column

Een nuttig voorstel

De particratie heeft het Belgische parlementaire systeem ontwricht. In die omgeving proberen de N-VA en de PS wanhopig een federale regering overeind te krijgen. Academicus Wilfried Dewachter reikt een opmerkelijke denkpiste aan.

De krimpende economie laat de regeringsonderhandelaars weinig keuze. In het beste geval komt er een federale coalitie van kortere duur, met of zonder liberalen - liefst zonder de MR, zo valt te horen -, die de dringendste economische en sociale schikkingen treft. Waarna kan worden geschakeld naar het organiseren van nieuwe verkiezingen voor een grondwetgevende Kamer van Volksvertegenwoordigers. Dat moet de twee hoofdonderhandelaars en toekomstige coalitiepartners N-VA en PS de nodige tijd en ruimte geven om een noodzakelijke nieuwe staatshervorming voor te bereiden en die eventueel samen op de rails te zetten.

Maar de stem van de kiezer is de zwakke schakel. Beide partijen nemen hier een electoraal risico. Bovendien ligt het Belgische kiessysteem aan de basis van de politieke patsituatie waarin het koninkrijk is gestrand. De particratie heeft er niet alleen toe geleid dat het land in een onontwarbare institutionele knoop zit, ze heeft uit eigenbelang de verkiezingsdemocratie ontwricht. Dat laatste is het gevolg van een kiessysteem dat door de Leuvense hoogleraar Wilfried Dewachter wordt omschreven als ‘een inoffensieve ceremonie of brave troependefilé naar onveranderlijkheid’.

Dewachter heeft al meermaals te vroeg gelijk gekregen. ‘De mythe van de parlementaire democratie’ (1992) en ‘Van oppositie tot elite’ (2001), de twee referentiewerken van zijn hand, brachten hem jaren geleden al tot de harde conclusie, die sommigen ongemakkelijk stemt, dat het federale koninkrijk België is verkommerd tot ‘een confederale particratie gedomineerd door de PS’. Ook Bart De Wever kon uiteindelijk die klip niet omzeilen en onderhandelt vandaag noodgedwongen met die PS over de vorming van een federale regering. Want behalve de complete politieke chaos, heeft ook de N-VA geen alternatief. ‘We zijn gedoemd om te slagen’, zei een van de Vlaamse onderhandelaars eind vorige week.

Naar aanleiding van een uitspraak van vicepremier Alexander De Croo (Open VLD) twee jaar geleden in La Libre maakte Dewachter een belangwekkende denkoefening die kan bijdragen tot de formatie. De Croo sprak zich in dat interview uit voor de invoering van een federale kieskring. Die zou volgens hem een enorm democratisch deficit wegwerken. ‘De enige burgers die zich in 2019 kunnen uitspreken over de vraag of Charles Michel een goede premier is geweest, zijn de kiezers in Waals-Brabant. Dat is leuk voor hen, maar minder leuk voor de kiezers die in Aarlen of Gent wonen. Een federale kieskring zou logisch zijn, en zou ook een complete ommekeer veroorzaken in de gedragingen van de politici.’

De Belgische democratie verdraagt die formatiefarces niet langer.

Dewachter stapt daarin mee, maar bekijkt de invoering van een federale kieskring in al zijn consequenties. Tot nu toe gingen de gesprekken altijd over een federale kieskring met 15 Kamerzetels (van de 150), 9 Nederlandstalige en 6 Franstalige. Dat voorstel, zoals verdedigd door onder meer de Paviagroep rond de academici Kris Deschouwer en Philippe Van Parijs, werd destijds door Jean-Luc Dehaene van tafel geveegd met de bedenking: ‘Een verkiezing waarbij de uitslag op voorhand vaststaat, is geen verkiezing.’

In Dewachters denkoefening worden de 150 Kamerleden in een federale kieskring verkozen. Dat houdt een wijziging van artikel 63 van de grondwet in, want het zegt onder meer dat de indeling van de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers over kieskringen door de koning wordt bepaald in verhouding tot de bevolking.

Vandaag telt het land 11 kieskringen: 5 Vlaamse, 5 Waalse en Brussel. De verschillen zijn groot. Luxemburg telt 212.441 kiesgerechtigden, Antwerpen 1,3 miljoen. Nog voor één stem is uitgebracht, krijgen die kieskringen een aantal zetels toegewezen. Dat gebeurt op basis van het bevolkingscijfer. Maar van het totale bevolkingsaantal beslist slechts 60 procent over de toekenning van die 150 Kamerzetels. Zelfs al daalt de opkomst in Luik of in Oost-Vlaanderen, toch behouden die kieskringen vandaag het hen toegekende aantal zetels.

Daar maakt Dewachter een einde aan, en ook aan de opkomstplicht. Hij gaat in de toekenning van de zetels uit van de werkelijk uitgebracht stemmen. In zijn voorstel worden de avond van de verkiezingen alle uitgebrachte stemmen per partij geteld. De 150 Kamerzetels worden dan verdeeld volgens het systeem D’Hondt.

Mocht dat systeem al zijn toegepast bij de verkiezingen van 26 mei 2019, dan zou de uitslag er helemaal anders hebben uitgezien. In de zetelverdeling volgens het voorstel van Dewachter zou de N-VA de grootste partij zijn met 26 zetels (+1), meteen gevolgd door Vlaams Belang met 19 (+ 1). Dan volgen de PS met 15 zetels (-5), CD&V met 14 (+2), de PTB/PVDA met 14 (+2), Open VLD 13 (+1), de MR met 12 zetels (-2), de sp.a met 10, Groen 9, evenveel als Ecolo dat dan 4 zetels verliest, cdH 6 en Défi 3.

In zijn gesprek met La Libre suggereerde De Croo wat voortvarend dat men via een nationale kieskring tot een rechtstreekse regeringskeuze kon komen. Het is zeer de vraag of de Franstalige partijen daarmee instemmen. Want die federale kieskring en een zetelverdeling op basis van het aantal geldig uitgebrachte stemmen en zonder opkomstplicht veranderen de machtsverhoudingen geen klein beetje. Met het systeem van Dewachter weegt de Vlaamse meerderheid in het land zwaar. Bovendien heeft op die manier het hebben van een meerderheid in elke taalgroep veel minder gewicht. De Franstalige partijen halen in de berekening van Dewachter maar 52 van de 150 zetels.

Ook de nationale extrapolatie van de voorkeurstemmen op basis van de uitslag van 26 mei 2019 levert verrassende resultaten op. De Wever wordt koploper met ruim 728.000 voorkeurstemmen. Maar zelfs Peter Mertens van de PVDA haalt dan met 309.440 stemmen een pak meer dan Paul Magnette, die in de lijst van Dewachter 296.871 stemmen haalt, evenveel als Raoul Hedebouw.

Opmerkelijk: Charles Michel, die in Waals-Brabant ruim 40 procent van de MR-stemmen behaalde, komt met de extrapolatie door Dewachter uit op net geen 208.000 stemmen. Dat is een stuk minder dan zijn in Vlaanderen veel minder bekende partijgenoten Jean-Luc Crucke en Willy Borsus. Met die score kan men zich afvragen wat de Franse president Emmanuel Macron bezielde om Michel tot Europees voorzitter te bombarderen - zijn electorale succes was zeker geen argument.

Dewachters ontwerp van de federale kieskring heeft verstrekkender gevolgen dan het ontwerp dat de Paviagroep en in dat spoor ook de groene partijen aanreiken. Het zet om te beginnen al een rem op de huidige almacht van de partijleiders, die met het systeem van lijstrekkers per kieskring en het systeem van opvolgers eigenlijk beslissen over wie finaal in het parlement zal zetelen. In de denkoefening van Dewachter worden verkozenen echte vertegenwoordigers van het Belgische volk, zoals de grondwet het voorhoudt, terwijl ze in het huidige systeem optreden als de belangenbehartigers van hun kieskring.

Belangrijker is dat Dewachters voorstel een aanzet kan zijn om eindelijk de nutteloze Senaat af te schaffen en het aantal Kamerzetels te halveren. Het werkterrein van de Kamer werd fel ingeperkt door de staatshervormingen en de Europese inbreng. Gaandeweg moeten de regio’s en de gemeenschappen de leiding nemen van het constitutionele werk, weliswaar na een strak afgelijnde bevoegdheidsoverdracht met de bijbehorende financiële verantwoordelijkheid. De Belgische democratie verdraagt die formatiefarces niet langer.

Lees verder

Gesponsorde inhoud