column

Achter de Arco-trein

Arco is niet het enige dossier dat in de weg ligt voor de beursgang van Belfius. Noch in de Wetstraat noch bij Belfius wil iemand beginnen over de staatsgarantie voor de failliete Gemeentelijke Holding, die werd bestuurd door vertegenwoordigers van alle traditionele partijen.

‘Regering krijgt factuur Gemeentelijke Holding op bord’. Het was de titel boven een bericht dat begin vorig jaar (20 januari 2017) verscheen in De Tijd. Het blijft een raadsel waarom dit nieuws, dat geen van de betrokken partijen tegensprak, niet de minste politieke commotie veroorzaakte.

Nochtans kon de aandachtige lezer vernemen dat zelfs na de vereffening van de Gemeentelijke Holding, het investeringsvehikel van de steden en gemeenten en de grootste aandeelhouder van Dexia, een gat overblijft van ruim 1 miljard euro. En de grootste schuldeiser is de overheidsbank Belfius, die hier een pijnlijk Dexia-legaat torst.

Net als Arco werd de Gemeentelijke Holding in 2008 door de regering van toenmalig premier Yves Leterme (CD&V) gedwongen in te tekenen op de kapitaalverhoging die het kapseizende Dexia in de vaart moest houden. De Gemeentelijke Holding, waarvan het bestuur was volgestouwd met vertrouwensmannen van zowel de Franstalige als de Nederlandstalige traditionele partijen, was met schulden beladen en had dat geld niet. Daarom leende de holding, zoals Arco, de nodige 500 miljoen euro bij… Dexia.

Net als de regio’s beloofden premier Leterme en zijn minister van Financiën Didier Reynders (MR) met de federale overheid 132 miljoen euro van dat bedrag te waarborgen. Jammer genoeg passeerde die belofte nooit op de ministerraad. Bijgevolg blijft het voorlopig wachten op die bijdrage tot de vereffening is afgehandeld.

Beslissende rol

Het hele verhaal in De Tijd werd enkele weken later door minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) bevestigd in zijn antwoord op de schriftelijke vraag van Kamerlid Georges Gilkinet (Ecolo). Onlangs bekende Leterme in een Humo-interview: ‘Wellicht hebben we teveel van hen (Arco en Gemeentelijke Holding, red.) gevraagd. De Gemeentelijke Holding is eraan kapot gegaan.’ Dat laatste was ook het geval voor Arco.

Kennelijk is in de Wetstraat en de belendende straten en pleinen een soort van schaakblindheid opgetreden in de beoordeling van het Dexia-debacle door de mediafixatie op het Arco-dossier, dat in de Belfius-balans financieel zelfs minder zwaar weegt. Nochtans speelt de afwikkeling van de vereffening van de Gemeentelijke Holding een beslissende rol in de uitvoering van de beursintroductie van Belfius.

De bank is volledig in handen van de federale overheid, die 30 procent - en in de nabije toekomst zelfs 49 procent - van de aandelen op de markt wil brengen. De beursintroductie was voorzien voor dit najaar. Maar blijkbaar was Belfius nog lang niet klaar met zijn dossier. Er bleven tal van prangende vragen, vooral bij de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt, de toezichthouder van alle systemische banken in de eurozone.

Specialisten zowel in Brussel als in Frankfurt hebben het nu over een mogelijke ‘negatieve impact op de solvabiliteit’ van Belfius als er geen regeling komt voor de staatsgarantie die destijds aan de Gemeentelijke Holding werd beloofd. Dat gaan uitleggen aan mogelijke buitenlandse investeerders, naast het Arco-kluwen, is onbegonnen werk.

Het Arco-dossier en dat van de Gemeentelijke Holding, die nu al jaren aanslepen, zijn vooral een demonstratie van de politieke nalatigheid van een regering die na jaren van onderling getreiter het talent ontbeert om tot oplossingen te komen.

Bovendien was er nog een waslijst van bemerkingen van de Europese toezichthouders over onder meer het toekomstige bestuur van de bank en de bescherming van de nieuwe aandeelhouders tegen het overwicht van de Belgische staat. Die vragen moeten nog worden ingevuld vooraleer de ECB haar fiat geeft. Ook daarom werd de beursgang verdaagd. Dat geeft aan de bank de tijd om haar dossier bij te spijkeren en aan de regering om niet alleen uit de Arco-impasse te geraken, zoals vorige zaterdag in De Tijd al werd aangegeven, maar ook om de knoop rond de vereffening van de Gemeentelijke Holding te ontwarren.

Die twee dossiers kunnen niet los van elkaar worden bekeken. Want als Europa al moeite zou hebben met een gedeeltelijke tegemoetkoming van de benadeelde Arco-beleggers/spaarders, dan is de kans groot dat ook bezwaren rijzen tegen het vergoeden door zowel de regio’s als de federale regering van een fors deel van de verliezen geleden door een institutionele belegger als de Gemeentelijke Holding. Met als bijkomend element dat aandeelhouders van de Gemeentelijke Holding aan de onderhandelingstafel zaten met de regering toen tijdens de hectische nacht van 29 en 30 september 2008 de beslissing viel. Terwijl de particuliere Arco-beleggers/spaarders uit de krant vernamen dat in hun naam met geleend geld was ingetekend op een kapitaalverhoging van het kapseizende Dexia.

Commerciële geste

De afgelopen jaren heeft de federale meerderheid, die zich voornam én de Arco-kwestie te regelen én Belfius naar de beurs te brengen, zich vooral beziggehouden met interne afrekeningen.

Ook Belfius komt niet versterkt uit deze episode. De diensten van de bank hoorden alvast te weten dat Europa minder of zelfs geen moeite zou hebben met een commerciële geste tegenover hun kleine Arco-rekeninghouders, die zacht gezegd verkeerd werden ingelicht over hun als spaarrekening vermomde belegging, dan met het uitkeren van een superdividend. Op zo’n dividend moet bovendien een consistente fiscale heffing worden betaald.

Een commerciële geste - naar het voorbeeld van enkele Italiaanse banken voor hun coöperanten - zou op zijn plaats zijn geweest. De Arco-spaarders en de aanverwante organisaties, die afstand deden van elke vergoeding, zijn al die jaren tegen weer en wind klant gebleven van de bank. Zo hebben ze er mee voor gezorgd dat Belfius uiteindelijk in een rustiger en voorspoediger vaarwater belandde, ondanks bijvoorbeeld een van Dexia geërfde miljardenblootstelling aan het Franse Crédit Local.

Bij Belfius wordt die trouw van de Arco-klanten hautain weggewuifd. Volgens een kopstuk is het goedkoper te lenen bij de ECB dan de Arco-spaarders aan boord te houden. Of dat nog het geval is wanneer de rente stijgt, is nog maar de vraag.

Tot de dag van vandaag heeft Arco de overheid, laat staan de belastingbetaler, nog altijd geen cent gekost, ondanks het beeld dat in politieke kringen graag wordt opgehangen. In de redding van Fortis, Ethias en KBC werd geen enkele privéaandeelhouder, zoals Arco, verplicht met vers geld over de brug te komen als voorafgaande voorwaarde voor de tussenkomst van de regering in de redding.

De gevolgen van het kantelen van de Gemeentelijke Holding hebben de gemeentelijke belastingbetalers wel al gevoeld, vooral in de steden en gemeenten die grote aandeelhouders waren. Want de Gemeentelijke Holding was niet karig met de dividenden die ze via Dexia binnenrijfde, en keek nooit op een lening min of meer met de Dexia-aandelen als onderpand. Wie de moeite neemt om het verslag te lezen van de hoorzitting over het dossier van de Gemeentelijke Holding in november 2011 in het Vlaams Parlement wordt duizelig van het gegoochel met cijfers. Sinds de dood van suikertante Dexia moeten sommige steden en gemeenten noodgedwongen nieuwe inkomsten aanboren in de vorm van bijkomende lasten om hun begrotingen te stijven.

Het Arco-dossier en dat van de Gemeentelijke Holding, die nu al jaren aanslepen, zijn vooral een demonstratie van de politieke nalatigheid van een regering die na jaren van onderling getreiter het talent ontbeert om tot oplossingen te komen. En bij Belfius moeten ze wel gaan uitkijken, want de overheidsbank begint zich stilaan te gedragen naar het beeld en de gelijkenis van die regering.

Lees verder

Tijd Connect