column

De kleren van de voorzitter

Partijvoorzitters wordt een grote macht toegedicht. Als dat maar genoeg wordt herhaald, gaan ze dat op den duur zelf geloven. Op 26 mei maakten de kiezers een einde aan die fictie.

Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) was vorige zondag te gast in het VRT-programma ‘De zevende dag’ voor een vragenstonde met kijkers en aanwezigen. De opvoering had een zeker Poetin-gehalte. De Russische machthebber wil zich ook weleens overgeven aan een - strak geregisseerde - publieke ondervraging. Alleen doet Poetin dat met wat meer zwier dan Jambon, die bijwijlen onzeker en nors uit de schors kwam. De minister-president had ook weinig te bieden, maar dat kon hij bezwaarlijk toegeven. Geen van de drie partijen die de Vlaamse meerderheid rond zijn regering vormen, heeft een wervend project voor de Vlaamse Gemeenschap. De dorheid van het regeerprogramma, dat soms leest als een politiereglement, is daarvan het resultaat.

Bovendien laat de benepen begrotingsmarge waarin de Vlaamse overheid vastzit weinig ruimte voor begeesterende initiatieven. Want niet alleen de federale regering, of wat daarvan overblijft, kreeg onlangs een onvoldoende van de Europese Commissie. Er wordt weleens vergeten dat het begrotingsontwerp dat de regering-Michel aan Europa voorlegde, er een is in naam van de federale entiteit I én de regionale entiteit II. Daarin wordt tegen 2020 een tekort van 2,3 procent in het vooruitzicht gesteld.

Benard

De federale overheid krijgt het grootste deel van dat tekort op haar conto. Dat is mede het gevolg van de factuur van de sociale zekerheid, die de federale overheid volledig voor haar rekening neemt. Maar het is de Europese controleurs niet ontgaan dat de verschillende regeringen zich maar matig om de schuldafbouw bekommeren. De Brusselse regering had het zelfs over het optrekken van het schuldplafond. De Waalse regering van Elio Di Rupo (PS) hoopt op een begrotingsevenwicht in 2024, de Vlaamse regering in 2021. Dat ze dat evenwicht ook halen, is lang niet zeker. Nog een geluk dat het Instituut voor de Nationale Rekeningen onlangs het bruto binnenlands product opkrikte, zodat de schuldgraad lichtjes daalde, of de toekomst zag er nog bedenkelijker uit.

De benarde begrotingssituatie is ook een gevolg van het gebrek aan overleg tussen de beleidsentiteiten. En dat ondanks het samenwerkingsakkoord dat destijds onder de regering-Di Rupo werd gesloten en de dure eden die daarbij werden gezworen. Premier Charles Michel (MR) ondernam geen enkele ernstige poging om de overeengekomen samenwerking op gang te trekken. Sterker nog: hij heeft er alles aan gedaan om het overleg te fnuiken.

Premier Charles Michel (MR) heeft er alles aan gedaan om het overleg tussen de federale overheid en de regio's te fnuiken.

Hij ging daarbij zover dat hij de diplomatieke vertegenwoordigers van de regio’s volledig uit de Belgische delegaties voor de Europese Raad weerde. Een vreemd manoeuvre, omdat de Belgische regering aangewezen is op informatie die de regionale regeringen moeten aanreiken. Terwijl de informatie vanuit Europa - bijvoorbeeld over de gesprekken met het Verenigd Koninkrijk - dan weer vitaal is voor de Vlaamse economie, die de grootste hinder kan en zal ondervinden van de brexit.

Zeven jaar geleden werden de deelstaatdiplomaten wel toegelaten voor cruciale Europese Raden over onder meer het Meerjarig Financieel Kader. Op een daarvan konden de Vlaamse vertegenwoordigers op de valreep verhinderen dat enkele tientallen miljoenen bestemd voor de Limburgse reconversie na de sluiting van Ford alsnog naar Wallonië werden versluisd.

Opmerkelijk is dat geen van de Vlaamse coalitiepartners premier Michel tot de orde riep: noch de N-VA, noch CD&V en Open VLD, die overigens ook in de Vlaamse regering zetelden en nog zetelen. Een beetje partijvoorzitter had over de uitsluiting van de deelstaatdiplomaten meteen stampij gemaakt. Dat dat niet gebeurde, zegt al iets over de inhoud van het partijvoorzitterschap.

Angst voor oppositie

Partijvoorzitters wordt een grote macht toegedicht. Als dat maar genoeg wordt herhaald, gaan ze dat op den duur zelf geloven. Maar op 26 mei maakten de kiezers een einde aan die fictie, althans in Vlaanderen. Zelfs bij de N-VA, de grootste partij, die liefst 280.000 kiezers verloor. Dat sloeg een barst in het partijharnas. Bij de PS hebben ze na de gevoerde gesprekken alvast de stellige indruk dat voorzitter Bart De Wever niet langer alleen meester aan boord is. Volgens hen bewijst de maandenlange opvoering met het Vlaams Belang dat de partij de uitslag van 26 mei nog niet heeft verteerd en eigenlijk niet goed meer weet welke kant ze uit moet. In elk geval moet tijdens de discrete formatiegesprekken het eerste woord nog vallen over confederalisme, tot voor de verkiezingen een N-VA-geloofspunt.

De angst om aan de kant te worden gelaten, is bij de twee Vlaamse partijen overweldigend.

Met de pet in de hand hebben de voorzitters van Open VLD en CD&V aan de poort staan wachten tot ze bij de N-VA zo goed wilden zijn om met de Vlaamse regeringsonderhandelingen te beginnen. Dat is het beeld dat van de afgelopen zomerperiode is overgebleven. Niets belette CD&V-voorzitter Wouter Beke en zijn Open VLD-collega Gwendolyn Rutten om De Wever de prang op de neus te zetten en ermee te dreigen zich in de oppositie terug te trekken als niet snel een einde werd gemaakt aan de vertoning met het Vlaams Belang. Kennelijk zijn beide partijen bereid nog eens onder het juk te passeren, nu van Paul Magnette, die zich als nieuwe PS-voorzitter wil laten gelden.

De angst om aan de kant te worden gelaten, is bij de twee Vlaamse partijen overweldigend. Vooral bij CD&V herinneren ze zich nog de paars-groene en paarse regeringen van Guy Verhofstadt. Toen zat de partij omzeggens sprakeloos in de oppositie. Finaal maakte Verhofstadt zelf een einde aan dat avontuur door op liberale wijze de staatskas leeg te spenderen.

Verbijsterend

De manier waarop CD&V naar de verkiezing van een nieuwe voorzitter strompelt, is dan ook verbijsterend voor een partij die ooit de grootste naoorlogse premiers van het land leverde. Niet één van de meer geroutineerde partijkopstukken vond de moed om de fakkel over te nemen van Wouter Beke, bezig als ze zijn met de eigen carrière. Het is geen toeval dat de meeste kandidaat-voorzitters ook burgemeester zijn. Bij de jongste verkiezingen werd de partijtop meermaals aangemaand om in te zetten op de 122 burgemeesters en hun plaatselijke verkozenen, want die wisten precies hoe de vlag erbij hing. Dat advies werd in de wind geslagen. Nu de electorale schipbreuk is geleden, wil de partijtop opnieuw ‘naar de mensen luisteren’.

De manier waarop CD&V naar de verkiezing van een nieuwe voorzitter strompelt, is verbijsterend.

In ‘Politieke stenogrammen’ schrijft de Nederlandse socioloog-filosoof Willem Schinkel: ‘Wanneer gezegd wordt dat het belangrijk is om naar de mensen of naar de bevolking te luisteren, weet je dat het om narigheid gaat. De frase wordt nooit opgeworpen als het gaat om economisch beleid, maar altijd als er racisme te vermoeden is onder die specifieke mensen die voor ‘de mensen’ doorgaan.’

Opvallend is dat maar een van de zeven kandidaten voor het CD&V-voorzitterschap zich niet verloor in geneuzel over de C in CD&V, of begon over een krachtiger migratieaanpak of verviel in wollige sociologenpraat over ‘een nieuw narratief’: Walter De Donder, burgemeester van het landelijke Affligem. De Donder, die door zijn televisiewerk ook landelijke bekendheid geniet, ging in De Morgen meteen naar een van de kernen van het CD&V-probleem: ‘Er is een grote groep van laaggeschoolden, mensen in armoede, werkloosheid of ziekte, die het niet meer zien zitten. Die hebben we met zijn allen een beetje achtergelaten. Dat was fout.’

De Donder weet waarover hij spreekt. Op de zwarte oever aan de overkant van de Dender die langs zijn gemeente stroomt, ziet hij de gevolgen van dergelijk verzuim.

Lees verder

Gesponsorde inhoud