column

Grote verbouwingen (II)

De Vlaamse regering rond minister-president Jan Jambon heeft een goed voornemen voor 2020: een wervend verhaal bedenken. Wat te denken van het eensgezind uitvoeren van een coherent regeerakkoord?

‘Men is geneigd een regering te zien als een redelijk wezen, dat besluiten neemt op gronden van redelijke overwegingen. Maar veel regeringsbesluiten en veel regeringsbesluiteloosheid zijn het gevolg van toevallige samenlopen van omstandigheden, vergissingen, onachtzaamheid, compromissen.’ Het is een vaststelling van de Nederlandse essayist Karel van het Reve, die het had over de Russische regering.

De slimme broer van schrijver Gerard Reve had het al bij al kunnen hebben over de Vlaamse regering, die sinds haar aantreden waggelend een weg zoekt. ‘Toch is de sfeer goed’, aldus Hilde Crevits. Wie niet beter weet, zou kunnen denken dat de Vlaamse CD&V-minister van Werk, Economie, Sociale Economie, Innovatie en Landbouw en ook nog eens viceminister-president de sfeer beschreef tijdens de regeringsonderhandelingen. Maar tegenwoordig is een regering, regionaal of federaal, een permanente onderhandeling tussen de coalitiepartners. In plaats van eendrachtig het onderhandelde regeerprogramma consequent uit te voeren moet elke minister voortdurend armworstelen om het eigen beleidsterrein te vrijwaren, in de hoop door de eigen partijachterban als een daadkrachtige bestuurder te worden beschouwd.

Geen wonder dat de regeringen er door intern gebakkelei amper nog in slagen hun programma uit te voeren. Al ging zelden een regering zo snel in de rails als deze Vlaamse regering. Daar komt nu verandering in. Volgens een bericht in De Tijd vlak voor Nieuwjaar kregen de woordvoerders van de bewindsploeg rond minister-president Jan Jambon (N-VA) de dwingende opdracht om van het regeerakkoord ‘een wervend verhaal te maken’.

Een en ander was het gevolg van de mediaberoering rond een optreden van Jambon in de zakenclub De Warande. Voor een uitgelezen gezelschap van ondernemers vertelde hij over een vluchtelingenfamilie die een huis kon kopen met de tijdens de periode van asielaanvraag verzamelde kinderbijslag. Ergernis alom, vooral bij coalitiepartner Open VLD. De uitschuiver van de minister-president werd nog pijnlijker door een als verdediging bedoelde tussenkomst van minister Wouter Beke (CD&V). Die beweerde dat zo’n extreem geval tijdens de regeringsonderhandelingen inderdaad ter sprake was gekomen. Wat meteen de slordigheid illustreert waarmee zulke regeringsonderhandelingen worden gevoerd.

Een simpele telefoon naar bijvoorbeeld het Agentschap Integratie en Inburgering of de bevoegde ambtenaren had dit soort misvattingen kunnen voorkomen. Dan zou men ook hebben kunnen vaststellen dat het niet zozeer vluchtelingen uit verre Afrikaanse en oosterse buitenlanden zijn die hier kinderbijslag en andere sociale voorzieningen genieten, maar vooral Europeanen. Daar bestaan nu eenmaal internationale afspraken over.

Maar het kwaad was geschied. Zodra ze door de versterkers van de sociale media zijn geperst, wordt dit soort beweringen de alternatieve waarheid. Het nieuwe verhaal van de Vlaamse regering zal heel wervend moeten zijn om Jambons kwakkel uit het geheugen te wissen. Temeer omdat het programma van deze regering bij de presentatie al weinig enthousiasme opwekte. De kleiige tekst las veeleer als een huishoudelijk reglement, met wat wel en niet meer mag, dan als een stimulerend toekomstproject.

Het nieuwe verhaal van de Vlaamse regering zal heel wervend moeten zijn om Jambons kwakkel uit het geheugen te wissen.

Het meest concrete en tegelijk ambitieuze voornemen van de regering was het optrekken van de Vlaamse werkzaamheidsgraad van nagenoeg 74 naar 80 procent tegen 2030. Of naar ruim 78 procent tegen het einde van de regeerperiode in 2024. Wat betekent dat de regering-Jambon tegen dan liefst 120.000 nieuwe banen moet creëren.

De Waalse regenboogcoalitie van Elio Di Rupo (PS) is nog ambitieuzer en wil de regionale werkzaamheidsgraad van 63 procent met 5 procentpunten verhogen. Dat lijkt haalbaar op middellange termijn, omdat de werkloosheid bezuiden de taalgrens gevoelig hoger ligt. In Vlaanderen is in sommige streken sprake van een haast frictionele werkloosheid lager dan 3 procent en ligt de werkzaamheidsgraad boven het Europese gemiddelde. Voor de 25- tot 49-jarigen stijgt de werkzaamheidsgraad zelfs naar 86 procent, een van de hoogste in Europa. Om dat percentage nog te doen stijgen moet de grote groep van inactieven, vaak passief gehouden door subsidies, worden geactiveerd. En dan zijn er de langdurig werklozen, veelal laaggeschoolden die al twee jaar en langer van een uitkering leven.

In Nederland is ruim 60 procent van de mensen met alleen een diploma lager secundair onderwijs aan de slag, in België niet eens de helft. Ondanks verschillende pogingen slaagt men er maar niet in de werkloze laaggeschoolden naar de arbeidsmarkt te loodsen. Zelfs niet via dienstencheques, want die gaan grotendeels naar buitenlandse poetshulp.

Waarschuwingsstaking

En dan valt in Vlaanderen al eens het voorstel om de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd. Alleen behoort dat niet tot de regionale bevoegdheid. Die ingreep moet federaal worden doorgevoerd. Ware het niet dat zowel in Wallonië als in het Brussels Gewest zo’n beperking van de werkloosheidsuitkering of het degressief maken ervan als verwerpelijk wordt beschouwd. En om te voorkomen dat eraan zou worden gedacht, lanceert de socialistische vakbond ABVV-FGTB alvast een waarschuwingsstaking op dinsdag 28 februari voor een versterking van de sociale zekerheid. Die is ook nodig, omdat tegen het einde van deze regeerperiode daar een tekort dreigt van bijna 6,5 miljard euro.

Dat de liberale MR en de Vlaamse christendemocraten van CD&V de as voor een volgende federale regering willen vormen, vinden ze bij de socialistische vakbond onrustwekkend. Gevreesd wordt dat de nieuwe regering zich verschuilt achter begrotingsnoden om te gaan snoeien. Voor ABVV-FGTB-voorzitter Robert Vertenueil geldt de informatienota van PS-voorzitter Paul Magnette als een ontwerp voor een federaal regeerakkoord waarover niet meer te onderhandelen valt.

Mocht ook de PS zich daarbij aansluiten, ziet het er beroerd uit voor de informatiepoging van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez en zijn CD&Vcollega Joachim Coens. Die moeten tegen 13 januari met formatiemogelijkheden voor de dag komen.

Een verhoging van de werkzaamheidsgraad en het terugdringen van de inactiviteit vergen een complete verbouwing van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Voor de PS is dat uitgesloten. Een hervorming van die omvang is onvermijdelijk communautair geladen, omdat de situatie en bijgevolg de noden van Vlaanderen beduidend verschillen van die in Wallonië en vooral in Brussel.

Toch zullen alle betrokkenen, zowel partijen als sociale partners, uit hun loopgraven moeten komen om die oefening mogelijk te maken, schreef academicus Ive Marx onlangs in een Itinera-analyse. Marx, die ook directeur is van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, verwees naar Nederland, dat er na een performante hervorming van het sociaal systeem zelfs in slaagde het armoederisico terug te dringen.

Ruim tien jaar geleden al had Yves Leterme (CD&V) het in zijn boek ‘Het Rijnlandmodel, voor een duurzame en sociale welvaart’ over een nieuwe consensus over noodzakelijke doeltreffende systeemaanpassingen en rechtvaardig verdeelde inspanningen. Een decennium ging voorbij. Als gevolg van de klimaattransitie komt het sociale systeem onder nog fellere druk, maar van een aanzet voor de noodzakelijke aanpassing is nog geen sprake. Helaas lijken de politieke partijen niet te beseffen dat al de rest bijzaak is.

Lees verder

Tijd Connect