opinie

Dementia politica

Het verkalkte partijenstelsel dreigt helemaal vast te lopen. Net nu een versplinterd federaal parlement de vorming van een werkbare regering haast onmogelijk maakt, met of zonder de N-VA, met of zonder de PS.

‘Er moeten vier, vijf of zes partijen gaan overleggen om een regering te vormen. We komen in een fase waarin je flexibel en snel moet kunnen handelen, en net dan komt de politiek helemaal vast te zitten. Dan heb ik het niet eens over de Europese eenheid die daarboven hangt en die ook voor een deel bestuurt. Het politieke stelsel is vastgedraaid.’ De uitspraak, die perfect de stemming in de Wetstraat en de aanpalende buurten weergeeft, is van de Nederlandse opiniepeiler Maurice de Hond en gaat over politiek Den Haag. Want de politiek in Nederland kampt net als die in België en omstreken met een verkruimeling van het partijenlandschap.

In Duitsland verstoren de rechts-populistische Alternative für Deutschland (AfD) en Die Linke de gestroomlijnde partijenwerking die na de Tweede Wereldoorlog werd uitgestippeld. In Frankrijk werden de traditionele politieke krachten - gaullisten, socialisten en radicalen - weggevaagd door de volstrekt ideologieloze République en marche! van president Emmanuel Macron, ooit een socialist van Rive Gauche-salonstrekking. Italië is een politieke afbraakwerf waar corruptieschandalen en tal van linkse, rechtse en extreemrechtse partijtjes als sloopkogels neerkwamen op de oude machtsbastions van christendemocraten, socialisten en communisten. Zelfs in de kleine bankenstaat Luxemburg zetelen vandaag Piraten, marxisten en eurosceptici in het parlement en is al een coalitie van drie partijen nodig om een regering te vormen en de christendemocraten aan de kant te krijgen.

De verbrokkeling is ook te zien in het Europees Parlement, dat wemelt van kleuren en tendensen. De partijen klonteren samen tot een zevental soms weinig samenhangende fracties, waar ze elkaar veeleer vinden omwille van allerhande voordelen dan om de gedeelde Europese zorgen.

Politieke partijen hebben het algemene belang zelden breder gedefinieerd dan binnen de perken van het eigenbelang.

Partijen zijn politieke contrapties waarmee de grondwetgevers in al hun wijsheid nooit rekening hielden. Volgens sommigen zijn ze een noodzakelijk kwaad. Van de Oegandese dictator Yoweri Museveni is bekend dat hij lang partijen verbood deel te nemen aan verkiezingen omdat die het democratische proces verstoorden. De Franse filosofe Simone Weil eiste ooit een verbod op politieke partijen omdat ze volgens haar als een lepra het denken aantasten. Voor dat laatste valt wat te zeggen. Want politieke partijen zijn profane kerken waar zelfstandig denken tot excommunicatie kan leiden.

Doorgaans worden partijen gesticht om het algemene belang te dienen. Alleen in Nederland werd ooit de links-liberale D66 opgericht op basis van ‘de ontploffingstheorie’ - de ontploffing van de gevestigde partijen welteverstaan. D66 ontplofte naderhand zelf een aantal keer en hobbelt vandaag achter de grotere liberale broer VVD en soms met Groen Links.

Wellicht vanwege de dienstbaarheid aan het algemene belang menen de partijen het recht te hebben hun financiën uit de staatskoffers te plukken. Alleen hebben ze dat algemene belang zelden breder gedefinieerd dan binnen de perken van het eigenbelang. Partijen hebben overigens maar één doel: groter en bijgevolg machtiger worden. Er is geen voorbeeld bekend van een partij die omwille van het algemene belang een beleidsbeslissing doordrukte waarvan ze vooraf wist dat die de eigen ondergang tot gevolg zou hebben. En als partijen zich moeten verdedigen omdat ze hun grote verkiezingsbeloften niet nakwamen, leggen ze altijd de schuld bij de kiezers, die alweer verdeeld stemden en hen dus ontoereikende macht toeschoven.

Onderlinge naijver

De kiezer is bij voorbije stembusslagen ook niet mals geweest voor de traditionele partijen. En daar hoort stilaan ook de Vlaams-nationalistische N-VA bij, want de partij is de voorzetting van de oude Volksunie, die zich aan Belgische machtsuitoefening verbrandde.

Vooral de verkiezing van 26 mei was ronduit verwoestend voor de christendemocraten, de sociaaldemocraten en de liberalen, die bij vorige gelegenheden al ernstige verliezen incasseerden. Door die opeenstapeling van nederlagen belandden CD&V, de sp.a en Open VLD, in de steek gelaten door een groot deel van hun traditionele achterban, stilaan in overlevingsmodus. Interne doorlichtingen moeten nu de oorzaken van de verliezen blootleggen. Bij CD&V zijn ze volop bezig met die pijnlijke oefening.

De partijen, die geen klare boodschap meer geformuleerd krijgen, hebben zich stuk voor stuk kapotgeregeerd voor de ambities en de carrièreplanning van hun kopstukken.

De eerste, weinig verrassende bevindingen lekten al uit in de kranten. De lekkage van al die onderlinge naijver is nooit onschuldig en zegt alles over de ernst van de verdeeldheid bij de Vlaamse christendemocraten. Nochtans haastte CD&V zich nog voor de introspectie was beëindigd en tegen beter weten in naar de Vlaamse regeringsonderhandelingen met de N-VA en Open VLD. Alleen machtsuitoefening biedt een kans op overleven, luidt het. ‘Want van onze ideologie moeten we het ook niet meer hebben’, zuchtte een voormalige CD&V-minister.

Het is voor een patiënt nooit opbeurend als hij te horen krijgt dat zijn ziekte het gevolg is van zijn eigen gedrag en dat de genezing van lange duur zal zijn. Dat is nochtans de analyse die de traditionele partijen dezer dagen voorgeschoteld krijgen.

De partijen, die geen klare boodschap meer geformuleerd krijgen, hebben zich stuk voor stuk kapotgeregeerd voor de ambities en de carrièreplanning van hun kopstukken. Of zoals de socioloog Vivek Chibber ooit gevat formuleerde in zijn ‘Kapitalisme voor beginners’: ‘De keuzes van politici worden niet alleen gevormd door hun afkomst maar ook door hun toekomst.’

Ten prooi aan dementia politica, waarvan hoogmoed het belangrijkste ziektesymptoom is, hebben die traditionele partijen de jongste decennia nooit achteromgekeken om de schade te overzien ten gevolge van half afgewerkte staatshervormingen en bestuurlijke miskleunen die tot fiscale ontsporing leidden. In naam van een uit de VS overgewaaid New Public Management werd geprivatiseerd, werden banken gedereguleerd. Terwijl pensioen- en gezondheidsuitgaven uit de hand liepen, werd het staatsapparaat goeddeels ontmanteld. Omwille van de Europese begrotingsoekazes bleven noodzakelijke infrastructuurinvesteringen uit en begon men uiteindelijk ook te besparen op het sociale systeem. En dat is nu net het sterkste cement van de samenleving, ook van de Vlaamse, zoals ze intussen ook bij de N-VA ondervonden.

Dat het op aanhoudende economische groei gestoelde sociale model in zijn huidige vorm in de verdrukking zou komen, kon je al beseffen bij de eerste petroleumcrisis van de jaren 1970 en de implosie van de Bretton-Woods-illusie. Niettemin is al die jaren aangemodderd, zonder wezenlijke hervorming - tenzij je het bedenken van nieuwe lasten als een hervorming ziet. Er is ook verzuimd de energietransitie op gang te brengen na de beslissing om de kerncentrales te sluiten. Opnieuw zullen bijkomende lasten moeten worden uitgevonden om de energie- en klimaattransitie te financieren.

De recente verwarring over de autofiscaliteit geeft al aan dat de partijen geen idee hebben van hoe ze daaraan moeten beginnen zonder de belastingbetaler te schofferen. De snelheid waarmee Bart De Wever de berichtgeving daarover moest corrigeren en vooral de beweringen van zijn inwonende dissident Jean-Marie De Decker wilde ontkrachten, geeft aan dat zijn N-VA net zo bang is geworden voor de kiezers als de traditionele partijen. Met angst als raadgever valt nochtans niet te regeren.

Lees verder

Tijd Connect