column

De deugd van de traagheid

Het Gentse hof van beroep hoopt in 2020 uitspraak te doen in de afhandeling van de fraudezaak rond Lernout & Hauspie, dat in 2001 failliet ging. Dat is een pak sneller dan de afhandeling van de zaak-UNIOP, die in 1989 begon en in 2017 stilletjes werd afgesloten. Een vergeten verhaal.

De ongemakkelijke omstandigheden waarin de Brusselse justitie soms moet werken, zijn bekend. Deze week moesten er zaklampen van de politie aan te pas komen om een zitting van de raadkamer te laten doorgaan. Kapotte schakelaars waren de oorzaak van de defecte verlichting. Eerder al moest de correctionele rechtbank de zittingszaal laten oplichten met een breedstraler omdat geen lampen meer voorradig waren.

Zulke faits divers, die vaak via Twitter bekend raken, illustreren de slordigheid waarmee de dagelijkse werking van het gerecht wordt begeleid. Erger is het tekort aan middelen en personeel, wat leidt tot haperingen waarvan vooral de rechtzoekenden het slachtoffer zijn. Kijk naar de aandeelhouders van Dexia, die door de bank werden voorgelogen. De zaak verjaart in 2021 en het Brusselse gerecht deed al die jaren geen klap. De gedupeerden hebben dan maar de strijd gestaakt, met als gevolg dat de aanrichters van de Dexia-puinhoop - net als de verantwoordelijken voor het Fortis-drama - op geen enkel moment werden verontrust.

Eerder deze week schreef De Tijd dat de burgerlijke afhandeling van de fraudezaak rond Lernout & Hauspie Speech Products nog lang niet van de baan is. In het beste geval wordt in de tweede helft van 2020 een uitspraak verwacht, zei de voorzitter van het Gentse hof van beroep. Lernout & Hauspie ging in 2001 failliet. Het zal dus 19 jaar hebben geduurd voor de gedupeerden - en dat zijn er nogal wat - weten waarop ze recht hebben. En let wel, ook tegen dat arrest is cassatieberoep mogelijk.

Vergeleken met wat een van de betrokkenen in het UNIOP-schandaal overkwam, is 19 jaar nog relatief snel. Camille Javeau, een meeloper in de zaak, wachtte liefst 28 jaar op een definitieve afwikkeling. Javeau, 76 intussen en destijds psycholoog van beroep, was verbonden aan het Universitair Instituut voor Opiniepeilingen (UNIOP), in 1970 gesticht door professoren van de Université Libre de Bruxelles (ULB).

De affaire begon in 1989 met de arrestatie van Javeau op basis van beschuldigingen van Jacques Borlée, toen nog atleet en nu vader-coach-manager van zijn veelgelauwerde zonen en dochter. Javeau was ooit voorzitter van de Franstalige Atletiekliga. Zijn relatie met Borlée was woelig, vooral nadat Borlée had verklaard dat UNIOP een geldmachine van de PS was en dat Javeau linke zaakjes had gedaan met Libië. Vooral dat laatste interesseerde de onderzoekers. Er circuleerden in die dagen wilde verhalen over de manier waarop in 1989 de vrijlating was verkregen van Jan Cools, de in Libanon gegijzelde dokter van Geneeskunde voor het Volk. Toenmalig PS-minister van Buitenlandse Handel Robert Urbain, een goede bekende van UNIOP, speelde daarin een rol. Zo werd beweerd dat Javeau computers zou hebben geleverd aan de Libiërs.

Maar van dat alles bleef weinig over in de zaak die in 1996 een zevental betrokkenen voor het Hof van Cassatie bracht, onder wie naast Javeau ook gewezen minister van Defensie Guy Coëme en Jean-Louis Stalport, de voormalige baas van de RTBf. Omdat Coëme minister was op het moment van de aangeklaagde corruptie, occulte partijfinanciering en malversaties, moesten ook zijn medebeklaagden zoals Javeau voor Cassatie verschijnen.

Europees hof

De band tussen UNIOP en de PS lag voor de hand. Aan het hoofd stond de intussen overleden ULBsociologe Nicole Delruelle-Vosswinkel. Zij was de vaste vriendin van de toen nog almachtige André Cools. Zijn relatie met Delruelle was destijds gemakeld door zijn partijgenoot Henri Simonet, die ook voorzitter was van de ULB. Simonet zou later de PS ruilen voor de liberale PRL, vandaag MR.

Om de jonge Delruelle behalve het emotionele welzijn van Cools nog iets omhanden te geven, werd voor haar UNIOP opgericht, op voorspraak van Simonet en de toenmalige ULB-rector Henri Janne. Een van de eerste klanten van het enquêtebureau was Paul Vanden Boeynants. Van dan af werd Delruelle door iedereen het hof gemaakt, niet alleen door politici maar ook door zakenlui. Want via haar, en via het orderboek van UNIOP, kreeg men toegang tot de PS-top, en vooral tot Cools.

De verkoper van de enquêtes aan de ministeriële kabinetten was Javeau, die een grote ijver aan de dag legde. Een deel van het betaalde geld vloeide vaak via allerlei kanalen terug naar de partij. Zowat alle PS-ministers maar ook enkele SP’ers waren klanten bij UNIOP, dat ook voluit werd gesteund door Hervé Hasquin, de voorzitter van de bestuursraad van de ULB en liberale senator. Dat was het gerecht niet ontgaan, en het vroeg de opheffing van Hasquins onschendbaarheid. Maar het kwam tot een afspraak tussen de PS en PRL. De socialisten verhinderden in het parlement die opheffing van zijn onschendbaarheid, terwijl Brussels PS-kopstuk en UNIOP-klant Philippe Moureaux door de liberalen de hand boven het hoofd werd gehouden.

Vooral in politiek geladen dossiers lijkt justitie al eens geneigd om traagheid veeleer dan grondigheid als een deugd te beschouwen.

Het oordeel van Cassatie in de UNIOP-zaak was hard. De partijslaaf Javeau kreeg door zijn medebeklaagden alle schuld toegeschoven en zat drie maanden in voorhechtenis. Hij bleef na de veroordeling berooid achter. Maar net als de overige veroordeelden, onder wie Coëme en Delruelle, trok ook hij naar het Europees Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg omdat de rechten van de verdediging waren geschonden. Want tegen de veroordeling van Cassatie was geen beroep mogelijk. Het Europees Hof veroordeelde de Belgische staat. De UNIOP-veroordeelden kregen een schadevergoeding van elk nagenoeg 1 miljoen frank (25.000 euro), net als hun lotgenoten naderhand in het Agusta- en Dassault-proces dat eveneens voor Cassatie werd gevoerd.

Voor de met schulden beladen Javeau maakte de schadevergoeding weinig uit. Maar gewapend met die uitspraak trok hij opnieuw naar de rechtbank om al zijn in beslag genomen goederen en middelen terug te vorderen. Die strijd zou duren tot september 2017. Toen stelde Cassatie Javeau in het gelijk tegen de Belgische staat, die ondanks de uitspraak van het Europees Hof zowat alle juridische middelen had uitgeput om hem juridisch klem te rijden. Omdat niemand zich het UNIOP-proces nog herinnerde, kreeg de finale overwinning van Javeau geen aandacht meer in de media.

Vandaag schrijft de grondwet voor dat ministers voor misdrijven gepleegd tijdens hun ambt door het hof van beroep worden berecht. Terecht, want als de UNIOP-zaak en later het Agusta- en Dassault-proces al iets aantoonden, dan was het de ongeschiktheid van Cassatie om dat soort zaken af te handelen. Zo werd Coëme in het UNIOP-proces veroordeeld omdat het enquêtebureau onder meer zijn krantenrekeningen in een dagbladwinkel in Waremme en een Berlitz-cursus Engels had betaald. Maar zij die de UNIOP-constructie hadden opgezet, bleven buiten schot.

Hoewel dat laatste niet kan worden gezegd van André Cools. Hij werd in de ochtend van 18 juli 1991 in Luik neergeschoten door twee Tunesische huurmoordenaars. De juiste toedracht van die politieke moord, die de Wetstraat door elkaar schudde, werd door het chaotische onderzoek nooit helemaal uitgeklaard. Vooral in politiek geladen dossiers lijkt justitie al eens geneigd om traagheid veeleer dan grondigheid als een deugd te beschouwen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud