column

Achter het gestuntel

De nieuwe Britse premier Boris Johnson mag dan graag als een politiek amuseur uit de verf komen, de Europese Unie doet er verstandig aan zich voor te bereiden op een harde brexit.

‘Excentriciteit komt vooral voor bij de Engelsen, ten dele denk ik vanwege die speciale voldoening scheppende overtuiging onfeilbaar te zijn die het onvervreemdbare kenmerk is van de Britse natie.’ Tot die vaststelling kwam de Engelse dichteres Edith Sitwell al na de eerste bladzijden van ‘English Eccentrics’. Het is jammer dat Sitwell, zelf niet gespeend van enige buitenissigheid, Alexander Boris de Pfeffel Johnson - zo luidt de minder volkse naam van de nieuwe Britse premier - niet heeft gekend. Ze had hem minstens vermeld in haar verzameling van extravagante personages waar het Verenigd Koninkrijk rijkelijk mee is bedeeld.

Standpoint-commentator Nick Cohen vergeleek Boris Johnson ooit met Bertie Wooster, het hoofdpersonage uit de verhalen van P.G. Wodehouse die constant in zeven sloten tegelijk sukkelt en dan uit de nood wordt geholpen door zijn bijdehante maar immer onverstoorbare huisknecht Jeeves.

Stuntel

Ook het portret dat The Observer in 2007 van Johnson borstelde naar aanleiding van de stembusslag om het Londense burgemeesterschap, ging in die richting: ‘Hij beschikt over een fijne geest en kan bogen op een grote achterban, maar toch eindigt het parlementslid van Henley altijd in de soep.’ De titel boven het stuk droeg de veelzeggende titel: een stuntel met hoge ambitie.

Wie dezer dagen de kranten leest, krijgt de indruk dat Johnson de brexitchaos in zijn eentje aanrichtte.

Die hoge ambitie heeft de stuntel ingelost. Johnson nam vorige week zijn intrek in Downing Street 10, de Londense ambtswoning van de Britse premier. Volgens de jongste polls is de kans zelfs groot dat hij bij een volgende parlementsverkiezing met de Conservatieven opnieuw de meerderheid haalt en een pak kiezers terugwint van de Brexit Party van Nigel Farage. En zeker als hij slaagt in het openbreken van het brexitakkoord, met de moeilijk verteerbare Ierse backstop die zijn voorgangster Theresa May door de EU opgelegd kreeg.

Eurofobe schrijfsels

Wie dezer dagen de kranten leest, krijgt de indruk dat Johnson de brexitchaos in zijn eentje aanrichtte. Zijn verleden als Europaverslaggever in Brussel wordt erbij gehaald. Hij zou de lezers van zijn krant The Daily Telegraph hebben opgejut met gefantaseerde beschrijvingen van de Europese Unie als was ze een Ministry of Silly Walks uit de ‘Monty Python’-sketches, zoals Fintan O’Toole meegaf in The New York Times Review of Books.

Johnson heeft flink meegewerkt aan de imagovorming rond zijn persoon.

Met zijn eurofobe schrijfsels zou Johnson zelfs de oorzaak zijn geweest van de Deense nee-stem bij het referendum in juni 1992 over het Verdrag van Maastricht, waardoor de hele EU dreigde te blokkeren. Er kwamen uitzonderingen op het verdrag aan te pas om de Denen een jaar later in een nieuw referendum over de streep te jagen. Enkele van die artikels bundelde Johnson naderhand in ‘Lend Me Your Ears’. Het boek was een klein verkoopsucces vanwege de amusementswaarde, veeleer dan vanwege het verschafte inzicht in Europese kwesties.

Maar de Britten hadden Johnson niet nodig om hun ergernis over Europa te cultiveren, want die bestond al. Johnson heeft wel flink meegewerkt aan de imagovorming rond zijn persoon. Achter de Bertie Wooster-schijn schuilt een ambitieuze, weinig ontziende politicus. Dat hadden ze bij The Observer juist gezien. Hij was een bijzonder populair parlementslid voor het chique Henley. Twee keer won hij de stembusslag om het Londense burgemeesterschap tegen Ken Livingstone, een van die Labourkopstukken die betreurt dat de Oktoberrevolutie van 1917 zich niet in Londen afspeelde.

Duitse zwendel

De waarheid is dat de altijd berekende Johnson tot aan de vooravond van het brexitreferendum niet goed wist welke houding politiek de rendabelste zou zijn.

De waarheid is wel dat de altijd berekende Johnson tot aan de vooravond van het brexitreferendum niet goed wist welke houding politiek de rendabelste zou zijn. Niettemin is Johnson met zijn aangeboren anti-Europese sentiment gewoon het product van de naoorlogse Britse politiek. Zowel de Conservatieven als Labour voelden zich onwennig bij die Europese verenigingsplannen. Winston Churchill, over wie Johnson een weglezer van een biografie schreef, had dan ooit weleens opgeroepen tot de Europese eenmaking, maar hij vond dat het VK daar toch maar beter buiten bleef.

Margaret Thatcher stond bij haar aantreden als leider van de Conservatieven achter het Europese project dat ze van haar voorganger Edward Heath erfde. Maar ze eindigde als een virulente tegenstander van het federale Europa dat Europees Commissievoorzitter Jacques Delors propageerde. Haar staatssecretaris voor Handel en Industrie Nicholas Ridley schreef ooit in het conservatieve totemblad The Spectator dat de EU een Duitse zwendel was om Europa alsnog te overheersen en dat men de Britse soevereiniteit net zo goed aan Hitler had kunnen overdragen.

Labour-leider Tony Blair, volgens de bekende journalist Simon Jenkins de politieke pleegzoon van Thatcher, had aanvankelijk geen voeling met EU-kwesties. Als kersverse kandidaat schreef hij dat Labour de enige partij was die voldoende moed kon opbrengen om het VK uit de EU halen. Voor de meerderheid van de Labour-kiezers was de Europese Gemeenschap van meet af aan een kapitalistisch complot. Michael Foot, een van Blairs excentriekste voorgangers aan de top van de partij, had zich ooit uitgesproken voor een federaal Europa, maar dan wel als een mogelijke toenadering tot de Sovjet-Unie en tegen de Verenigde Staten.

Niet uit te leggen

Blair, die vandaag het voortouw neemt in de remaincampagne met het oog op een eventueel tweede referendum, schreef in 1997 nog in de uitgesproken anti-Europese tabloid The Sun, de journalistieke knots van persmagnaat Rupert Murdoch: ‘Laat me duidelijk zijn over mijn houding tegenover Europa. Ik wil niets te maken hebben met een Europese superstaat. Als er al manoeuvres zijn voor het optuigen van die draak, dan zal ik die afslachten.’ Murdoch, die de opmars van Blair steunde en van een Europese integratie niet wilde horen, zou die anti-Europese geloofsbelijdenis hebben geëist.

De latente Britse euroscepsis werd in Brussel voortdurend onderschat, tot vandaag.

Johnson heeft het van geen vreemden. De latente Britse euroscepsis werd in Brussel voortdurend onderschat, tot vandaag. Nog altijd worden allerlei verklaringen bedacht om uit te leggen dat die argeloze Britten in een referendumval zijn getuimeld. Maar het valt niet uit te leggen hoe het komt dat het parlement aan de ene kant nooit een nieuw referendum heeft kunnen afdwingen en aan de andere kant nooit zijn goedkeuring gaf aan het brexitakkoord dat premier May bereikte, noch hoe het komt dat de Conservatieven Johnson zonder verpinken als nieuwe leider verkozen. Zelfs het mogelijke uiteenvallen van het VK lijkt de Britten niet te verontrusten.

De wederopstanding van de Conservatieven in de opiniepeilingen zou de Europese hoofdkwartieren tot nadenken moeten stemmen. Die goede raad gaf de journalist Wolfgang Münchau onlangs mee in de Britse zakenkrant Financial Times. Hij vroeg zich ook af hoelang het nog duurt voor sommige lidstaten geconfronteerd met de fatale deadline de Ierse grenskwestie afwegen tegen hun economische belangen. Voor België gaat het om een jaarlijkse miljardenstroom. Brussel mag dan altijd het beste hopen, het kan zich beter op het ergste voorbereiden.

Lees verder

Gesponsorde inhoud