column

De middelmaat opzij

Zo te horen wordt in de Wetstraat gerekend op federale verkiezingen in het najaar. Of een bittere stembusslag midden in de prille aanzet van landelijk herstel van een economische coma zonder voorgaande: dat is nu niet het moment.

Van de Britse socialist Aneurin Bevan werd gezegd dat hij als redenaar  weinig toegaf aan Winston Churchill. Bevan was een arbeiderszoon afkomstig uit Tredegar, een grauwe industrievlek in Wales. Hij staat bekend als de vader van de nationale gezondheidszorg. De bekendste hem toegeschreven uitspraak deed hij in 1948 als minister van Gezondheid bij de oprichting van die Britse National Health Service. Hij verzekerde toen zijn toehoorders in het Lagerhuis dat voortaan de klank van een vallende bedpan in het hospitaal van Tredegar zou nazinderen tot in het parlement in Westminster.

Ook zonder een tweede opstoot van de corona-epidemie wordt het geen V-opvering van de economie.


In de regionale parlementen alhier werd de afgelopen jaren kennelijk weinig acht geslagen op vallende bedpannen in de rusthuizen. Zelfs toen nog geen sprake was van coronabesmetting ontbrak het niet aan horrorverhalen in de media over de werking van sommige woon-zorgcentra. Hoeveel bedpannen moeten in die zorginstellingen nog vallen om de Vlaamse, Brusselse en Waalse verkozenen te dwingen hun controlebevoegdheid op te nemen?

Nonchalance

Ruim de helft van de bijna 7.500 dodelijke Covid-19-slachtoffers opgetekend tussen 10 maart en de vooravond van 1 mei woonde in een rusthuis. En dat zijn de officiële cijfers die de federale overheid zelf dagelijks bekendmaakt. Enkele instellingen moesten door crisismanagers worden overgenomen. In Jette werd zelfs het leger ingezet omdat werknemers van een plaatselijk woon-zorgcentrum niet kwamen opdagen, terwijl het aantal besmettingen en doden er angstwekkend toenam.

In de coronacrisis is de situatie in de woon-zorgcentra de pijnlijkste illustratie van de bestuurlijke nonchalance van de afgelopen jaren. Waardoor ook de geloofwaardigheid van de overheid niet bijster groot bleek toen de bevolking moest worden overtuigd van de goede zin van sommige lockdownmaatregelen.

Politieke tegenstellingen die tot voor kort onoverbrugbaar waren, moeten opzij om een bestuursakkoord voor de resterende regeerperiode te sluiten.


Neem zoiets als de installatie op de smartphone van een app die toelaat de contacten na te gaan in geval van besmetting. Insiders beschouwen de twee maanden geleden ontwikkelde DP-3T, die deels in eigen land tot stand kwam, als de efficiëntste en met de beste garantie op privacy. Zelfs de Duitsers schakelen nu over op die app. Ook de Oostenrijkers, die nochtans een eigen Novid20 hadden ontwikkeld. Enkele specialisten hopen zelfs dat de Europese Unie de DP-3T-app als standaard zal gebruiken. Maar de invoering in België laat op zich wachten, omdat niet alleen het grote publiek maar ook mensenrechtenorganisaties en juristen de overheid niet voetstoots vertrouwen, zelfs niet in deze noodsituatie en ondanks de geboden privacygaranties.

Imbroglio 

De coronacrisis is ook een crisis van het beleid, niet alleen in België. De EU zal de eerstkomende maanden fors uit de hoek moeten komen om haar gezag te herstellen. Europees voorzitter Charles Michel, door de Duitsers gewantrouwd en door de Fransen niet ernstig genomen, viel de voorbije maanden door de mand. Commissievoorzitster Ursula von der Leyen deed het al niet veel beter ondanks de Duitse ondersteuning.

Hier werd week na week de geloofwaardigheid van zowel de federale als de regionale overheid ondermijnd door het onzekere en soms tegenstrijdige optreden van de beleidsverantwoordelijken. Toch denken sommige politieke bollebozen in de Wetstraat aan verkiezingen in de loop van het najaar. Wat betekent dat het federale land een bittere verkiezingsstrijd moet doormaken midden in de prille aanzet van het herstel van een nooit eerder geziene economische coma.

Het politieke imbroglio in de Wetstraat is niet het gevolg van de coronacrisis, maar van het politieke gesjacher van de partijen. Sinds de N-VA begin december 2018 de coalitie rond premier Charles Michel feitelijk ten val bracht, wordt het federale land geregeerd door een minderheidsregering die tegen beter weten in en om partijpolitieke berekeningen wordt gedoogd door de altijd gedweeë Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Podcast | Albers & Van Cauwelaert | ‘De Wetstraat ziet niet wat er nog op ons afkomt’


Omdat in maart de ultieme poging om de N-VA en de PS tot een coalitie te bewegen op onwil stuitte en gelijktijdig de coronacrisis een onmiddellijk optreden vergde, werd de door interim-premier Sophie Wilmès (MR) geleide rompregering nog eens van de kant geduwd. Wilmès heeft dat premierschap nooit gewild en werd na het vertrek van Michel in die rol gedwongen. Maar ze was politiek misbaar en deed bijgevolg dienst als de offerpion van haar partij. Als Wilmès mislukte, was er slechts een mindere MR-figuur overboord. Intussen kon haar voorzitter Georges-Louis Bouchez de spieren rollen en pronken met zijn tatoeages en met de machtsbasissen die hij bezet.

Voor de oppositie bood Wilmès met haar regering op krukken de kans de handen in onschuld te wassen voor de crisis die onvermijdelijk volgde. Het partijenspektakel van de afgelopen weken is van het meest mediocre dat ooit in dit land werd vertoond. Het applaus na deze vertoning zal er een zijn voor het vallende doek, niet voor de acteurs.

Economische coma

Zodra de lockdown is afgewikkeld, moet een volwaardige federale regering tot stand worden gebracht. Dat is nodig voor het welzijn van het land, en ook voor de deelgebieden, die wel door een volwaardige regering worden geleid - al was dat in deze crisis niet te zien. Begin dit jaar was een vervroegde federale verkiezing verdedigbaar. Die kans op een electorale herschikking hebben de partijen en de hogere machten in het land laten passeren. Er moet worden gespeeld met de kaarten die de kiezer bijna een jaar geleden heeft gedeeld. Vervroegde verkiezingen in het najaar zouden neerkomen op schuldig verzuim.

Sociale partners zullen soms tegen de haren in moeten worden gestreken om ze bij het algemeen belang te houden.


In de eurozone wordt gerekend op een economische krimp tot 12 procent. Daarom zal het een parlementair breed gedragen regering moeten zijn, met een meerderheid in elke regio, om het land op een ordentelijke manier opnieuw in beweging te krijgen. Is de schade bij technologiebedrijven beperkt, dan zien de traditionele bedrijven hun orderboeken leeglopen, soms voor meerdere jaren. Kleinere toeleveranciers zinken mee weg, met de onvermijdelijke gevolgen voor de werkgelegenheid. Middenstanders worden zwaar getroffen in hun bestaan en dreigen bij het OCMW te belanden. Ook zonder een tweede opstoot van de corona-epidemie wordt het geen V-opvering van de economie.

Bloed, zweet en tranen

Het zal erop aankomen de kolossale geleende bedragen voor de heropleving met grote precisie aan te wenden. Zo valt te vermijden dat bedrijven in nood de staatssteun vooral zullen aanwenden om ontslagvergoedingen te betalen. Tegelijk moet het hele sociale systeem, dat kraakt onder de gevolgen van de coronacrisis, op de rails worden gehouden en waar nodig grondig worden bijgestuurd en hervormd. En dat allemaal in de juiste pas met de rest van de eurozone, en zeker met de buurlanden.

Toen de Berlijnse Muur omviel, zei de gewezen Duitse kanselier Helmut Schmidt: ‘Nu is de tijd aangebroken voor een bloed-zweet-en-tranen toespraak.’ Dit is zo een moment voor de partijen, die enkele weken geleden nog lamentabel faalden, om hun geloofwaardigheid te herwinnen. Politieke tegenstellingen die tot voor kort onoverbrugbaar waren, moeten opzij om een bestuursakkoord voor de resterende regeerperiode te sluiten en dat te verdedigen. Sociale partners zullen soms tegen de haren in moeten worden gestreken om ze bij het algemeen belang te houden. Voor politieke middelmaat is nu geen plaats aan tafel.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud