column

Belgische migraine

Als de politiek het ook niet meer weet, dan wordt de civiele maatschappij erbij gehaald. Dat die civiele maatschappij een fictie is, maakt weinig uit. Het is een middel tegen een aanval van politieke migraine.

‘België moet leren leven met zijn migraine.’ Dat zei Melchiot Wathelet begin februari 1992. De Franstalige christendemocraat had net zijn formatieopdracht ingeleverd bij koning Boudewijn. Enkele maanden eerder, op 24 november 1991, had de politiek ‘een signaal van de kiezer’ gekregen: Zwarte Zondag, de eerste opstoot van het Vlaams Blok.

De voorbeeldig tweetalige Wathelet, die premierambities had, nam zijn taak ernstig. Hij legde contacten met ‘het echte land’, met de civiele maatschappij, strevend naar ‘een nieuw contract met de burger’. Wathelet dacht de echte bekommernissen van die burger te kennen: rechtsbescherming, veiligheid, migratie (27 jaar geleden al), leefmilieu en uiteraard de begroting. Maar al die zorgen werden verdrongen door de communautaire strubbelingen, ‘de Belgische migraine’, zoals Wathelet die noemde.

Daarnaast speelden persoonlijke aversies. Volgens Wathelet weigerden bepaalde partijvoorzitters met elkaar te praten, laat staan aan dezelfde tafel te gaan zitten. De CVP en de SP stuurden aan op een tweederdemeerderheid, zo nodig buiten de eigenlijke regeringsformatie. De VU van Hugo Schiltz dreigde zelfs met de onafhankelijkheid van Vlaanderen als het niet kwam tot een formeel overleg over de staatshervorming tussen de Vlaamse en de Waalse executieve, zoals de deelregeringen toen werden genoemd. Het confederalisme gebruiken als dreigement was toen nog niet in zwang.

Met het precieuze optreden van Wathelet werd besmuikt gelachen in het hol van cynisme dat de Wetstraat is. Bij de toenmalige CVP sprak men van ‘het spel in de zandbak van Wathelet’. Dat spel kon maar duren tot partijvoorzitter Herman Van Rompuy de door de verkiezingsuitslag geschokte Jean-Luc Dehaene kon overtuigen het premierschap op te nemen. Wat hem ook lukte, met het bekende resultaat: een ingrijpende staatshervorming en een doortastende sanering die België in de eurozone loodste.

Vandaag draait in de Wetstraat een herhaling van de Wathelet-episode. Ook nu weet de politiek het even niet meer. In Wallonië wordt daarom de civiele maatschappij te hulp geroepen. De PS en Ecolo willen niet aan een nieuw communautair avontuur beginnen. Zij probeerden, vruchteloos, een minderheidskabinet op de been te brengen, eventueel gestut vanuit de oppositie en met de morele steun van de daartoe opgeroepen civiele maatschappij. Het vreemde is dat ze dat in het Brussels Gewest niet nodig achten, al is dat meer aangewezen gezien de diversiteit van de lokale bevolking.

Wat moet u zich voorstellen bij zo’n civiele maatschappij? Is dat het vertrouwde gestructureerde middenveld? Of de andere spontaan ontstane tijdelijke netwerken? In Vlaanderen blijkt zelfs een ‘civiel nationalisme’ te bestaan.

Het is wel opmerkelijk dat de PS en Ecolo teksten uit het middenveld moesten opvragen en luistersessies organiseren om te weten wat de burgers bezighoudt, om dat dan in een regeerprogramma te verwerken. Partijen worden net verondersteld de stem te zijn van groepen in die civiele maatschappij, die - als ze al bestaat - net zo verbrokkeld is als het politieke veld.

In werkelijkheid is zo’n opvoering met de civiele maatschappij niets meer dan een panacee wanneer een land door politieke koortsaanvallen wordt getroffen. In Frankrijk voerde president Emmanuel Macron ‘le grand débat’ met het Franse volk in een poging de woeste gele hesjes te bedaren.

In België komt die civiele maatschappij van pas bij communautaire migraine. In dit geval wilden de PS en Ecolo vooral de liberale MR uit de Waalse coalitie houden en zo ook de federale coalitie naar hun hand te zetten, zonder de N-VA met haar confederalisme. Dat manoeuvre mislukte. De MR moet erbij, maar de liberalen lieten al verstaan geen boodschap te hebben aan die etherische teksten van de PS en Ecolo. Zij willen vooral weten hoeveel dat allemaal kost.

Mist en onrust

Straks wordt de Wetstraat overvallen door de werkelijkheid: ontspoorde begrotingen, zowel federaal als regionaal, gapende tekorten in de sociale zekerheid, snel aanrollende kosten van de vergrijzing en de noodgedwongen kolossale investeringen in de klimaattransitie en in de staatsinfrastructuur. Onder elk van die opdrachten liggen communautaire mijnen. De mogelijkheden om een regering te vormen die daaraan het hoofd kan bieden, zijn beperkt. Een klassieke tripartite versterkt met Groen en Ecolo is mogelijk maar heeft geen meerderheid in Vlaanderen, waar de N-VA dan weer aan zet is. Paars met de N-VA heeft wel een Vlaamse meerderheid, maar niet aan Franstalige kant en is bovendien onverkoopbaar in het links gestemde Wallonië. Andere duiven zitten niet in de hoed.

De politieke mist over het land leidt tot onrust. De historicus Lode Wils ziet het einde van België al naderen, zegt hij in het weekblad Knack. De geroutineerde waarnemer Luc Huyse treurde in de krant De Standaard over het ‘Belgienspiel’ dat ten einde loopt. Hij verdenkt de N-VA ervan heimelijk te staan wachten om toe te slaan. Huyse verwees naar het volgens hem kwalijke voorbeeld van de scheiding tussen Tsjechië en Slowakije, waarvoor noch in Praag noch in Bratislava een meerderheid bestond.

De bezorgdheid van academici en andere opiniekneders over het nakende einde van België steekt de kop op bij elke communautaire koortsopstoot. Het krijgt stilaan iets komisch.

De bezorgdheid van academici en andere opiniekneders over het nakende einde van België steekt de kop op bij elke communautaire koortsopstoot. Het krijgt stilaan iets komisch. Het is in elk geval een grove overschatting van het politieke Vlaams-nationalisme. Want bij de N-VA, en al zeker bij het Vlaams Belang, weten ze ondanks stoere verklaringen over het confederalisme als voorgeborchte van de Vlaamse onafhankelijkheid hoegenaamd niet hoe ze dat eindspel moeten organiseren, laat staan wat ze daarmee moeten aanvangen. En als al zoiets als een confederaal model op de tekentafel lig, is dat voorlopig niet veel meer dan een constitutionele droedel.

Toen de Tsjech Václav Klaus en de Slowaak Vladimír Meciar onder een boom in de tuin van de beroemde Tugendhat Villa in Brno de TsjechoSlowaakse scheiding regelden, was het land geen lid van de Europese Unie. Het is lang niet zeker dat zo’n scheiding vandaag nog mogelijk zou zijn.

België zit verstrengeld in de EU en vooral in de eurozone. Het is al vaker opgeworpen - ten onrechte overigens - dat in de Belgische federatie geen hiërarchie van de rechtsnormen bestaat. In de EU bestaat geen twijfel: het Europese gemeenschapsrecht heeft altijd voorrang op dat van de lidstaat. Bovendien wordt de economische en monetaire politiek volledig gestuurd vanuit Europa en de Europese Centrale Bank, zelfs het Europees Parlement heeft geen inspraak. En binnen afzienbare tijd wordt het Europees Semester, het kader waarin het Europese economisch beleid wordt gecoördineerd, nog aangescherpt om ook de begrotingen van de regio’s nog beter onder controle te krijgen. De Belgische last afgooien en met de pet in de hand in de Europese rij blijven, levert weinig soevereiniteitswinst op.

Echte staatsbreuken, zoals het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1830, de Sovjet-Unie in 1990-1991 en Tsjecho-Slowakije in 1992, gebeuren gewoon, snel en onafwendbaar. De Belgische scheiding werd al meermaals voorspeld. Intussen telt het land ondanks de aanhoudende communautaire migraine al evenveel levens als staatshervormingen. Als de PS en de N-VA nu eens samen gaan zitten onder een boom in Hertoginnedal en vastleggen wat Vlamingen en Franstaligen nog samen willen doen, kunnen ze daar ordentelijk een vol leven aan toevoegen.

Lees verder

Tijd Connect