column

De Europese sjacherbeurs

Wie federale en regionale regeringsformaties een wanvertoning vindt, keek wellicht met nog meer verstomming naar het gesjacher rond de invulling van de Europese topbenoemingen. Daar kwam zelfs geen kiezer aan te pas.

Vorige week hield gewezen secretaris-generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer voor de Vereniging voor Buitenlandse Relaties een opgemerkte uiteenzetting over Europa. Hij deed dat opvallend openhartig en kwam meteen ter zake: Europa mag dan wel een economische macht zijn, het dreigt toch de noot te worden in de notenkraker die China en de Verenigde Staten hanteren.

Europa is nergens op voorbereid. Volgens de Nederlander verwaarloost de Europese Unie zelfs haar achtertuin, de Balkan. Hij ziet daar een toenemende invloed van China, van Rusland en zelfs van Turkije. De manier waarop China omwille van economische ambities belangen neemt in Europese havens, baart de gewezen NAVO-baas zorgen. Want er is altijd een moment waarop economische belangen een kwestie van veiligheid worden.

Wat zich eerder deze week afspeelde in de Europese hoofdkwartieren rond het Brusselse Schumanplein, het politieke gesjacher met de Europese topbenoemingen, illustreert de verwijdering tussen Oost en West.

De Europese landen, die neutraliteit in hun DNA dragen, nemen de eigen defensie niet ernstig, vreest De Hoop Scheffer. Het Europese leger bestaat alleen op papier. Hij verzekerde dat Bill Clinton de laatste Amerikaanse president is geweest die militair tussenbeide kwam in een Europees conflict, in ex-Joegoslavië.

Ook Barack Obama liet de NAVO-bondgenoten verstaan zich te concentreren op de Amerikaanse aanwezigheid in de Stille Ocean en de Zuid-Chinese zee. Donald Trump heeft hardop gezegd wat zijn voorgangers discreet duidelijk probeerden te maken.

Trump-bashen en boe-roepen zijn nog geen beleid, zegt De Hoop Scheffer. De EU-lidstaten doen er goed aan ook na een brexit het Verenigd Koninkrijk te betrekken bij de Europese defensie. Bijzonder verontrustend vindt hij dat Duitsland niet langer lijkt te werken aan de uitbouw van de Europese Unie. ‘’t Is stil aan de overkant’, citeerde hij uit een voetballied. En hij bedoelde: Berlijn.

De Hoop Scheffer had het nadrukkelijk over de steeds zichtbaardere barst tussen de landen van Oost- en Midden-Europa en de rest van de Europese Unie. Hij zit op dezelfde lijn als de bekende Bulgaarse politieke wetenschapper Ivan Krastev in zijn essay ‘After Europe’.

Die breuk, veroorzaakt door de migratie, bedreigt zelfs de toekomst van de EU, vreest Krastev. Hij schrijft: ‘Voor de eerste generatie van Midden-Europese leiders zoals de Tsjech Vaclav Havel was aansluiten bij Europa de belangrijkste opdracht. Zij wilden aantonen dat ze Europeser waren dan de West-Europeanen. Hun opvolgers ervaren de voortdurende druk om zich aan te passen aan de Europese normen en instellingen als een vernedering, en bouwen daarom een legitimiteit uit rond de eigen identiteit tégen Brussel.’

Rik Van Cauwelaert ©rv

Wat zich eerder deze week afspeelde in de Europese hoofdkwartieren rond het Brusselse Schumanplein, het politieke gesjacher met de Europese topbenoemingen, illustreert de verwijdering tussen Oost en West.

Het begon al tijdens de bijeenkomst van de G20 een week geleden in Osaka, Japan. Daar timmerden de Franse president Emmanuel Macron en de Duitse kanselier Angela Merkel samen met de Nederlandse premier Mark Rutte en diens Spaanse collega Pedro Sánchez aan de invulling van de Europese topfuncties.

Dat was snel geregeld: een sociaaldemocraat als Commissievoorzitter (Frans Timmermans), een liberaal als voorzitter van de Europese Raad (Charles Michel), en een christendemocraat als voorzitter van het Europees Parlement (Manfred Weber) en als Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid (Ursula von der Leyen).

Die keuzes werden niet eens gemotiveerd. Het was een zakelijke, arrogante machtsverdeling tussen Frankrijk en Duitsland en tussen de drie traditionele politieke families, waarbij de Midden- en Oost-Europese EU-lidstaten straal werden genegeerd.

Met Hongarije en Polen als voortrekkers liet het verzet niet op zich wachten. De kandidatuur van Frans Timmermans, centraal in de Osaka-deal, werd tijdens een marathontop in Brussel van de onderhandelingstafel geveegd. Wat Macron de bedenking ontlokte: ‘We moeten onze procedures veranderen. Anders zijn we niet geloofwaardig voor onze burgers.’

Alternativlos

De waarheid is dat er geen geijkte procedure bestaat. Of toch. Er was het systeem met de spitzenkandidaten: de partij die als grootste uit de Europese verkiezingen komt, mag haar kopman/vrouw uitsturen als Commissievoorzitter. Dat heeft één keer gewerkt, met de Luxemburger Jean-Claude Juncker als winnaar. Nu is het afgelopen.

De Europese Raad, maar vooral Frankrijk en Duitsland willen de benoemingscarrousel met strakke hand blijven regisseren, met op de hoogste functies telkens een van hun zetbazen. Dat was ook het resultaat van hun uiteindelijke keuze.

De nieuwe Commissievoorzitster Ursula von der Leyen, de nieuwe voorzitter van de Raad Charles Michel, de toekomstige ECB-voorzitster Christine Lagarde, en de Spanjaard Josep Borrell, een sociaaldemocraat, als nieuwe Hoge Afgevaardigde voor het buitenlands beleid passen perfect in de schema’s van Parijs en Berlijn. Geen van hen was bij de jongste verkiezingen kandidaat voor het Europees Parlement. En de vier staan zeker niet bekend om hun onweerstaanbare hervormingsdrang.

Tijdens de ultieme ruilbeurs in Brussel bleven de Oost- en Midden-Europese landen alweer aan de zijlijn

Tijdens de ultieme ruilbeurs in Brussel bleven de Oost- en Midden-Europese landen alweer aan de zijlijn, terwijl de Fransen en in mindere mate de Duitsers hun slagen thuishaalden. Omdat het Europese beleid nu eenmaal ‘alternativlos’ is, mag het Europees Parlement er nooit vat op krijgen. Dat parlement heeft hoe dan ook geen enkel initiatiefrecht.

Het hele economische en financiële beleid blijft onttrokken aan elke controle van de kiezer. In eigen land mogen kiezers dan wel stemmen voor allerlei rare partijen of voor een nieuwe regering, de krijtlijnen van het economische en monetaire beleid, de begrotingsaanpak en de soberheidspolitiek worden Europees bepaald.

Dat laatste ondervonden onlangs nog de onderhandelaars van de ultralinkse PTB, toen ze met de PS gingen onderhandelen over de vorming van een Waalse regering. Bij elk van hun voorstellen gooiden Elio Di Rupo en Paul Magnette de armen in de lucht: ‘Pas op! Europa laat dat niet toe!’ Waarop de PTB’ers na enkele uren opstapten.

En daar komt geen verandering in zolang het Europees Parlement geen echt parlement is, waar meerderheden worden gevormd rond een coalitie die de Europese burgers een regeerprogramma voorlegt waarop ze electoraal kan worden afgerekend. Dat over de Europese topfuncties wordt beslist door premiers en presidenten die in eigen land werden verkozen, doet niets af aan het democratische deficit waarmee Europa worstelt.

De Duitse academica Ulrike Guérot, auteur van ‘De nieuwe burgeroorlog’, formuleerde het zo: ‘Goederen en kapitaal zijn in Europa wettelijk gelijk. Maar uitgerekend de burgers, die de behoeders van het politieke systeem moeten zijn, zijn wettelijk niet gelijk in de EU als het gaat om verkiezingen, belastingen en sociale rechten. Sterker nog, als het daarop aankomt, worden ze in onderlinge concurrentie geduwd. In die omstandigheden raakt de Europese politieke unie nooit voltooid.’ En dat laatste was nochtans wat het Verdrag van Maastricht beloofde.

Een Europees Parlement dat zichzelf een beetje respecteert, kan die grote uitruil door de Europese Raad uiteraard niet goedkeuren. Het Europees Parlement kent zijn plaats. Het weet wanneer het moet zwijgen. Maar er komt wellicht een conferentie die moet nagaan hoe de topfuncties voortaan democratischer kunnen worden ingevuld. Een conferentie! Dat daar niet eerder aan werd gedacht.

Lees verder

Tijd Connect