk een decennium van groei weggeveegd.

Volgens de oliemaatschappij BP zal de olievraag nooit meer herstellen tot het niveau van voor de coronacrisis. Toen liet de wereld een dagelijks verbruik van zo’n 100 miljoen vaten optekenen. Andere voorspellers, zoals het Internationaal Energieagentschap (IEA), denken dat het olieverbruik wel nog zal terugkomen tot op het niveau van 2019, maar de groei vertraagt aanzienlijk. In alle scenario’s die rekening houden met de klimaatdoelstellingen van Parijs ligt de piek in de olievraag reeds achter ons.

Piekolie en Big Oil

Een groeivertraging en uiteindelijke krimp van de olievraag zal pijnlijk zijn voor private oliemaatschappijen zoals BP, Shell en Exxon. Sommige onder hen, vooral de Europese spelers, hebben aangekondigd dat ze de transitie zullen maken. BP wil tot 40 procent minder olie en gas oppompen tegen 2030. Shell wil binnen tien jaar de grootste elektriciteitsproducent ter wereld worden.

Als we de klimaatdoelstellingen van Parijs willen halen, zal een groot deel van de oliereserves onder de grond moeten blijven.

Die bedrijven voelen meer en meer de druk van hun aandeelhouders om het geweer van schouder te veranderen. Beursaandelen van hernieuwbare energiebedrijven presteren de jongste jaren beter dan de koersen van ‘Big Oil’. Het ooit oppermachtige olieconcern Exxon verdween deze zomer zelfs uit de Dow Jones index. Shell moest in april voor het eerst in 70 jaar zijn dividend verlagen. In het jongste jaar hebben de zeven grootste private oliebedrijven bijna 90 miljard dollar aan investeringen moeten afschrijven.

Vechten om marktaandeel

Het grootste deel van de wereldwijde oliereserves is echter niet in handen van private bedrijven, maar wel van staatsoliebedrijven zoals Saudi Aramco in Saoedi-Arabië of PDVSA in Venezuela. Die spelers zijn veel kwetsbaarder voor een piek in de olievraag. De afgelopen jaren hebben die landen al de concurrentie gevoeld van de schalierevolutie in de Verenigde Staten, die de olieprijzen en dus hun inkomsten danig heeft gedrukt.

Nu komt daar nog eens de crash in de olievraag bij als gevolg van Covid-19. Wat de prijsdaling nog heeft versterkt is de prijzenoorlog tussen Rusland en Saoedi-Arabië, begonnen op slechts enkele dagen voordat de Wereldgezondheidsorganisatie de coronacrisis bestempelde als een wereldwijde pandemie. Het was dus voor de uitbraak van Covid-19 reeds vechten voor marktaandeel. Die competitie zal in een krimpende markt enkel maar worden aangescherpt.

Het was al vechten voor marktaandeel voor de uitbraak van Covid-19. Die competitie zal in een krimpende markt enkel maar worden aangescherpt.

De twist tussen Moskou en Riyad was snel bijgelegd en onder leiding van de Amerikaanse president Donald Trump werd in april een historische productieverlaging afgesproken van bijna 10 miljoen vaten per dag. Die verlaging werd doorgevoerd door zo’n 24 olie-exporterende landen, ook bekend als de OPEC+ groep. Aangezien er geen mechanisme bestaat om de naleving van de productieafspraken af te dwingen, pompen meerdere spelers meer op dan afgesproken.

Gestrande olierijkdom

Het is duidelijk dat een geleidelijke neergang van de olievraag een existentiële uitdaging stelt voor petrostaten die sterk afhankelijk zijn van olie-inkomsten. Volgens het IEA heeft de Covid-19-crisis ertoe geleid dat de waarde van alle olie- en gasreserves met bijna een kwart is gedaald. Als we de klimaatdoelstellingen van Parijs willen halen, moet een groot deel van de oliereserves onder de grond blijven. Die oliereserves kunnen dus niet meer beschouwd worden als spaargeld op de bank.

Dat kan sommige olie-exporterende landen ertoe aanzetten hun productie op te voeren, om nog zoveel mogelijk olie te verkopen nu er nog vraag naar is. De recente beslissing van Saoedi-Arabië om zijn productiecapaciteit op te drijven naar 13 miljoen vaten per dag kan in dat licht worden geïnterpreteerd.

Saoedi-Arabië moest in juli zijn btw verdrievoudigen. Pijnlijk in een land waar het sociale contract eruit bestaat dat de burgers allerlei gesubsidieerde diensten krijgen in ruil voor hun aanvaarding van het autocratische regime.

Op termijn staan de olierijke landen voor moeilijke hervormingen. Saoedi-Arabië moest in juli zijn btw verdrievoudigen. Dat is een pijnlijke maatregel in een land waar het sociale contract eruit bestaat dat de burgers allerlei gesubsidieerde diensten krijgen in ruil voor hun aanvaarding van het autocratische regime. Andere olieproducerende landen zoals Libië, Irak, Venezuela en Nigeria worden al getroffen door instabiliteit en conflict.

Het paradigma van de oliemarkten is fundamenteel veranderd door de schalierevolutie en de energietransitie. Olie is niet langer een schaarse grondstof waarvan de prijs alleen maar kan stijgen doorheen de tijd. Zelfs als de olieprijzen nog eens opveren, zal dat de energietransitie weg van olie alleen maar versnellen.

Thijs Van de Graaf

Professor UGent, expert in energiebeleid en internationale politiek

Lees verder

Gesponsorde inhoud