column

De onmisbare staat

De Europese burgers lijken het stilaan te hebben gehad met de ‘Expertenherrschaft’ die de Europese Unie dirigeert. Dat verstoort de geesten in de Europese hoofdkwartieren, waar geen tegenspraak wordt geduld.

‘Polen en Italië worden de helden van de nieuwe Europese lente en een renaissance van de echte Europese waarden.’ Dat is wat de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini beloofde tijdens zijn recente passage in Polen.

Als leider van de Italiaanse Lega had hij in Warschau een ontmoeting met Jaroslaw Kaczynski, de sterke man van de regerende partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS). Bij die gelegenheid benadrukte Joachim Brudzinski, de Poolse minister van Binnenlandse Zaken, dat Italië en Polen zich niet tot het anti-Europese kamp hebben bekeerd, maar juist behoren tot ‘de kern die Europa van binnenuit wil versterken en hervormen, voor alle burgers en niet alleen voor de elite’. Na zijn jongste verklaringen over een te vormen antimigratiefront valt niet uit te sluiten dat ook de Hongaarse premier Viktor Orbán zich met zijn Fidesz, momenteel nog lid van de Europese Volkspartij (EVP), na de Europese verkiezingen aansluit bij de fractie die Salvini wil vormen.

©EPA

In de Brusselse EU-hoofdkwartieren hebben ze geen goed oog in de drijverijen van Salvini en die van Luigi Di Maio. Die laatste is de aanvoerder van de Vijfsterrenpartij, ontstaan uit de antisysteembeweging van stand-up comedian Beppe Grillo. Beiden sleutelen aan een concentratie van gelijkgestemde rechtse, nationalistische partijen en antisysteembewegingen in het nieuwe Europees Parlement dat in mei wordt verkozen.

Di Maio richtte zelfs een oproep aan de Franse gele hesjes om voor de Europese verkiezingen een partij te vormen tegen La République En Marche van president Emmanuel Macron, die het populisme met melaatsheid had vergeleken. Di Maio’s provocatie veroorzaakte grote verontwaardiging op nagenoeg alle politieke banken in de Franse Assemblée. Volgens Alain Duhamel, journalistiek koorzanger van de Parijse beau monde rond Macron, zou Charles de Gaulle iets dergelijks nooit hebben gedoogd. Hij zou zijn ministers zonder meer hebben verboden deel te nemen aan Europese bijeenkomsten met de Italianen, tot die zich publiekelijk excuseerden.

De drie grote politieke formaties die het Europees Parlement controleren, christendemocraten (EVP), socialisten (PES) en liberalen (ALDE), hebben in het verleden alle alarmsignalen in de wind geslagen. De opkomst van het Vlaams Blok en de eerste zwarte zondag hier, de doorstoot van FN-leider Jean-Marie Le Pen tot de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen, het waren al vege tekenen. Met het succes van de rechts-populistische Pim Fortuyn in Nederland ging een volgende brulboei af. Na de moord op Fortuyn gaf Socialisme & Democratie, het huisblad van de socialistische Wiardi Beckman Stichting, alle traditionele partijen de raad aan een grondig zelfonderzoek te beginnen.

Met de Franse en Nederlandse referenda over het ontwerp van Europese Grondwet, die op een anti-Europese stemming uitdraaiden, viel een volgende kanarie van zijn stok. De bankencrisis en de brexit hebben die stemming nog aangewakkerd. Intussen steekt overal in Oost- en Midden-Europa maar ook in Spanje en zelfs in Zweden extreemrechts populisme de kop op.

Voor de traditionele partijen ging het van kwaad naar erger. Twee jaar geleden voorspelde de Schotse politicoloog Mark Blyth tijdens een bijeenkomst van de Duitse socialisten van de Friedrich-Ebert-Stiftung: ‘Jullie zijn nog twee verkiezingen verwijderd van complete ondergang.’ In een recent gesprek met het forum Social Europe herhaalde Blyth zijn voorspelling, die zo te lezen ook geldt voor andere traditionele partijen: ‘Ze zijn dood. Het dient tot niets iets te willen renoveren dat al dood is.’

Blyth vreest niet zozeer de opkomst van de populistische partijen en hun regeringen zoals die in Italië en elders. Hij vreest vooral wat daarna komt, na de populistische mislukking, als het geloof van de kiezers echt de bodem raakt.

Anti-Europees nationalisme

In de Europese hoofdkwartieren heeft men die politieke verschuivingen op een hautaine wijze genegeerd. De EU is een geloofskwestie, ‘een civiele religie’, volgens de Duitse academicus Wolfgang Streeck. Dat staat met zoveel woorden in het Verdrag van Lissabon, dat niet toelaat dat lidstaten een maatregel nemen die de doelstellingen van de Unie in het gedrang brengt. In de Commissie is ook geen plaats voor eurocritici, laat staan voor euroketters. Er zijn er die vinden dat die zelfs niet thuishoren in het Europees Parlement.

Het is dan ook geen wonder dat men op en rond het Brusselse Schumanplein, waar men graag over ‘machtsdenken’ mijmert, niet beseft dat Europa niet langer de oplossing is, maar een deel van het probleem. Want een groot deel van de Europese burgers heeft het gehad met de autoritaire ‘Expertenherrschaft’ die Europa dirigeert en die de minste kritiek wegzet als anti-Europees nationalisme.

Wat nu volop woedt, heeft Larry Siedentop, de Brits-Amerikaanse auteur van het boek ‘Democracy in Europe’, verwoord: ‘Als de Europese gedachte voornamelijk geassocieerd wordt met de arrogantie van elites die zich niet ter verantwoording laten roepen, zijn de vooruitzichten voor Europa troostelozer dan ze sinds 1945 zijn geweest. Want dan zal de Europese gedachte eerder splijtend dan verenigend werken.’

En dat is net wat de rechtse populisten en antisysteempartijen verenigt die Salvini rond één parlementaire totem wil verzamelen: de toenemende afkeer van dit Europa, het verzet tegen nog meer migratie, tegen de afbraak van de landsgrenzen en de teloorgang van de natiestaat. Want die komt door het opgelegde financiële keurslijf amper nog tot de noodzakelijke investeringen. Bovendien is die natiestaat de onmisbare garant voor de verzorgingsstaat, die door de EU-oekazes onder steeds grotere druk komt.

Het sociaal Europa, dat ooit werd aangekondigd, laat op zich wachten. Het gevolg daarvan ondervinden de Europese socialisten, die zich al te lang gedroegen als de misdienaars van het neoliberale project dat de EU sinds het Verdrag van Maastricht is geworden. Dat geven twee linkse auteurs, William Mitchell en Thomas Fazi, mee in hun jongste boek ‘Reclaiming the State’, waarin ze een progressieve visie op de soevereiniteit meegeven.

In Maastricht werd de EU een intergouvernementele organisatie, waarin de staats- en regeringsleiders de economische opdrachten, de monetaire beslissingen en hun begrotingskader uitbesteedden - wat naderhand via allerlei verdragen nog werd bestendigd - aan instellingen zoals de Europese Centrale Bank en Eurostat, die aan elke parlementaire controle ontsnappen. Op die manier werd ‘de overtollige democratie’ geëlimineerd en werden de hele monetaire politiek en de begrotingsdiscipline gedepolitiseerd. Want het neoliberale denkraam mag niet worden verstoord.

De nationale parlementen, die niet eens meer de landelijke begroting controleren, lieten zich in Maastricht de kaas van het brood eten. Terwijl het Europees Parlement weliswaar aan invloed won, maar niet aan macht. Het heeft geen enkele controle, laat staan inspraak, in kwesties die de muntunie aangaan.

De onmacht van het Europees Parlement was nooit zo pijnlijk als met de flitsbenoeming van de Duitser Martin Selmayr tot secretaris-generaal van de Europese Commissie. Toen lachte de Commissie het verzet van het Europees Parlement gewoon weg. Bij de komende Europese verkiezingen staat daarom meer op het spel dan de zetelverdeling in het Europees Parlement. Het gaat om het geloof van de burgers in de toekomst van de Europese Unie.

Lees verder

Tijd Connect